Home Lifestyle ‘28 oktober was de laatste dag dat ik mijn mémé zag’

‘28 oktober was de laatste dag dat ik mijn mémé zag’

'Ik verloor al een grootouder door corona, maar de laatste tijd voelt het alsof ik ook mijn mémé kwijt ben.'

corona
© cristian newman via unsplash

Sinds de start van de tweede lockdown mag ik mijn mémé niet meer bezoeken in het rusthuis. Ik verloor mijn pépé, haar man en grote liefde, tijdens de eerste golf aan corona en heb nu het gevoel dat ik ook haar kwijtraak.

Mijn 91-jarige mémé verhuisde naar een rusthuiskamertje toen mijn pépé vorig jaar in april overleed aan corona. Hij had heel zwakke longen en ik wist dat het fataal kon zijn voor mijn pépé als dat vreselijke virus zijn weg zou vinden naar de serviceflats waar mijn grootouders verbleven. Een maand na de eerste lockdown sloeg het noodlot toe. Mijn pépé viel in de gang en zijn buurman André hielp hem terug recht. Helaas bleek een aantal dagen later dat André corona had en nog iets later testte mijn pépé ook positief. Hij werd een dag later samen met mijn mémé – die geen corona had, maar de twee waren 70 jaar getrouwd dus wilden niet van elkaar gescheiden worden – overgebracht naar de COVID-afdeling van het rusthuis aan de andere kant van de straat. Een dag later stierf hij. Wat me troost, is het feit dat hij niet lang heeft moeten afzien en dat hij met 93 lentes op zijn teller een mooi leven heeft gehad. Wat me ontzettend veel pijn doet, is dat ik geen afscheid kon nemen. Een tragedie die heel wat mensen bekend in de oren klinkt tijdens deze verdomde coronacrisis die ons nu al meer dan een jaar in haar greep houdt.

Mijn mémé bleef alleen achter. We konden haar niet troosten met het verlies van haar grote liefde, want we mochten haar nog steeds niet bezoeken. Onze bemoedigende woorden werden uitgewisseld terwijl ze door een lieve verpleegster voor een raam werd gezet aan de zijkant van het rusthuis. Knuffelen mocht niet, dus elkaars hand ‘aanraken’ door het glas was de enige vorm van troost die we konden bieden. Op dat moment breekt je hart een tweede keer.

Valse tanden kwijtraken

Gelukkig werden de maatregelen een tijdje nadien versoepeld en mochten we opnieuw het rusthuis binnen. Met een mondmasker, de nodige afstand en voor maximum een halfuurtje. Ik maakte er een erezaak van om elke woensdag na het werk, dat was de enige dag dat we destijds eens verlost waren van dat telewerken, langs te gaan. Met een pateeke, want hoewel het vrouwtje maar 42 kilo weegt, kan ze eten als een dokwerker! Hoewel ze meerdere keren zuchtte dat ze ook haar beter ‘hadden meegenomen’, zag ik haar iedere keer opfleuren als ik een bezoekje bracht. Ze roddelde over haar buurvrouw Madeleine die voortdurend haar valse tanden kwijtraakte, over die ene ‘stoute’ verpleegster die haar telkens koude koffie voorschotelde of over dat het toch wel heel warm was buiten.

Corona nam haar man al van haar weg en de laatste maanden ook haar geliefde kleinkinderen.

We babbelden natuurlijk ook over mijn pépé. Mijn mémé vertelde dat ze nog elke ochtend wakker werd en zijn naam riep uit gewoonte. Een lach en een traan, dat is de mooie samenvatting van mijn wekelijkse bezoekjes. Iedere keer als ik vertrok, gaf ik haar – tegen alle regels in – een kus op haar kruin. Met mijn mondmasker aan. Ik sprak haar iedere woensdag opnieuw moed in dat het snel zou beteren en dat ze binnenkort de hele familie weer opnieuw zou kunnen zien om samen een pateeke te eten.

Zwaaien aan het raam

Ik had beter moeten weten, want begin november ging ons land weer voor een groot deel op slot. En zo ook de kamer van mijn mémé. 28 oktober was de laatste dag dat ik mijn mémé zag. Dat is ondertussen al bijna een halfjaar geleden. Zwaaien vanop de parking naar haar raam is onmogelijk, want ze ziet niet meer goed. Om diezelfde reden behoort facetimen ook niet tot de opties. Af en toe eens bellen, is de enige vorm van contact die overblijft. Maar mémé hoort ook niet meer goed en na zo’n dertig seconden hoor je haar wegvallen, omdat ze de hoorn niet meer die hele tijd kan vasthouden.

Ik begrijp volledig dat er maatregelen zijn en dat we vooral de ouderen van onze bevolking moeten beschermen. Maar ik weet ook honderd procent zeker dat mijn mémé veel liever nog eens een bezoekje krijgt van mij (met een taartje), ook al loopt ze daarbij het risico om besmet te raken, dan dag in dag uit opgesloten zitten in haar kamer met bitter weinig sociale interactie. En ik denk dat heel wat grootouders daar krak hetzelfde over denken. Corona nam haar man al van haar weg en de laatste maanden ook haar geliefde kleinkinderen. Ze is eenzaam en alles wat haar ook maar een beetje zou kunnen opfleuren, is niet mogelijk. Ze is dan misschien wel fysiek in orde, maar mentaal is ze kapot.

Mémé wordt in augustus 92 jaar. Mijn enige wens is dat ik samen met haar, in de tuin van het rusthuis op veilige afstand van elkaar, een pateeke kan eten. Ik ben al een grootouder verloren door corona, maar de laatste tijd voelt het alsof ik ook mijn mémé kwijt ben.

Lees ook: