Home Columns ‘Vandaag had ik voor het eerst een paniekaanval. Het was alsof de...

‘Vandaag had ik voor het eerst een paniekaanval. Het was alsof de derde golf me verzwolg.’

'Dit is gewoon kut. Mag ik dat alsjeblieft zeggen?'

paniekaanval
© Klara Kulikova via Unsplash

Sorry Erika, ik ga klagen. Want klagen lucht op. Net zoals hysterisch huilen en hyperventileren, zo blijkt. Vandaag had ik voor het eerst een paniekaanval. Iedereen heeft een grens en de mijne is bereikt.

Bijna een jaar geleden had ik pas reden om te panikeren. Het coronavirus had mijn ouders te pakken gekregen. Beiden lagen in het ziekenhuis. Mijn mama, die chronisch kankerpatiënt is, lag aan de beademing en werd in coma gehouden. Om maar te zeggen: ik ben de laatste om deze gezondheidscrisis weg te rationaliseren. Ik weet wat de meer dan tweeduizend families die momenteel een geliefde in het ziekenhuis hebben liggen, doormaken. Zij zitten in mijn gedachten telkens wanneer ik het moeilijk vind om de maatregelen vol te houden. Het is voor hen dat ik al een jaar positief blijf en het beste maak van de situatie. Het is door de vergelijking met hun verdriet dat ik sinds mijn ouders uit de kliniek kwamen geen traan meer liet om de kutsituatie waarin we ons bevinden.

Vandaag besef ik dat het net daar is waar ik de fout in ga. Ik laat mezelf niet toe om het zwaar te hebben, omdat er zoveel anderen zijn voor wie het nog zwaarder is. Al een geluk dat ik geen student ben, want zij verliezen gouden jaren die ik maar mooi heb gekregen. Al een geluk dat ik geen café of restaurant uitbaat, want zij zijn mogelijk hun levenswerk kwijt. Al een geluk dat ik nog een job heb, want anderen komen amper rond. En wat een geluk dat mijn ouders het overleefden, want voor zoveel anderen was de uitkomst anders. Dat zeg ik tegen mezelf op een moeilijke dag. Dat is ook de teneur van wat je leest op het internet. Ben je op zoek naar begrip, dan stoot je sneller op iemand die jouw miserie ‘in perspectief’ plaatst. Alsof we in een wedstrijd zitten waar niemand als winnaar uit de bus komt.

Ik zie mezelf als een positief en weerbaar persoon. Optimisme heeft mij door het voorbije jaar geholpen. Maar iedereen heeft zijn grens. Vandaag bereikte ik de mijne, met een paniekaanval als resultaat. Het was alsof de derde golf mij verzwolg. Ik zal niet verdrinken, maar het idee dat ik zo naar adem moet happen, maakt me bang voor anderen die misschien minder goed zwemmen.

Ik zal niet verdrinken, maar het idee dat ik zo naar adem moet happen, maakt me bang voor anderen die misschien minder goed zwemmen.

Dus voilà, ik zeg het: ik heb het moeilijk. Elke dag gemotiveerd je job blijven doen vanop datzelfde stoeltje thuis is zo moeilijk. Niets hebben om naar uit te kijken is zo moeilijk. Bij elk bezoek aan je ouders doodsbang zijn dat je hen zal besmetten en weer in diezelfde nachtmerrie terechtkomt, is zo moeilijk. Je tanden keer op keer stukbijten om dan van politici en experten te horen dat het toch nog wat harder kan – of beter nog: dat je ‘r een paar moet bijsteken – is zo moeilijk. Bij elke stijging van de cijfers op de vingers getikt worden als een stoute leerling terwijl de directeurs van de school (tot wel negen voor één functie) zelf de bal misslaan is zo moeilijk. Dit is gewoon kut. Mag ik dat alsjeblieft zeggen?