Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...

‘Als mensen zo vaak zeggen dat ik een eetstoornis heb, dan denk ik op den duur: ah ja, dan moet ik dat wel hebben.’

Manon (21) krijgt al van toen ze klein was te maken met bodyshamers door haar dunne figuur



Bij de term bodyshamen wordt er veeleer gedacht aan het bekritiseren van ‘vollere’ mensen. Maar ook dunne mensen worden enorm vaak geconfronteerd met opmerkingen over hun figuur. Ook dát valt onder bodyshamen. Dit gebeurt nog bijna dagelijks bij Manon*.



‘Ik kan mij geen enkele periode in mijn leven herinneren waarin ik geen opmerkingen kreeg over mijn gewicht. Opmerkingen zoals “Die heeft anorexia”, “Heb je wel al gegeten? Want je moet bijkomen” of “Gaat alles wel goed met je?” krijg ik ook nu nog wekelijks te horen. Ik zou het zelfs raar vinden moest ik geen opmerkingen meer krijgen, omdat ik het al zo gewoon ben. Wanneer ik in een nieuwe omgeving kom, zoals op een nieuwe school of op een stageplaats bijvoorbeeld, krijg ik vaker opmerkingen omdat die mensen mij nog niet kennen. Mijn stage is nu een week bezig en op de tweede dag kreeg ik van mijn begeleidster de vraag of ik al gegeten had. Ze bedoelde het vast lief omdat ze oprecht bezorgd is, maar dat is nergens voor nodig. Vroeger als er een leerkracht mij wou spreken, wist ik ook al over wat het zou gaan. En mocht ik van vakantiejob wisselen, krijg ik op die nieuwe job gegarandeerd ook ongeruste vragen. Echt overal, bijna elke dag van elke week, krijg ik commentaren over mijn lichaam.’

Mirror, mirror on the wall


‘Ik heb al vaak geprobeerd om bij te komen, zelfs met de hulp van een voedingscoach. Waarschijnlijk is mijn metabolisme gewoon heel erg goed waardoor ik niet snel bijkom. Ik zou heel graag bijkomen, maar ik focus me er niet te hard op, want anders blijf ik toch maar teleurgesteld achter. Mijn ouders, grootouders en lief kennen mij nu al heel lang. Moest mijn lief nu opeens met een opmerking afkomen, dan zou ik denken: kon je dat nu niet eerder zeggen? Mijn mama geeft zo nu en dan ook nog opmerkingen. Veel hangt ook af van welke kleding ik draag. Als ik een trui draag, valt mijn figuur veel minder op dan wanneer ik een strak kleedje draag natuurlijk. Als mijn mama nu zegt dat ik twee kilo ben afgevallen, dan weet ik dat ik moet oppassen en dat er écht iets veranderd is. Als zij iets over mijn gewicht zegt, doet het me wel iets. Mijn grootouders weten na 20 jaar ook wel dat er niets aan de hand is met mij, maar ook zij maken weleens een bezorgde opmerking. Vooral tijdens de examens kan mijn oma extra bezorgd reageren. Die examens zorgen voor een extra dosis stress, en daar vermager ik soms van. Van mijn familie en lief kan ik dat wél verdragen, want zij weten dat ik altijd al een laag gewicht gehad heb en dat ik nu eenmaal niet snel bijkom.’

Vermoeiende verantwoordingen


Meestal bedoelen mensen die me erover aanspreken het wel goed. Maar toch denk ik ergens altijd: moei je niet. Als je vroeger op school al aangesproken werd op dat je anorexia zou hebben, ga je je dat natuurlijk aantrekken. Maar als mensen zo denken, kan je daar weinig aan veranderen. Als ik honderd keer zeg dat er echt niets aan de hand is en ze geloven mij nog niet, dan denk ik op den duur ook wel: denk maar wat je wil, hè. Mensen beseffen niet hoe vermoeiend dat is en welke impact hun reacties hebben. Maar als iemand iets zegt, weet die persoon natuurlijk ook niet dat ik dat al honderd keer gehoord heb.’

Het zou raar zijn als niemand nog opmerkingen zou maken over mijn figuur.

‘Ik zou jou mooier vinden met dikke benen’


‘Ik vind dat de tijden heel hard aan het veranderen zijn. Zo zie je op sociale media vaker body positivity terugkeren. Het “perfecte plaatje” is geen streefdoel meer. Mensen met vollere billen durven die online te tonen en dat vind ik goed. Wat ik wel belangrijk vind, is een evenwicht. Ofwel toon je zowel een maatje meer als een maatje minder, ofwel toon je het niet. Al mag iedereen op Instagram van mij posten wat hij of zij wil, anders zouden sociale media geen sociale media meer zijn natuurlijk.’

Als iemand een kwetsende reactie geeft op iemand die zogezegd te zwaar is, is dat meteen een ramp. Maar ik heb nog nooit geweten dat er ruzie ontstaat wanneer een mager persoon zo’n reactie krijgt. Is dat niet heel raar? Het lijkt net of die opmerkingen als minder erg beschouwd worden. Op sociale media heeft er eens iemand anoniem gereageerd dat ik mooier zou zijn met ‘dikke’ benen. Op Instagram heb ik ook al berichtjes gekregen van mensen die vragen of alles goed gaat met mij nadat ze mijn foto bekeken hadden. Ik ben ervan overtuigd dat het bodyshamen ook veel vaker zou voorkomen als ik meer foto’s op mijn Instagrampagina zou posten. Mensen moeten echt wel voorzichtiger zijn met wat ze zeggen, de impact van hun woorden is vaak niet te overzien.’

Als ik honderd keer zeg dat er werkelijk niets is, en ze geloven je nog niet, dan denk ik ook: denk maar wat je wil, hè.


‘Ik heb niet echt de nood om over alle reacties te praten, want ik schaam me er ergens ook wel voor. Maar ik ben er wel al voor naar een psycholoog geweest. Als mensen zo vaak zeggen dat ik een eetstoornis heb, dan denk ik op den duur: ah ja, dan moet ik dat wel hebben. Ik weet niet hoe het werkt, maar ze overtuigen je daar precies van. Het maakt niet uit of iemand al dan niet een eetstoornis heeft, het is geen excuus om tegen iemand te zeggen dat hij of zij heel mager is. Gelukkig ben ik er met het ouder worden ondertussen wel wat beter bestand tegen.’

* Omwille van privacyredenen gebruikten we een fictieve naam.

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' '