Home Columns NANNY IN NEW YORK: de scheiding

NANNY IN NEW YORK: de scheiding

'Ik fluisterde dat alles goed zou komen. En ik denk dat ze me geloofden.'

© Instagram @JADE_DECOSTER

‘Je gaat zes maanden in New York wonen en werken als nanny.’ Twaalf woorden. Meer waren er niet nodig om haar leven een volledig andere wending te geven. Jade Decoster verhuisde een jaar geleden naar New York om daar als nanny te werken in een gezin met twee jongens. Elke week vertelt ze haar avonturen en verhalen aan Flair.

Al voordat ik officieel een ticket naar New York had geboekt, werd me voorzichtig verteld dat de Moeder en de Vader van de kinderen ‘problemen’ hadden. De omvang van die problemen werd nogal vaag gehouden, maar ik dacht er niet verder over na. Elk koppel heeft problemen. Waarschijnlijk gooide hij zijn vuile onderbroeken al drie jaar niet meer in de wasmand en liet zij al jaren de haardroger op de wastafel liggen. Hij liet alle kasten in de keuken openstaan en zij zette het lege karton melk weer in de koelkast. Kleine, overkomelijke dingen. Maar zo klein bleek het dus allemaal niet te zijn.

Ik was nog geen twee weken in New York toen ik het telefoontje op een koude zaterdagochtend kreeg. Niet eens van de Ouders zelf, maar van mjin eigen moeder. De Ouders hadden besloten te scheiden en zouden het de kinderen zondag vertellen. Mama aarzelde even.
‘Wat?’ zei ik argwanend. Mijn moeder aarzelt alleen als ze iets extreem onaangenaams gaat zeggen, zoals ‘Ja, die rok maakt je dik’ of ‘We gaan weer niet naar Disneyland dit jaar’.
‘We weten niet zo goed wat er nu gaat gebeuren… In het ergste geval besluiten ze dat ze je niet meer nodig hebben en kom je terug naar huis.’
Dat zou nu toch de triestigste blog ooit zijn: ‘Mijn Bijna Twee Weken Als Nanny Maar Toen Scheidden De Ouders En Moest Ik Weer Naar Huis’. Daar zou ik nooit een bestseller van kunnen maken.
Maar ik dacht voornamelijk aan de kinderen, en mijn hart brak. Ik ben zelf het kind van gescheiden ouders, al heb ik daar uitermate weinig trauma’s aan overgehouden. Op je tweede herinner je je daar niets meer van, behalve dat je twee keer Kerstmis viert en dus twee keer zoveel caudeautjes krijgt. Maar acht en elf jaar zijn al lang niet meer in die vergetende fase. Ik kon me amper voorstellen hoe verdrietig en gekwetst ze zich moesten voelen. En, dacht ik even heel egoïstisch, ik zou de brokken moeten lijmen. Want dat was mijn job.

Toen ik de Jongste van school ging ophalen, keek ik waakzaam toe hoe hij eruitzag. Geen sporen van tranen, geen gekromde rug van verdriet. Wel een scheur in zijn broek omdat hij weer over knieën schoof op de speelplaats, maar verder niets op hem aan te merken.
‘Hi’, zei ik voorzichtig. ‘Alles goed met je?’
‘Ja hoor’, zei hij. We staarden elkaar een volle vijf seconden aan. Toen zag ik het lampje in zijn hersenen bijna letterlijk aan springen. ‘Maar ik ben superverdrietig’, voegde hij er snel aan toe. ‘Mama en papa zien elkaar niet graag meer.’
Terwijl we naar huis liepen, vertelde hij over hoe zijn ouders hadden verteld dat ze gingen scheiden en dat papa al een ander appartement had (hij ging er ook wel voor, zeg). ‘En van de juf mocht ik een tijdje huilen’, zei hij. Hij haalde een volledige kartonnen doos zakdoeken uit zijn rugzak en snoot luidruchtig zijn neus. Ik had al vaker gemerkt aan de Jongste dat, hoewel hij sowieso echt wel verdrietig was, het meer zijn prioriteit was om medelijden op te wekken door triest te doen en te kijken.
‘Mijn mama en papa zijn ook gescheiden’, vertelde ik hem. Hij bood me meteen troostend zijn doos zakdoeken aan. Glimlachend nam ik er eentje. ‘Dus je kan altijd met me praten als je verdrietig of boos bent, en dan probeer ik je te helpen.’ Hij knikte, maar hij begon alweer te praten over iets anders.

Eenmaal thuis was er van zijn grote verdriet niet veel meer over. Babbelen, onnozel doen, zich absoluut niet concentreren op zijn huiswerk omdat hij over Lego wilde praten… Tot de Oudste thuiskwam.
Als ik dacht dat de Jongste een gevoel voor drama had, had ik even niet gedacht aan de Oudste. Hij duwde de deur open en liet zich op de grond vallen, krulde op in foetushouding en legde zijn rugzak op zijn hoofd. Ik stond erbij en keek ernaar.
‘Hoe gaat het?’ vroeg ik uiteindelijk.
‘Ik wil verhuizen naar Mexico,’ was het vage gemompel dat onder de rugzak klonk. ‘Of Detroit.’
‘Niemand wil naar Detroit’, zei ik troostend, en ik trok de rugzak van zijn hoofd. Mexico kon nog leuk zijn.
‘Ik wel’, snifte hij. ‘Het leven kan daar niet erger zijn dan hier.’
Later, toen ze hun huiswerk maakten, vond ik grote bergen zakdoeken in hun rugzakken en hun bedden. Tekeningen en briefjes naar hun ouders: ‘I love you. Don’t stop loving me’. Ik had een minuutje nodig om mijn ogen minder rood te doen lijken voor ik terugging naar de woonkamer.

Toen de Moeder thuiskwam, zag ze er wat verwaaid uit.
‘Weet je het al?’ is het enige wat ze vroeg. Ik knikte maar. Ze knikte terug en sloot zichzelf op op haar kamer. De kinderen staarden naar hun nuggets. Ik kon niks grappigs of leuks verzinnen. Dus ik trok ze in een groepsknuffel en fluisterde dat alles goed zou komen. En ik denk dat ze me geloofden.

Door Jade Decoster

Lees Jades vorige blogs:

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.