Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© Instagram: @jade_decoster

NANNY IN NEW YORK: de eerste dag (part two)

‘Je gaat zes maanden in New York wonen en werken als nanny.’ Twaalf woorden. Meer waren er niet nodig om haar leven een volledig andere wending te geven. Jade Decoster verhuisde een jaar geleden naar New York om daar als nanny te werken in een gezin met twee jongens. Elke week vertelt ze haar avonturen en verhalen aan Flair. 

Ik zat op het bankje in de speeltuin te wachten tot ik kon vertrekken met de Jongste. Niemand trok zich wat van me aan, dus haalde ik mijn gsm uit mijn jaszak. De Jongste was nog steeds bezig ninja-achtige toeren uit te halen, en wat kon er nu gebeuren? (Spoiler: deze keer gebeurde er niets. Déze keer…) Na een kwartier besloot ik dat hij zich genoeg uitgeleefd had en dat we naar huis gingen. In alle eerlijkheid: ik weet niet meer waar hij het over had toen we naar het appartement liepen. Het enige wat ik nog weet, is dit: hij stopte nooit met praten.

 

Zijn agenda vertelde me dat hij enkel drie pagina’s wiskunde moest oplossen. Dat leek niet zo moeilijk. ‘Ik wil eerst een snack', eiste hij. ‘Alsjeblieft’, fronste ik. ‘Graag gedaan’, antwoordde hij serieus. Nadat hij zijn snack ophad, gingen we aan de eettafel zitten voor zijn wiskundehuiswerk. Hij werkte geconcentreerd – voor twaalf seconden. ‘Mag ik eerst iets vertellen?’ vroeg hij. ‘Als je het snel doet’, zei ik. Wat volgde, was een bijna tien minuten lang verhaal over de verschillende vakanties die ze al in waterpretparken gespendeerd hadden en alle hoge waterbanen waarvan hij al durfde af te glijden. ‘Oh, ik ga je een filmpje tonen op YouTube!’ riep hij en sprong al van zijn stoel. ‘Nee, nee, dat doen we als je huiswerk klaar is’, zei ik. ‘Nee, nu!’ ‘Nee’, zei ik langzaam. ‘Na het huiswerk. Dus hoe sneller je hier klaar bent, hoe sneller we kunnen kijken.’ Dat exacte scenario speelde zich nog drie keer af. Zijn concentratievermogen was zo goed als onbestaande en ik maakte me al een beetje zorgen. Hoe zou ik OOIT zijn huiswerk afkrijgen? En dit zou ik ELKE DAG moeten proberen. Maar uiteindelijk, na bijna een uur discussiëren, was het wiskundehuiswerk af. ‘Oké’, pufte ik. ‘Huiswerk is voorbij.’ ‘Nog niet. Ik moet nog lezen.’ ‘Hoezo, je moet nog lezen?’ ‘We moeten elke dag lezen’, zei hij. ‘Van wie moet je lezen?’ vroeg ik. Dit begon te klinken als experimentele poëzie. ‘Van de juf en van mama’, antwoordde hij. ‘Maar ik haat boeken.’ Oh nee. Ik zal niet eens beginnen met mijn passionele tirade over hoe belangrijk literatuur en lezen zijn voor de ontwikkeling van mensen, en zeker van kinderen. Ikzelf gaf bijna al mijn geld uit aan boeken (‘Beter dan aan drugs’, zei ik tegen mijn razende ouders toen bleek dat mijn bankrekening bijna leeg was) en kon me niet voorstellen niet van boeken te houden. Maar ik kon het wel begrijpen. Uiteindelijk waren deze jongens jong, érg energiek en gedwongen elke dag zeker een halfuur te lezen. Geen wonder dat ze een bloedhekel hadden aan alles waar letters op staan, behalve dan de ondertitels van Netflix.

NANNY IN NEW YORK: de eerste dag (part two)

Terwijl de Jongste las (met verschillende keren dat ik hem moest zeggen zich weer op zijn boek te concentreren), kwam de Oudste thuis van school. ‘Hoe was je dag?’ vroeg ik. ‘Het was oké,’ antwoordde hij. Meer kreeg ik niet. Hij was niet onvriendelijk, gewoon ongeïnteresseerd in zijn eigen dag. Hem moest ik gelukkig niet helpen met zijn huiswerk, dus het was tijd voor het volgende obstakel: het avondeten maken. Ik stond twijfelend voor de koelkast. Kip. Broccoli. Steak. Een overrijpe avocado. Heel, heel veel kaas. Nog meer steak. Veel te veel wijn. Het enige wat nog miste was een baguette en ik kon stereotiepe Franse moppen maken. (Ik leerde later dat de kinderen Franse stereotypen zien als ‘offensive’ en ‘racist’ en dus ook niet naar ‘Beauty and the Beast' konden kijken omdat het racistisch is’. Ik wou me gewoon opsluiten in de badkamer en huilen toen ik dat hoorde) Ik besloot dat ik niet veel verkeerd kon doen met kip en broccoli – na eerst nog eens gegoogled te hebben hoe lang je broccoli moet koken – en zette mijn eerste aarzelende stappen als keukenprinses. Misschien meer keukenmeid dan prinses, maar ik was goed begonnen.

 

Ik had net mijn broccoli in het water gegooid en stil gesmeekt dat mijn eerste maaltijd niet zou uitdraaien op een fiasco, toen de Oudste naar de woonkamer liep en voor de Jongste ging staan. ‘Waar is mijn Transformer?’ schreeuwde hij. Er was geen enkele intro, het geschreeuw werd meteen ingezet. ‘Ik weet niet waar je Transformer is,’ schreeuwde de Jongste terug. Deze kinderen hadden nog minder chill dan ik. ‘Leugenaar! Zeg me waar hij is!’ De Oudste duwde tegen de schouder van de Jongste. Niet hard, maar dit ging nooit goed komen. Ik aarzelde net te lang om mijn borrelende broccoli achter te laten en tussen hen in te stappen om de vrede te bewaren. En toen stompte de Jongste zijn broer in het gezicht. ‘Oh hell no!’ schreeuwde ik. Ja, dat zei ik echt. Maar ik kon oprecht niet geloven dat op mijn allereerste dag ze al besloten een bloedbad aan te richten. Ik greep hen allebei bij de arm en trok hen uit elkaar. De Jongste schreeuwde, de Oudste schreeuwde. Ik wou ook schreeuwen. ‘Jij, in die hoek! En jij, in de andere!’ Ik gaf hen alletwee een zet naar tegenovergestelde hoeken in de kamer. ‘Jullie blijven alletwee vijf minuten in de hoek staan, tot ik zeg dat je eruit mag!’ Ik draaide me weer om om naar mijn broccoli te kijken. Het bleef exact acht seconden stil. ‘Maar hij was wel begonnen,’ mompelde de Jongste. ‘Nietes!’ ‘Ik haat je!’ ‘WAAR IS MIJN TRANSFORMER?!’ ‘GENOEG!’ Ik zette mijn handen in mijn zij en zond hen mijn Blik des Doods, die volgens mijn moeder Wereldoorlogen kan veroorzaken én eindigen. Het hielp, want ze hielden alletwee hun mond. ‘De volgende die spreekt zonder dat ik zeg dat het mag, blijft vijf minuten langer in de hoek staan! En wie daarna nog spreekt,’ ik kneep mijn ogen tot spleetjes, ‘krijgt geen dessert.’ Vijf minuten lang kon ik me ongestoord op mijn broccoli concentreren. (De Transformer lag trouwens achter het bureau van de Oudste. Expres of niet, we zullen het nooit weten)

 

‘Oké, aan tafel!’ Redelijk trots maar ietwat bezorgd dat mijn kip te droog was, zette ik de pannen op tafel. Het duurde net iets te lang voor ze hun blik van Netflix en godweetwelke serie ze aan het bekijken waren konden scheuren. Mijn geduld ging hier serieus op de proef gesteld worden. Maar uiteindelijk kwamen ze toch aan tafel. De Oudste trok een vies gezicht. ‘Ik hou niet van broccoli.’ ‘Oh,’ zei ik. ‘Wel, ik eigenlijk ook niet. Maar eet een paar happen en dan je kip, goed?’ ‘Ik hou ook niet van kip.’

 

Oh boy. ‘Oke,’ zei ik langzaam. ‘Terwijl we eten, moeten we eens bespreken wat jullie graag en niet graag eten. En dan kan ik daar een beetje rekening mee houden. Klinkt dat goed?’ De eerste paar minuten werd er luidkeels gepraat over pizza en hotdogs en eigenlijk niet veel anders dat ik als avondeten op tafel kon zetten (‘Kan je eens chocoladeijs maken als avondeten?’), terwijl de Oudste te pas en te onpas kokhalsde op zijn broccoli. Maar toen begon het pas. ‘Ik heb net geleerd hoe ik heel lekkere tomatensaus kan maken,’ zei ik trots. ‘Dus ik kan spaghetti maken.’ ‘We lusten geen tomatensaus. WAT. ‘Euh, ik kan ook lekkere puree maken.’ ‘We lusten geen puree.’ Jezus Christus. ‘Ik maak de beste eieren ter wereld,’ smeekte ik. Ik denk dat je kan raden wat ze zeiden.

 

Lees ook:

 

Door Jade Decoster

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' ' '