https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© © Tine Schoemaker

'De pesterijen uit mijn jeugd hebben lang nagezinderd'

Tennisster Alison Van Uytvanck (24) sloeg zich dapper een weg naar de wereldtop

Als prille twintiger behoort ze al tot de beste tennissters van de wereld. En toch is Alison Van Uytvanck (24) altijd een heel gewoon meisje gebleven, dat de liefde vond bij vriendin Greet en keihard werkt voor haar carrière. Flair sprak haar nog uitgebreid in augustus 2018.

Roger Federer blijf haar grote held. En toen ze twee jaar geleden voor het eerst tegenover Serena Williams uitkwam, stond ze naar eigen zeggen te trillen op haar benen. Maar na die fantastische achtstefinaleplaats op Wimbledon vorige maand hoort ook onze topstennisster Alison Van Uytvanck ontegensprekelijk tot de wereldtop. En toch blijft de Brabantse twintiger nog altijd met de beide voetjes op de grond. En stapt ze nog elke keer de tennisbaan op met hetzelfde enthousiasme als toen ze op vijfjarige leeftijd voor het eerst een tennisracket in de handjes kreeg. Ondertussen heeft Alison al een lange weg afgelegd, en die ging niet altijd over rozen. In haar jeugd kreeg ze met zware pesterijen af te rekenen. En ook op en rond de tennisbaan werd het haar niet altijd gemakkelijk gemaakt. ‘De druk waarmee een toptennisser dag in dag uit af te rekenen krijgt, valt echt niet te onderschatten’, vertelt Alison heel eerlijk. ‘Die haalt zelfs de grootsten bij momenten onderuit. Anderhalf jaar geleden heb ik ook op het punt gestaan om er de brui aan te geven. Maar dankzij de steun van mijn familie, vriendin en sportpsycholoog ben ik er terug helemaal bovenop gekomen. Vandaag geniet ik weer meer dan ooit van mijn sport.’

Je was amper vijf toen je je eerste stapjes op de tennisbaan zette. Wiens voorbeeld volgde je toen?


‘Dat van mijn oudste broer Sean. Hij is drie jaar ouder dan mijn tweelingbroer Brett en ik, en speelde al een beetje tennis toen ik het ook een keer mocht proberen. En blijkbaar zagen ze meteen dat ik aanleg had. Ik kon al vrij natuurlijk op een bal slaan. En zo rolde ik, zonder het zelf goed en wel te beseffen, ook in de sport. Al van jongs af aan was ik heel sportief. Ik speelde graag basket en voetbalde op school. Barbiepoppen, daar moest je bij mij niet mee afkomen. Ik ging me veel liever uitleven of sporten. Tot mijn twaalfde heb ik tennis en basket gespeeld, daarna heb ik volledig voor het tennis gekozen en ben ik naar de topsportschool in Wilrijk gegaan.’

Verhuizen naar de topsportschool betekende meteen ook op internaat gaan.


‘Ja, en dat was heel moeilijk. Toen ik eraan begon, had ik geen flauw benul wat me te wachten stond en was ik er vast van overtuigd dat dit wel zou lukken. Maar dat was een serieuze misrekening. Ik had zoveel heimwee en belde bijna ieder avond huilend naar huis. Ik voelde me totaal niet thuis op die school en kreeg af te rekenen met zware pesterijen. Die twee jaar op de topsportschool waren de twee moeilijkste jaren uit mijn leven. Ook mijn ouders hebben daar zwaar onder geleden. Ook voor hen was het niet fijn om op maandagochtend hun kind te moeten afzetten, het pas vrijdagavond weer te kunnen gaan oppikken en nergens meer inspraak in te krijgen. Alleen de trainers beslisten wanneer ik vakantie had en waar het met mijn tenniscarrière naartoe moest.’

‘Als er plots 10.000 paar ogen op je gericht zijn, slaat je hart wel even over.’


Op welke manier werd je dan vooral gepest?

‘Twee à drie meisjes met wie ik niet zo goed overeenkwam vormden een kliekje en sloten mij buiten. En uiteraard waren mijn rode haren voor hen een dankbaar gegeven om mij mee uit te lachen. Vandaag zie ik daar de banaliteit natuurlijk ook van in, maar voor een elfjarige is dat heel zwaar. De pesterijen haalden mijn zelfbeeld volledig naar beneden en zorgden ervoor dat ik nog nauwelijks vertrouwen had in mezelf. De gevolgen daarvan heb ik nog lang met mee gedragen.’

Kon je met dat verdriet toen bij je ouders terecht?

‘Nee, want mijn ouders waren daar nauwelijks van op de hoogte. Ik durfde het hen gewoonweg niet te vertellen, uit schrik dat ik hen zou kwetsen. Dat kon ik toen echt niet over mijn hart verkrijgen. En daardoor werd het voor mij natuurlijk nog zwaarder om te dragen.’

Hoe ben je die pesterijen uiteindelijk te boven gekomen?

‘Na het eerste jaar op de topsportschool begon ik zo hard te groeien dat ik ontzettend veel last kreeg aan mijn knieën. Daardoor raakte ik geblesseerd en kon ik een jaar lang niet mee tennissen. Met alle gevolgen van dien. Op het einde van mijn tweede jaar werd ik niet goed genoeg bevonden voor de topsport en hebben ze me van school gestuurd. De manier waarop dat uiteindelijk gebeurde was alles behalve, maar ik had er geen spijt van. Zo hoefde ik zelf niet meer de beslissing te nemen om van school te veranderen.’

En dat betekende een nieuwe start voor jou.

‘Absoluut. Van het internaat in Wilrijk ben ik naar het Sint Donatusinstituut in Merchtem gegaan. En dat was een openbaring voor mij. Ik kon terug elke avond naar huis, en op school ging er een heel nieuwe wereld voor mij open. Ik maakte meteen een aantal goede vrienden en kon op school weer eens over andere dingen praten dan over tennis. Terug op een normale school voelde ik me voor het eerste opnieuw gelukkig. Van mijn derde middelbaar tot mijn zesde heb ik een heel fijne tijd beleefd.’

De combinatie van een topsportcarrière met gewoon onderwijs lijkt me anders wel pittig.

‘Dat was ook zo. Daarom ben ik in het vierde jaar ook overgestapt naar de richting TSO. En ik heb het geluk gehad dat de directrice van het Sint-Donatusinstituut heel sportminded was. Zij heeft me heel erg geholpen. Maar dat neemt niet weg dat het toch best zwaar bleef. Elke ochtend stond ik op om kwart vóór zeven en ik ging pas slapen om elf uur. Van acht tot vier zat ik op school. Daarna sprong ik snel bij mijn ouders de auto in en probeerde ik onderweg naar de tennisbaan al wat te studeren. Na twee uur trainen, snel de douche in en daarna verder studeren, om tegen elf uur terug in mijn bed te kunnen kruipen. Mijn ouders hebben heel wat kilometers afgelegd en uren in de file gestaan voor mij.’

Je bent duidelijk opgegroeid in een warm nest.

‘Absoluut. Mama en papa hebben heel veel voor mij gedaan. En ze hebben altijd rotsvast in mij geloofd, ook in moeilijkere periodes. Mijn eerste deelname aan Roland Garros was meteen een schot in de roos, maar daarna begon ik met een aantal blessures te sukkelen. Ik was ondertussen ook van school af en kwam daardoor een beetje in een zwart gat terecht. Na het beëindigen van mijn humaniora heb ik het een tijdje opnieuw erg moeilijk gehad. In één klap kreeg ik ook een zware weerslag van de pesterijen uit mijn kindertijd. En met mijn trainingsteam zat ik niet op dezelfde golflengte. Ik schopte het tot de kwartfinale van Roland Garros, maar op persoonlijk vlak klikte het niet echt tussen ons. Ik had ook voortdurend het gevoel dat ik werd uitgelachen en durfde nauwelijks iets te zeggen. Op de duur was dat niet houdbaar meer en heb ik met hen gebroken. Ik ben toen door een heel moeilijk periode gegaan. Gelukkig kon ik toen wel goed met mijn ouders praten. En heb ik hun advies gevolgd om professionele hulp te zoeken bij een sportpsycholoog. Dat heeft mij er weer helemaal bovenop geholpen.’

© Tine Schoemaker

Na je fantastische prestaties op Roland Garros, nu drie jaar gelden, kende plots iedereen jou. Zorgde dat voor extra druk?

‘Dat was even serieus wennen, ja. Uit het niets kwam ik ineens in de kwartfinale te staan en waren er plots 10.000 paar ogen op mij gericht. Ik verzeker je, dan slaat je hart een slag over. Ik herinner me nog heel goed dat ik voortdurende dacht: als ik nu maar niet afga! Ineens werd ik overal herkend en kreeg ik ook een massa media-aandacht. Mentaal vond ik dat in het begin heel moeilijk om mee om te gaan. In één klap ga je ook op de sociale media over de tong en daar passeren helaas ook regelmatig een aantal haatberichten de revue, waar soms zelfs mijn familie bij wordt betrokken.’

Hoe ga je daarmee om als je zo openlijk kritiek of haatberichten te slikken krijgt?

‘Echte haatberichten probeer ik altijd zo snel mogelijk te verwijderen en er zo weinig mogelijk aandacht aan te besteden. Maar je kan daar niet altijd rond. Vooral wanneer familie en vrienden erbij betrokken worden, vind ik dat heel heftig. Dat went nooit.’

Is dat de reden waarom je ook zo lang gezwegen hebt over je geaardheid en je privéleven angstvallig hebt afgeschermd?

‘Voor een deel wel, ja. Maar ik vond het sowieso niet eenvoudig om er openlijk voor uit te komen dat ik op vrouwen val. Daarom heb ik ook drie maanden gewacht voordat ik mijn ouders verteld heb dat ik een relatie had met mijn vriendin Greet. Ik had geen flauw idee hoe ze hierop zouden reageren. Mijn mama heb ik het als eerste verteld, pas daarna heb ik er met mijn papa over gepraat. En tegen alle verwachtingen in, nam mijn papa het beter op dan mijn mama. Ze heeft mij dat toen nooit laten merken, maar achteraf heeft ze me bekend dat zij het daar de eerste weken erg moeilijk mee heeft gehad.’

‘Omdat Greet ook tennist, begrijpt zij als geen ander hoe mijn leven in elkaar zit.’


Was je bang voor de reacties van de buitenwereld op jouw relatie?

‘Ik kon dat toch moeilijk inschatten. Maar toen mijn ouders en familie eenmaal op de hoogte waren, hebben Greet en ik ons niet langer meer verstopt. En meteen kregen we overwegend positieve reacties en wensten heel veel mensen mij alle geluk toe met Greet. Dat deed toen heel veel plezier.’

En wat maakt Greet nu de ideale vrouw voor jou?

‘Greet is ook tennisster en begrijpt perfect hoe mijn leven in elkaar zit. Dat vind ik een heel groot pluspunt. Het is voor mijn ouders heel lang een grote angst geweest dat ik verliefd zou worden op een jongen die het niet zou snappen dat ik zoveel naar het buitenland moet voor mijn job, bijvoorbeeld. Greet gaat nu ook volop voor een profcarrière. Samen kunnen we daar heel goed over praten, en we kunnen perfect met onze problemen bij elkaar terecht als het even tegenzit. Dat komt onze relatie alleen maar ten goede. En Greet is natuurlijk ook gewoon heel lief en grappig.’

Hoe zijn jullie eigenlijk voor elkaar gevallen?

‘Eerst waren we alleen goede vrienden. Greet had zelfs een relatie met een jongen toen ik haar leerde kennen. Maar tegen alle verwachtingen in zijn wij naar elkaar toe gegroeid. Op de duur was de aantrekkingskracht tussen ons zo sterk dat ik gewoon, zonder daar verder over na te denken, initiatief genomen heb. En daar hebben we nu, twee jaar later, nog geen moment spijt van gehad.‘

Greet is duidelijk je grote liefde. Zie jij jezelf ooit trouwen met haar?

‘Ja, absoluut. Daar hebben we het zelfs al over gehad. Maar we zijn nog jong, hé. Greet is zelfs nog een beetje jonger dan ik. Maar we kijken wel al naar de toekomst en daar zie ik zelfs ook kinderen bij. Want dat is vandaag voor twee vrouwen ook geen probleem meer, natuurlijk. Ik zou heel graag mama worden. En ook mijn mama kan haast niet meer wachten om kleinkinderen te krijgen.’

‘Hoe wij thuis de boel op orde houden met zulke drukke agenda’s? Met hulp van de mama (lacht)!’


Vraagt een onregelmatig leven als dat van jou niet extra inspanningen om een relatie in stand te houden?

‘Dat is zo. Maar we kennen elkaars ambities en willen ook allebei voor elkaar dat we daar kunnen in slagen. Daarom proberen we onze agenda’s zodanig te plannen dat we zo veel mogelijk tijd samen kunnen doorbrengen. Ik verblijf nu voor en aantal weken in Amerika en dan komt Greet me na drie weken bezoeken en trainen we twee weken samen. Daarna speel ik een tornooi samen met Greet. Aansluitend speelt zij een tornooi alleen en vertrek ik voor vijf weken naar Azië.’

Hoe houden jullie tijdens die lange afwezigheid contact?

‘We appen, sms’en of facetimen zo goed als dagelijks, afhankelijk van hoeveel tijdsverschil er op dat moment is. Maar dat is niet altijd gemakkelijk. Veel mensen onderschatten dat soms. Maar uiteindelijk went het wel. De tijd die we wel samen kunnen doorbrengen, proberen we ook écht altijd samen te zijn. Dat doet veel.’

En hoe houden jullie thuis de boel op orde, met twee zulke onregelmatige agenda’s?

‘Met hulp van de mama (lacht). Voor de was en strijk steekt zij gelukkig nog regelmatig een hand toe. En voor de administratieve en financiële kant van de zaak kan ik altijd op het advies en de hulp van papa rekenen. Voor de rest verdelen Greet en ik vrij goed de taken. Greet is snel bij mij komen wonen, toen ik nog thuis woonde. En sinds we onze eigen stek hebben, is het natuurlijk nog gezelliger geworden.’

Je kwartfinale in Roland Garros leverde je plots € 250.000 op. Hoe groot was de verleiding om dat geld meteen stevig te laten rollen?

‘Ik heb nooit de behoefte gehad om veel geld uit te geven. Integendeel zelfs. Mijn vader heeft me meteen het advies gegeven om mijn geld goed te beleggen en dat vond ik prima zo. Omdat het een interessante investering was, en mijn vader als immobiliënmakelaar me daar perfect kon in adviseren, heb ik wel vrij snel een eigen appartement gekocht. Maar verder heb ik eigenlijk nog geen grote uitgaven gedaan. Met een kleding- en autosponsor is dat op dit ogenblik ook niet nodig.’

Je hebt geen guilty pleasures die best wat mogen kosten.

‘Eigenlijk niet. Ik ben van nature vrij spaarzaam. Alleen aan een cinemabezoek, lekker etentje of uitstapje met Greet, daar durf ik geld aan uit te geven. Daar kan ik ook echt van genieten, en dat mag dan iets kosten.

© Tine Schoemaker

En wat is voor jou de ideale ontspanning als er niet getennist of getraind hoeft te worden?

‘In mijn vrije tijd ben ik graag bij mijn familie, ga ik wandelen met de hond, of met Greet naar andere tennissers kijken. Een hele dag thuiszitten, dat kan ik niet. Ook in onze vrije tijd blijven wij graag rondhangen in het tenniswereldje. Ik vind niks zo leuk als een tennismatch bekijken. Daarom ben ik er nu ook al helemaal van overtuigd dat ik na mijn profcarrière tenniscoach wil worden. En als ik in het land ben, spreek ik op vrijdagavond ook graag af met vrienden.’

Hoe moeilijk is het om vriendschappen in stand te houden met zo een onregelmatig leven?

‘Dat is niet simpel. Ik heb dan ook maar een paar echt goede vrienden. Mensen die een totaal andere leven lijden dan ik. Maar dat maakt het elke keer boeiend als we elkaar terug zien. We hebben elkaar altijd heel veel te vertellen.’

Je huidige trainer voorspelt jou een geweldige carrière. Hij ziet jou in de top 10 van de wereld terechtkomen. Hoe denk je daar zelf over?

‘Mijn trainer is inderdaad supergemotiveerd. Hij ziet enorm veel potentieel, en die instelling heeft natuurlijk een positieve invloed op mij. Ook naast de tennisbaan klikt het goed tussen ons, en dat is toch wel belangrijk als je zoveel tijd samen moet doorbrengen. We praten heel veel over mijn professionele toekomst, zonder dat hij mij daarmee onder druk zet. Ik ben nog jong, dus ik heb nog tijd. Maar ik werk er wel keihard voor.’

Jij traint of speelt nu al een aantal jaar dag in dag uit. Wordt dat op sommige momenten niet te veel?

‘Nee, daarvoor tennis ik gewoon te graag. Zelfs tijdens vakantieperiodes kan ik het tennis moeilijk loslaten en wil ik me niet laten gaan. Ik kan een week niet tennissen, maar ik blijf dan wel sporten, mijn conditie onderhouden en op mijn voeding letten. Alles loslaten kan ik niet langer dan drie dagen.’

‘Mijn achtste finale in Wimbledon was mooi, daar mag wel een kwart-, halve of misschien zelfs finale op volgen.’


Moet jij hard letten op je lijn?

‘Natuurlijk kan ik niet elke dag frieten eten. Daar let ik wel op. Maar als toptennisser train ik zo veel, dat ik ook heel veel calorieën verbrand. En dan is het niet erg om af en toe ook een goed stuk chocolade te eten bijvoorbeeld, of gesuikerde cornflakes te nemen als ontbijt. Ik bezondig mij af en toe ook aan een dessertje. Ik ben ook maar een mens. Alleen alcohol drink ik nooit. Maar dat zegt me ook gewoon niets. Chocolade vind ik het moeilijkste om daar mate in te houden. Maar ik ken het geluk dat ik mager gebouwd ben. Als kind was ik zelfs erg skinny. Ik heb eigenlijk nooit echt moeten letten op de lijn. Maar toch hou ik mijn gewicht streng onder controle. Ik sta elke dag op de weegschaal. Die controle willen houden is gewoon eigen aan een topsporter.’

Met dergelijke controle leg je jezelf wel erg veel druk op. Ga je daar soms niet aan ten onder?

‘Die periodes zijn er in het verleden inderdaad geweest. Het is moeilijk om constant op hoog niveau te blijven presteren. Als je vandaag een tornooi wint, wacht er twee dagen later al de start van een nieuw tornooi, waar je weer van voor af aan moet beginnen. Daarbij komt nog eens dat je minstens een top 60-plaats moet blijven behouden om goed te kunnen leven van de sport. De sponsors stellen vaak hoge eisen. En je rankings van het voorbije jaar moet je telkens opnieuw verdedigen. Er komen zoveel factoren bij kijken die voor onafgebroken druk zorgen, dat het mij anderhalf jaar geleden, bijna allemaal even te veel werd. Bijna heb ik zelfs op het punt gestaan om een streep te trekken onder mijn carrière. Ik sliep bijzonder slecht, heb tien dagen niet getraind en was zo op dat ik op de duur meer zat te huilen dan iets anders. Gelukkig kon ik op dat moment heel veel praten met Greet en mijn ouders, en kon ik rekenen op mijn sportpsycholoog. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat ik weer de goesting kreeg om de draad terug op te pikken.’

En wat is voor jou nu nog de ultieme ambitie?

‘Een plaats in de top 20 zou ik toch nog graag bereiken. Mijn achtste finale in Wimbledon was mooi. Hopelijk mag daar nu een kwart-, halve of misschien zelfs finale op volgen. Ik werk er keihard voor, dus het zou in principe moeten kunnen. Maar we zien wel. Ik kan niet meer dan mijn best doen. Ik beleef op dit moment nog altijd veel plezier in het tennis en sta terug heel gelukkig in het leven, en dat is nog altijd het belangrijkste.’

 

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content