Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© LolaLiza

Femke is één van de drie winnaars van The LolaLiza Fashion School en loopt momenteel stage in Parijs bij Jean Paul Gaultier.

Femke Thijs (23): ‘Ik klop extreem lange dagen, zeker nu de hautecoutureshow eraan komt’

Chloë Foubert
Chloë Foubert Modejournalist

Een paar maanden geleden ging LolaLiza op zoek naar nieuw ontwerptalent. Uit meer dan honderd inschrijvingen en na een intensieve bootcamp zijn de drie winnaars bekend. Femke Thijs is één van hen en wist de jury met haar jurk te verbluffen: ‘Ik heb veel gewerkt met roze, een kleur die vrij specifiek gekozen is.’

Waarom besloot je je kans te wagen voor de LolaLiza Fashion School?

‘Als jong ontwerper is het bijzonder moeilijk om naam te maken. Zeker als je net van de schoolbanken komt. Het is belangrijk dat mensen je kunnen linken aan een product, jouw signatuur als het ware. LolaLiza heeft een groot en uiteenlopend publiek, dus dat helpt wel om naamsbekendheid te creëren. Bovendien is het heel duur om een ontwerp in productie te laten gaan, zeker op zelfstandige basis, waardoor je als beginnend ontwerper niet echt veel marge hebt. LolaLiza maakte dan ook in veel modescholen reclame, om zoveel mogelijk ontwerpers aan te spreken. Ik heb de oproep daarentegen gewoon op Facebook gespot, aangezien ik in het buitenland zit.

Geen Belgische modeschool voor jou?

‘Mijn pad is nogal atypisch. (lacht) Ik heb twee jaar aan het KASK in Gent gestudeerd, maar na mijn tweede jaar heb ik een tussenjaar genomen. Het is altijd al mijn grote droom geweest om naar Parijs te trekken en er aan een modeschool les te kunnen volgen. Die droom kost uiteraard geld. Veel geld, dus ging ik werken. Overdag was ik als verkoopster te vinden bij & Other Stories, ’s nachts werkte ik in de fabriek bij Volvo. Toen ik mijn centjes uiteindelijk bij elkaar verdiend had, ben ik gestart op ESMOD, een Franse privéschool voor mode. Ik ben er ingestroomd in mijn tweede jaar en momenteel werk ik er mijn derde bachelorjaar af.’

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Van een kledingwinkel naar een autofabriek, dat lijkt me een compleet andere wereld?

‘Het contrast kon inderdaad niet groter. Veel mensen verklaarden me dan ook voor gek dat ik ’s nachts bij Volvo ging werken, maar fabrieken hebben me altijd al geboeid. Ook toen we bij LolaLiza een onderdompeling in de productionele processen kregen, luisterde ik heel aandachtig. Ontwerper zijn is niet gewoon iets tekenen dat mooi is. Voor mij is dat ook bezig zijn met je stof én de mensen die je product uiteindelijk maken. Het contact met de mensen in de autofabriek was super. Het was voor mij echt een onvergetelijke ervaring en en ik denk dat het belangrijk is om als mens verschillende ervaringen op te doen in het leven.’

Waar heb je je inspiratie gehaald voor je LolaLiza-jurk?

‘Eigenlijk bij mijn eindejaarscollectie. In het derde jaar op ESMOD kan je een specialisatie kiezen. Ik ben voor Nouvelle Haute Couture gegaan, daarbij inspireer je je op hautecouture, maar probeer je het tegelijkertijd te moderniseren. In het begin van het jaar hadden we een opdracht rond kleur waarvoor we objecten moesten zoeken die ons inspireerden qua kleurencombinaties. Ik wandel heel graag rond in Parijs en er zijn hier heel veel bloemenwinkels, maar één specifieke in het negende arrondissement is echt de max. Ik ben er met mijn fototoestel beelden beginnen maken. Mijn docent vond ze prachtig en adviseerde me om er verder mee aan de slag te gaan. Zo ben ik ermee beginnen spelen in Photoshop en ben ik op de print gekomen. Het is eigenlijk een grote blow-up of zoom van een bloem, een soort van vervaging.’

Het wordt dus een kleurrijke jurk?

‘Deels. Mijn ontwerp bestaat eigenlijk uit twee stuks. Ik heb me geïnspireerd op the little black dress, wat toch wel een iconisch stuk is voor veel vrouwen. Bovendien past elegantere feestkledij helemaal binnen mijn stijl. Al wilde ik hem wel graag heruitvinden. Het resultaat? Een kort, zwart jurkje met daarover een mouwloze cape waarop mijn print prijkt. De lichtroze pioenen op een zwarte achtergrond zorgen voor een drama-effect en dat maakt het enorm interessant om naar te kijken. Je kan ook spelen met je outfit, want je zit niet vast op één vorm. Het is bedoeld als een ensemble, maar je kan het jurkje en de cape ook perfect los van elkaar dragen.’

Wat vond je de grootste uitdaging om te ontwerpen voor LolaLiza?

‘Mijn visie combineren met die van LolaLiza. Ze wilden uiteraard niet de typische LolaLiza-jurken zien, maar het ontwerp moet natuurlijk wel hun publiek aanspreken. Van alleen ontwerpen naar voor iemand ontwerpen was dus wel een beetje een uitdaging. Al is het een goeie oefening, want later ontwerp je vaak voor een visie die er al jaar en dag is.’

LolaLiza

Heb je tijdens het proces weleens advies gevraagd aan iemand uit jouw omgeving?

‘Oh ja! Ik ben begonnen met inspiratiebeelden te zoeken van dingen die ik mooi vind. Met dat moodboard en het eerste silhouet trok ik vervolgens naar mijn mama én mijn beste vriendin. Een bewuste keuze, want ik wilde weten of het iedereen zou aanspreken. Zowel iemand van 25 als iemand van 56 jaar oud. Het is een bijzonder goeie zelfreflectie. Als ontwerper zit je zo nauw op je schetsen dat je het soms niet meer ziet. Wanneer iemand anders eens een mening geeft, geeft dat vaak ruimte tot verbetering. Niet dat ik altijd luister hoor (lacht).’

Je bent momenteel aan de slag als studio-assistent voor Jean Paul Gaultier. Hoe loopt dat?

‘Zeer interessant, maar ook zeer intensief. Tijdens mijn sollicitatiegesprek vroegen ze me al of ik flexibel ben. Wat ik ben, want ik heb geen gezin om voor te zorgen, maar ik klop echt extreem lange dagen. Zeker nu de hautecoutureshow eraan komt, op 25 januari om precies te zijn. Jean Paul is op pensioen dus elk jaar wordt de hautecoutureshow gepresenteerd in de vorm van een collab, een ontwerper die zijn visie geeft over Jean Paul Gaultier. Dit jaar is dat met de Nederlandse ontwerper Haider Ackermann. Ik werk daarvoor persoonlijk samen met de ontwerper, zijn assistent en mijn baas. Zo assisteer ik bij fittings, help ik met beslissingen maken rond kleuren... Ik vertrek om negen uur ’s morgens en trek pas om half tien ’s avonds de deur van mijn appartement weer achter me dicht. De ergste dagen moeten trouwens nog komen. Ik heb gehoord van collega’s dat tijdens de vorige collectie met Olivier Rousteing, creative director bij Balmain, alle assistenten de dagen vlak voor de show ook ’s nachts bleven. Mijn slaapzak ligt dus al klaar.’

Ze zeggen weleens dat de modewereld bijzonder hard is. Klopt dat naar jouw gevoel?

‘Triest om te zeggen, maar ja. Ik antwoord daar liever eerlijk op. Iedereen wil het maken in het wereldje en daarvoor gaan ze ver. Het is logisch dat je jezelf niet wegsteekt – dat doe ik trouwens ook niet – maar wat ik al heb meegemaakt op die korte tijd is ongezien. Je moet jezelf echt wel kunnen verweren. Ontwerpen is mijn grootste passie en ik doe het met heel veel liefde, maar het is lang niet zo evident om voor modemerken te werken. Zo heb ik hard moeten knokken om deze stage te krijgen. Tijdens de zomermaanden solliciteren, is sowieso al niet makkelijk en je staat daar ook niet alleen. Er zijn heel veel kandidaten, maar er zijn vaak maar één of twee stoelen. Het is al mooi dat ik dat heb mogen doen als ervaring. Dingen die ik bij Jean Paul Gaultier leer, begin ik nu al te gebruiken in andere dingen.’

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Zie je jezelf in Parijs blijven wonen?

‘Momenteel zit ik hier goed. Ik vind Parijs een mooie en leuke stad, al is het niet evident om hier te wonen. Parijs slorpt je energie dagelijks op, maar je krijgt hier wel veel kansen. Ik ontmoet hier mensen die ik in Gent bijvoorbeeld niet zo makkelijk zou ontmoeten. Mijn droom was om hier te komen studeren, maar of ik hier voor eeuwig wil blijven, kan ik niet met zekerheid zeggen. Ik ga waar er kansen zijn om door te groeien in merken die ik met trots wil vertegenwoordigen. Een markt die me de laatste jaren wel enorm is gaan boeien, is de Deense markt.’

Omwille van de duurzaamheid?

‘Niet in het bijzonder. Zij hebben simpelweg een andere visie op mode en ik merk dat die visie hier nu ook enorm begint aan te slaan. Merken als Ganni, Cecilie Bahnsen en Acne Studios hadden hier vorige jaren nog niet zoveel fans, maar dankzij Copenhagen Fashion Week, wat steeds meer in de picture komt te staan, boomen ze nu plots wel. Het lijkt me leuk om me voor kleinere merken in te zetten. Ook omdat je daar nog veel creatieve vrijheid hebt. Iets wat bij de klassiekere labels veel minder het geval is.’

Femke, ik moet het je vragen. Wat vind je van een serie als ‘Emily in Paris’?

‘Haha, hier in Frankrijk moeten ze er echt niet van weten. Maar écht niet! Ze vinden het helemaal geen leuke serie. Het grappige is wel dat ze zeggen dat ze er niet naar kijken, maar het stiekem allemaal wel doen. Ik vind het persoonlijk wel een leuke serie. Toegegeven, het verhaal is af en toe een beetje onrealistisch, maar ik ben zeker fan van de kleren erin. De makers werken dan ook samen met dezelfde styliste als in Sex and the City: Patricia Field.’

Wat vind je van de outfitcombinaties van Emily en co?

‘Ik vind ze heel inspirerend, zelfs voor mezelf. Het laat de kijkers ook zien dat het al eens wat uitbundiger mag zijn en het niet altijd bij elkaar hoeft te passen. Mode draait om fun. Ik vind wel dat ze nog meer kleine labels zouden mogen promoten. Al hebben ze het zeker ook geprobeerd. Het Ateljé-hoesje van Mindy’s gsm bijvoorbeeld. Er zit in het tweede seizoen ook wat meer Franse trots, zoals een lichtgroene handtas van Alphonse Maitrepierre. Er zit zelfs iets van Jean Paul Gaultier in. Mindy heeft in een scène een lichtgroen maatpakje aan met daarbij een wit zeilershoedje. Als je goed kijkt staat er Jean Paul Gaultier op geborduurd. De hoedjes liggen bij ons op kantoor. Ik ken er heel het productieproces van (lacht)!

© Netflix

Emily schuimt ook heel wat Parijse hotspots af in de serie. Waar kunnen we jou zoal vinden in de stad?

‘Om te shoppen, trek ik vaak naar Super Vintage in het tiende arrondissement. Daar kan je echt hele coole vintage stukken op de kop tikken, soms een beetje gek wel. Voor opkomende merken snuister ik dan weer graag rond bij The Market, gelegen op de vierde verdieping van het warenhuis Printemps. Hier vind je een fijne selectie jonge labels die hun business vaak op Instagram startten. Lunchen (en dineren) doe ik graag bij Brasserie Rosie, waar je smult van de echte Franse keuken aan een degelijke prijs. Voor een heerlijke kop koffie moet je dan weer bij KB Coffee aan Bastille zijn.’

Tot slot: waar droom je nog van?

‘Dezelfde droom die ik een aantal jaar geleden al had. Ik zeg niet dat ik ontwerper moet worden of mijn eigen label moet hebben. Mijn droom is algemener. Ik wil gewoon een plaatsje in het modevlak kunnen bemachtigen, in het creatieve team natuurlijk. Al ben ik me er zeker van bewust dat ik het warm water niet meer zal uitvinden. We zien wel waar de toekomst me brengt. Ik denk dat ik gelukkig mag zijn als ik al een job in de mode kan vinden waarmee ik mijn boterham kan verdienen. Zeker als het voor een merk is waarvan de ontwerpen me echt gelukkig maken.’

De ontwerpen van Femke en de andere twee winnaars kan je vanaf 11 mei in de LolaLiza-winkels ontdekken.

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' ' '