Home Columns COLUMN: ‘Mijn dochter kent Jezus enkel uit “Bakske vol met stro” van...

COLUMN: ‘Mijn dochter kent Jezus enkel uit “Bakske vol met stro” van Urbanus’

'Als Flo vraagt naar wat er gebeurt met mensen nadat ze overleden zijn, heb ik geen geruststellend verhaal in de aanbieding.'

Lien is een ploetermoeder van twee, loving wife, trotse nerd én boss lady met een zwak voor gefrituurde snacks. Ze is verliefd op mooie zinnen en heeft naar eigen zeggen veel te veel meningen.

‘Wie is dat, mama?’ Ik zit de krant te lezen. In de cultuursectie staat een schilderij van Maria afgedrukt. Priemend met haar vingertje op de neus van de Heilige Maagd, kijkt Flo me vragend aan. ‘Dat is de mama van Jezus’, antwoord ik. ‘Jezus?’, ze kijkt verward, waarna er vervolgens een lichtje aangaat. ‘Oh ja, Maria uit Jezeke is geboren, hallelujah, hallo!’ Ze lijkt tevreden met die conclusie en gaat verder spelen. Ja, mijn dochter kent Jezus enkel uit ‘Bakske vol met stro’ van Urbanus. En uit de kerststal die elk jaar aan de kerk opduikt, maar niet onder onze kerstboom staat.

Bovenstaande conversatie komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. Mijn man noch ikzelf zijn gelovig, maar werden wel in modale
christelijke gezinnen geboren. Gedoopt, catechese gevolgd, kopje van het schaap afgehakt op het feest voor ons vormsel, u kent het wel. Als kind geloofde ik ook lang in God en heb ik zelfs een tijdje braaf elke dag een gebedje opgezegd om de Heilige Vader te bedanken voor al mijn speelgoed en snoep.

Nog veel ingrijpender bleek de eerste keer dat Flo vroeg naar het hiernamaals.

Vandaag ga ik enkel nog naar de kerk voor heel blije – huwelijken – of heel droeve – begrafenissen – gebeurtenissen. Ik geloof niet meer in een hiernamaals of een sturende kracht, en mijn man ook niet. Wij geloven enkel nog dat goed doen voor je naaste uit de mens zelf moet komen. Je zou daar geen straffende God voor nodig moeten hebben. Onze mening, no offence voor wie een andere is toegedaan.

Voor we kinderen kregen, leek het ons dan ook evident dat we hen ook vrijzinnig zouden opvoeden. Maar nu Flo vijf is, blijkt die keuze toch allesomvattender dan gedacht. Want het is één ding dat je kind Maria enkel kent uit het liedje van Urbanus, of dat je moet uitleggen wat een god eigenlijk is en waarom zoveel mensen geloven dat goden echt bestaan (en dat ze niet enkel in Vaiana voorkomen en vuurspuwen). Nog veel ingrijpender bleek de eerste keer dat Flo vroeg naar het hiernamaals. Toen ik diezelfde vraag stelde op haar leeftijd, kreeg ik een antwoord waarin mij – als ik braaf was – een hemel werd beloofd waar het altijd mooi weer was, en waar ik iedereen die vóór mij zou sterven, zou terugzien.

En nu ik mama ben, begrijp ik steeds meer waarom zoveel mensen vasthouden aan dat referentiekader. Als Flo vraagt naar wat er gebeurt met mensen nadat ze overleden zijn, heb ik geen geruststellend verhaal in de aanbieding. Ik kan niet anders dan antwoorden: ‘Niks, denk ik’. En als ze vervolgens vraagt of zij en ik elkaar nog gaan terugzien als we dood zijn: ‘Ik denk het niet’. Dat dat best hard is om je kind te vertellen, hoef ik hopelijk niet uit te leggen. Is het voldoende om dan toch maar mee te gaan in het geloof in een genadige God? Dat dan ook weer niet. Maar evident, dat is het allerminst.

Deze column verscheen in Flair op 12 december 2017.

Meer columns van Lien lezen:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.