Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...

Taalnazi's irriteren zich nooit aan fouten. Waarom niet? Omdat 'irriteren' geen wederkerend werkwoord is.

9 terugkerende taalfouten waarvan taalnazi’s het enorm op de heupen krijgen

Bij de conclusie van de wetenschappelijke studie die zegt dat wij taalnazi’s onprettige mensen zijn, leggen we ons met plezier neer. Want een leven waarin we anderen níet meer op hun taalfouten mogen wijzen, dat zou pas pijnlijk zijn. Wat zeg ik? Onleefbaar.

In de hoop zelfs maar één taalbarbaar iets te kunnen bijleren of een collega-taalnazi gewoon het gevoel te geven dat hij of zij niet alleen is in de strijd voor het behoud van onze Nederlandse taal, lijsten we de vaakst voorkomende en ongelooflijk irritante euvels op. Want nee, grammatica en spelling zijn niet voor interpretatie vatbaar, het is niet ‘allemaal hetzelfde’ en het maakt wel degelijk iets uit.

1. Stop met die spaties!

Tegenwoordig lees je, zie je en hoor je bijna meer Engels dan Nederlands, en dat begint gevolgen te hebben voor onze taal. Zo worden samenstellingen plots overal – zelfs op nieuwssites – in twee of drie woorden geschreven, terwijl dit gewoon niet mogelijk is in het Nederlands. Als je ons een euro gaf voor elke keer dat we twee bij elkaar horende substantieven naast elkaar zagen zweven in een zin, waren we ondertussen miljonairs.

Dus alsjeblieft: het mag dan wel een make-up brush zijn in het Engels, wij gebruiken een make-upborstel. Zelfs als dat vervelende rode lijntje verschijnt wanneer je ’t typt.

https://twitter.com/eetschrijver/status/895363917811154944

2. Cadeau’s > cadeaus

Nog zoiets waar we waarschijnlijk door de invloed van het Engels heel erg mee sukkelen: de -s genitief (bezit) en -s meervoud. Die mogen in veel gevallen gewoon aan het woord vast, maar toch schrijven heel wat mensen ze altijd met een apostrof – zoals in het Engels. We zullen zeker niet beweren dat de regels simpel zijn, maar even googelen kan geen kwaad, toch? Voor nu is het misschien al mooi om te onthouden dat het wel degelijk cadeaus en bureaus is.

3. Die verdomde dt-regel

Met stip op één, waar ze ongetwijfeld voor altijd zullen blijven staan: de dt-fouten. Niets dat een taalnazi meer op z’n paard krijgt dan een afspraak die ‘geannuleert’, ‘verandert’ of – erger nog – ‘gewijzigdt’ wordt. Een mens zou van minder blind worden.

4. U/uw, jou/jouw

U bent geen taalnazi, als u haren niet overeind gaan staan van de fout die we heel bewust in deze zin zetten. Het bezittelijk voornaamwoord krijgt de -w, het persoonlijk voornaamwoord niet. Simpel, toch?

5. Taalnazi’s irriteren zich nooit

Nope, wij irriteren ons nooit aan taalfouten. Waarom niet? Omdat je je niet kán irriteren aan iets, want het is geen wederkerend werkwoord. Taalnazi’s ergeren zich aan taalfouten, en taalfouten irriteren hen.

6. Zowiezo/zo wie zo/zoiezo

Het is sowieso een van de vaakst gebruikte én vaakst fout geschreven woorden in de Nederlandse taal. Want ondanks het feit dat je twee keer een ‘z’ hoort, schrijf je beide keren een ‘s’ in ‘sowieso’. We hebben nooit beweerd dat de Nederlandse taal logisch is, natuurlijk.

7. ‘Dit is men mening.’ 

‘Het is maar Facebook, dat maakt toch niet uit.’ Het is een excuus dat we nog willen aanvaarden voor afkortingen zoals ’tis’ of ‘idd’. Maar ‘men’ schrijven voor het bezittelijke voornaamwoord ‘mijn’ is gewoon je reinste onzin. Ten eerste telt het maar één luttel lettertje minder dan de originele term. Ten tweede ben je even lang bezig als je de correcte vorm ‘m’n’ typt. En ten derde: ‘men’ is een bestaand woord en het is niet bezittelijk! Stop the madness, people.

https://giphy.com/gifs/season-9-episode-15-bravo-xUA7b4ALChx9x5kJ8c

8. Eens ≠ is

Ooit een sprookje horen beginnen met ‘Er was is...’? Wij ook niet. Dat komt omdat ‘is’ geen synoniem is van ‘eens’, maar spreektaal. Zeg het gerust, maar schrijf het alsjeblieft niet in een formele tekst. Gaan we dat afspreken?

9. ‘Ik zei dat voor te lachen.’

Again: spreektaal. Wanneer je doel uitgedrukt wordt met een werkwoord, is ‘om’ het juiste voorzetsel. ‘Ik nam de gieter om de planten water te geven.’ ‘Voor’ gebruik je enkel voor een substantief, zoals: ‘Ik nam water voor de planten.’ Mierenneukers, wij?

Meer voor taalliefhebbers:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

FLAIR STORIES

Partner Content

' ' ' '