Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© Tim De Backer

Leen schreef een boek over angsten, 'Asem', met persoonlijke getuigenissen van onder anderen Herman Brusselmans en Nathalie Meskens.

INTERVIEW: Leen Dendievel (34) over haar angsten: ‘Het gaat over. Echt’

Theatermaakster, ‘Thuis’-actrice, sinds kort halve trouwboek van Udo en met haar tweede boek ‘Asem’ ook officieel schrijfster. Dat is Leen Dendievel. Wat ze ook is? Gewoon een vrouw die praat over haar angsten.


‘Je hart gaat als een razende tekeer, zweetparels op je voorhoofd, een ijzeren gordijn blokkeert je borstkas en je longen zijn te klein om te ademen. Ga je dood? Ben je ziek? Of gewoon gek?’ De tekst op de achterflap van het boek ‘Asem’ beschrijft perfect datgene waar we allemaal weleens mee te maken krijgen: paniek.

Maar de tekst stelt ook gerust met het vervolg: ‘Neen, je gaat niet dood, toch nu nog niet. Je bent bang, in paniek. Je lijf wil je iets vertellen.’ Oef. Naar schatting heeft de helft van de bevolking last van een of meerdere angsten. Ook Leen. Reden genoeg voor de ‘Thuis’-actrice om zich te verdiepen in die angsten en in boekvorm op zoek te gaan naar de oorzaak van haar paniekaanvallen. En naar een oplossing.

https://www.instagram.com/p/BnT5LnVAi2Z/

Als die oplossing kan liggen in een toast eggs benedict vergezeld van een lekkere kop koffie, is ze alvast goed bezig. Op haar gezicht dan ook geen paniek te bespeuren wanneer we haar spreken. Na die toast, tijdens de koffie. Ze ziet er calm and collected uit. Helemaal zoals het grote publiek haar kent. En toch... In het boek beschrijft ze hoe angst op een bepaald moment haar leven beheerste. Calm and collected? Nope, alleen nog blinde paniek.

Je getikte hart ging je levensritme verstoren, zo zeg je het in het boek. Was het dan zo onleefbaar geworden?

‘Twee jaar geleden kreeg ik last van paniekaanvallen. Ze kwamen en gingen. Vooral ‘s nachts, als ik eigenlijk ontspannen moest zijn. Dan schoot ik plots wakker met een hart dat als een gek tekeerging, ik zweette en dacht dat ik ging flauwvallen. Alsof ik geen lucht meer kreeg en er duizend kilo op mijn borstkas rustte. Ik had geen idee wat er met me gebeurde en ik dacht iedere keer dat ik ging sterven aan een hartaanval. Tot iemand me zei dat ik waarschijnlijk last had van anxiety, angst. Op zich was dat een geruststelling, want ik zou er niet meteen aan sterven. Maar het zette me wel aan het denken.’

Ik ga het liefst tot de essentie, smalltalk is niks voor mij.


‘Waar kwamen die paniekaanvallen vandaan? Ik begon veel te lezen en na te denken over mezelf. Ik herkende mezelf namelijk niet in de paniekaanvallen. Ik ben positief ingesteld en kijk vooruit. En dan dat. Dat klopte niet. Uiteindelijk kwam ik tot een soort voor-en-na-verhaal. Er was de Leen voor de bekendheid die me overviel sinds mijn rol in ‘Thuis’, en er was de Leen na die bekendheid. En die laatste kreeg dus last van paniekaanvallen. Plots besefte ik dat ik al twee jaar hard aan het gaan was en dat mijn lichaam me ingehaald had.’

En dan moet je daar dus iets aan doen. Maar wat?

‘Dat was exact de vraag die ik me stelde, al voelde ik instinctief wel aan wat een deel van het antwoord was. Ik moest het rustiger aan doen, mijn agenda beter beheren en aan mezelf denken. Ik wilde ook weten wat het systeem achter die paniek was, dus ik begon research te doen en van alles op te schrijven in een boekje. Hoe meer ik dat deed en hoe duidelijker alles voor mij werd, hoe meer ik dacht dat anderen dat ook wilden weten. Ik had niet gedacht dat ik na ‘Hard’ nog een boek zou schrijven, maar het kwam als vanzelf.’

Je staat dan ook niet alleen op de wereld met die angsten.

‘Net daarom. Zodra ik openlijk over mijn angsten sprak, kwamen er steeds meer verhalen van anderen boven, omdat ze er toen pas over durfden te praten. Veel mensen houden hun angsten voor zich omdat ze bang zijn om als labiel bestempeld te worden of om niet serieus genomen te worden. Net daarom staan er in het boek ook getuigenissen van bekende Vlamingen, zoals Herman Brusselmans en Nathalie Meskens. In de ogen van het publiek zijn dat supermensen, maar ook zij zijn ooit overvallen door angst. En iedereen is bovenop zijn angst ook nog eens bang dat het nooit overgaat.’

Maar gaat het ooit echt over?

‘Ja. Sven de Ridder, mijn sparringpartner in dit verhaal, vertelde me ooit dat het overging. Ik geloofde hem nochtans niet. Dat kon niet. Maar het is echt zo. Omdat je weet wat het is, leer je ermee leven en gaat het over. Ik vergelijk zo’n paniek­aanval met een slapende arm. Als kind word je wakker met zo’n slapende arm en weet je niet wat je overkomt. Als volwassene weet je dat je arm even gaat tintelen, maar ook dat het voorbijgaat. Met een paniekaanval is het net zo.’

Zou je jezelf omschrijven als een bang persoon?

‘Nee, integendeel. Ik ben nooit een bang persoon geweest. Ik durf mensen aan te spreken, durf deuren open en dicht te doen, durf risico’s te nemen... Ik ben actrice geworden, een groter risico kan je bijna niet nemen (lacht). Maar ik ben wél een denker, een perfectionist en een piekeraar. Ik lig van veel dingen wakker. Dankzij het schrijven van het boek weet ik nu dus waar die angst bij mij vandaan komt. Het is een combinatie van mijn karakter en gebeurtenissen.’

Allemaal sterven op ons 80ste en dan op de laatste dag een groot feest geven, dat zou ik een fijne zekerheid vinden.


Hoe kan je die angst omschrijven?

‘Het is een soort angst voor de dood. Of beter gezegd: angst om iemand achter te laten. Sinds ik samen ben met Udo, heb ik een enorme angst om dood te gaan. Ik wil hem niet alleen laten. En ik heb nog zo veel te doen, zo veel plannen. Ik besef misschien ook te goed dat het zomaar allemaal gedaan kan zijn. Vorig jaar is een vriend onverwacht overleden, en dat opent je ogen. Ik heb me lang afgevraagd vanwaar die schrik kwam.’

https://www.instagram.com/p/BmvLk76ipFp/

‘Voor het boek ben ik gaan praten met filosoof Stefaan Van Brabandt, en hij heeft me een heldere uitleg kunnen geven. Tegenwoordig hebben we ruimte om ons leven in te vullen met dingen die we graag doen. En als het ons niet aanstaat, stoppen we ermee. We hebben dat leven zelf te goed ingericht, en daarom willen we er zo hard aan vasthouden, daarom mag het licht nog niet uit. Bij mij is het dan nog zo dat de perfectionist in mij dat licht zelf wil uitdoen. Ik zou het fijn vinden als er een zekerheid bestond over de dood. Dat we bijvoorbeeld allemaal sowieso sterven als we 80 jaar zijn. En dat we op de laatste dag een groot feest geven om ons leven te vieren. Daarna gaan we slapen en worden we niet meer wakker.’

Je hebt je eerder al uitgesproken over euthanasie tijdens een debat in ‘Van Gils & Gasten’.

‘Klopt. We kiezen er niet voor om op de wereld gezet te worden, maar we mogen toch zelf ons einde kiezen, ongeacht je leeftijd? Er zijn zo veel ongelukkige jongeren die uit het leven stappen, maar die misschien echt nog geholpen zouden kunnen worden. En als na begeleiding blijkt dat dat niet zo is, zouden ze op een waardige manier hun lijden moeten kunnen stoppen. Dat is hard en dat zijn dingen die mensen niet in de mond durven te nemen, maar ik doe dat wel.’

Beide boeken gaan in zekere zin over de psyche van de mens. Je bent enkele jaren geleden ook afgestudeerd als assistent in de psychologie. Vanwaar die interesse?

‘Ik ben altijd al erg nieuwsgierig geweest naar de mens, hoe we denken, wat er met ons gebeurt... Ik zou ook nog heel graag filosofie studeren, maar dan als vrije student. Die examens hoeven niet meer voor mij (lacht). Ik wil constant input krijgen, bezig blijven en kennis verwerven. Dat geeft me energie. Die opleiding in de psychologie was heel fijn omdat ik na een werkdag in een klas terechtkwam met een kapper, een leraar, een timmerman... Het waren allemaal mensen die zich graag wilden bijscholen of een andere richting uit wilden gaan met hun leven. We konden praten over andere dingen. Het was een andere wereld naast onze eigen wereld.’

Zoek je in vriendschappen ook steeds die meerwaarde?

‘Sowieso. Ik zal nooit zomaar praatjes maken over het weer. Meestal heb ik dadelijk een diep gesprek met iemand, zelfs als ik die persoon pas leer kennen. Smalltalk is niets voor mij. Ik ga vandaag niet meer bewust vrienden maken, ik héb leuke vrienden. Maar soms kom ik iemand tegen met wie het vanzelf verdergaat. Dat is fijn.’

Hoe maak jij je hoofd leeg?

‘Ik wandel vaak. En als ik ergens arriveer met de wagen en nog geen zin heb in mensen, blijf ik soms gewoon tien minuten in de wagen zitten. Ik probeer goed te plannen en weinig tijd te verliezen. Slapen helpt ook, het liefst zonder de wekker te zetten voor de ochtend erna. Ik neem de tijd voor dingen die ik graag doe. We hebben maar één leven, dan mag je volgens mij wel wat tijd nemen.’

En we mogen meer nee zeggen, beweer je in het boek. Is dat iets wat je zelf hebt moeten leren?

‘Op de meeste vlakken kon ik altijd wel goed mijn grenzen aangeven, maar op werkgebied had ik het daar moeilijker mee. Ik kon me snel schuldig voelen als ik iets niet had gedaan. Het is misschien onnozel, maar ik kan niet voor iedereen filmpjes maken. Vaak vragen mensen me om iets in te spreken voor vrienden, voor iemand die ziek is, voor een koppel dat zo veel jaar getrouwd is, noem maar op. Op den duur zat ik op mijn enige vrije dag in de week alleen nog filmpjes te maken...’

‘Ik voelde dat ik ook tijd voor mezelf nodig had, al was het om banale dingen te doen, zoals de krant lezen of in de zetel zitten om een boek te lezen. Ik heb daarom moeten leren af en toe nee te zeggen, maar het blijft moeilijk. Dan vind ik het makkelijker om nee te zeggen wanneer mensen vragen om nog door te zakken na een voorstelling. Vroeger deed ik dat wel, omdat ik toen nog niet werd aangeklampt door mensen, hoe goedbedoeld ook. Dan kon ik cava drinken en met collega’s babbelen, maar nu is dat anders. Als ik weet dat er geen mensen zullen zijn die ik persoonlijk ken, ga ik via de achterdeur naar huis. En dat is oké. Andere mensen gaan na hun werk toch ook gewoon naar huis? Als iets je meer energie kost dan dat je ervan krijgt, zeg er dan nee tegen.’

Droom. Leef. En wie weet komt datgene wat je zo graag wil, wel op je pad.


Kan je nu zeggen dat je jezelf goed kent?

‘Ik denk dat ik mezelf hiervoor al goed kende. Alleen dat ene aspect van mezelf was nog onbekend terrein. Ik wist dat ik soms de ruimte moet nemen om alleen te zijn, soms bewust lawaai uitschakel en niet graag heb dat mensen op mijn vingers kijken. Maar ik weet nu waarom ik dat allemaal doe: omdat ik in bepaalde mate hooggevoelig ben. Nu ken ik mezelf dus nog beter dan voordien, en dat is fijn. Ik heb iets negatiefs kunnen ombuigen in iets positiefs. En dat is de bedoeling, want zo zit ik elkaar.’

Zie je jezelf nu ook als schrijfster?

‘Ik heb twee boeken geschreven, dus ik denk dat ik mezelf nu wel zo mag noemen. Bij ‘Hard’ dacht ik nog dat het onderwerp zich er gewoon toe leende om te schrijven op mijn manier. Maar ondertussen merk ik toch dat ik een eigen stijl en stempel heb. En dat ik graag schrijf. Ik wil zeker geen soort van reeks maken en ik wil me niet vastpinnen op iets, maar ik wil wel proberen om een roman te schrijven. Ik verzamel al een tijdje dingen rond een bepaald thema en er zit een verhaal in mijn hoofd. Als het nog meer gaat kriebelen, zal ik het misschien proberen. En als het niet lukt, gaat het gewoon de vuilbak in. Dat is ook oké. Het is gewoon al fijn om een plan te hebben, om perspectief te hebben en in de toekomst te kijken.’

En om te dromen?

‘Natuurlijk, ik doe niets liever dan dromen, het liefst zo groot mogelijk. Dat zou iedereen moeten doen. Droom gewoon. Leef. En wie weet komt datgene wat je zo graag wil, wel op je pad.’

 

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' ' '