Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© Robbe Vandegehuchte

'Niemand weet wat er hierna gebeurt, maar wat ik wel weet, is dat mijn kinderen tenminste veilig zijn.'

Vluchten voor je leven: Larysa (31) en haar twee kinderen moesten halsoverkop vertrekken uit Oekraïne

De redactie

Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, veranderde het leven van Larysa (31), moeder van Demian (4) en Daryna (2), volledig. Opeens moest ze haar koffers pakken en haar echtgenoot vaarwel zeggen.

‘Ik was thuis met mijn gezin. Het was 6 uur ’s morgens en iedereen lag nog in bed, toen we opeens wakker werden gebeld. Het was een goede vriend. Hij vroeg ons om de computer op te starten en naar het nieuws te kijken. Zijn stem trilde. “Het is zover”, raasde hij aan de tele­foon. “De oorlog is begonnen.” Mijn man en ik keken elkaar wezenloos aan. Wat we vermoedden, werd plotsklaps werkelijkheid: Rusland valt Oekraïne aan.’

‘Na het telefoongesprek raakte ik in paniek. Ik begon zenuwachtig te ijsberen en wist eerst niet wat te doen: vluchten, vechten of schuilen? Op dat moment kon ik niet helder nadenken. Het ongeloof was te groot en een be­klemmend gevoel besloop mijn lichaam. Mijn man zei dat de Russische bommen op slechts zestig kilometer van onze woonplaats Chernivtsi neervielen. Ze legden de dichtstbij­zijnde luchthaven volledig in de as, waardoor onze thuisstad niet meer veilig was. De oorlogstoestand was te risicovol. Ik moest mijn twee kinderen Demian (4) en Daryna (2) in vei­ligheid brengen. Vluchten naar het buitenland was de enige veilige optie. In een mum van tijd veranderde ons leven compleet. Het was een grote schok.

Dat Rusland Oekraïne binnenviel, verraste me echter niet. De oorlog hing al maanden in de lucht, we waren voorbereid op het ergste.

Voorbereid op het ergste

‘Dat Rusland Oekraïne binnenviel, verraste me echter niet. De oorlog hing al maanden in de lucht, we waren voorbereid op het ergste. Sinds Rusland begin februari militaire troepen naar de grens stuurde, wisten we dat er iets ging gebeuren. Het enige wat we niet wisten, was waar en wanneer. Iedereen had het over een moge­lijke aanval. Daarom had ik voor de zekerheid al mijn grote reiskoffers ingepakt met kleding en essentiële spullen. Onze koffers stonden al klaar vóór de oorlog effectief uitbrak.’

‘Een paar uur na de bombardementen belde ik mijn oudere broer op, die al acht jaar in België verblijft voor zijn werk. Hij had de nieuwsbeelden intussen al opgepikt. In alle haast bespraken we de noodsituatie en beslisten we dat ik met mijn kinderen naar België zou reizen. We maakten ons op voor een lange tocht. We konden elk ogenblik vertrekken, en veel tijd om afscheid te nemen van mijn echtgenoot was er niet. Op 25 februari, de volgende ochtend, vluchtten we uit Oekraïne. Het was de dag waarop ik mijn echtgenoot voor de laatste keer in levenden lijve zag. Meereizen kon hij helaas niet, hij bleef achter om te vechten aan het front. Dat enerzijds door de wet die elke Oekraïense man verbiedt te vluchten en anderzijds omdat hij net zoals zijn broer en grootvader niet wilde vertrekken. Zelfs al zou mijn man kunnen, dan nog zou hij nergens anders heen willen. Hij wil zijn cultuur verdedigen en koste wat het kost Oekraïne beschermen.’

Robbe Vandegehuchte

‘Sinds ons vertrek waakt hij over de stad Chernivtsi, patrouilleert hij ’s nachts door de leeg­ lopende straten en helpt hij overdag burgers. Hij is lid van het officiële leger en de lokale gebiedsverdediging. Mijn man is trouwens lang niet de enige die trots is dat hij mag vechten voor zijn vaderland. Nu staan er duizenden Oekra­ïense mannen in de rij aan te schuiven. Allemaal willen ze in het leger. Veel andere keuzes in tijden van rampspoed zijn er tenslotte niet.’

Acht uur wandelen richting grens

‘Natuurlijk ben ik bang om hem te verliezen, maar ik neem vrede met zijn moedige beslissing. Zijn overlevingskracht heeft me bovendien door deze zware trektocht geloodst. Samen met mijn twee kinderen wandelden we acht zenuwslopende uren richting de Roemeense grens. Die lag ongeveer veertig kilometer van ons verwijderd. Dat we te voet waren, was maar goed ook: kilometerslange files zouden de reis twee dagen langer hebben gemaakt. Doordat de grenspolitie elke voorbijganger moest controleren, was er chaos alom.’

In het licht van de gebeurtenissen was ik zo bang dat Russische militairen ons plotseling vanuit het bos zouden beschieten of dat vliegtuigen vlak boven ons bommen zouden droppen.

Onderweg naar veilige oorden ontmoette ik een heleboel Oekraïners van over het hele land. We waren met honderden. Vrouwen, jonge kinderen en ouderen. De meesten kwamen uit Kiev of Charkiv, het meest getroffen gebied in het oosten van het land. Net zoals wij grepen zij de kans om het land te ontvluchten. Ik was lang niet de enige, iedereen wilde ontsnappen aan het geweld. Iedereen was op zoek naar een gevoel van veiligheid. En dat veilig gevoel ervoer ik pas toen we heelhuids in Roemenië aankwamen. In het licht van de gebeurtenissen was ik zo bang dat Russische militairen ons plotseling vanuit het bos zouden beschieten of dat vliegtuigen vlak boven ons bommen zouden droppen. Dat was mijn grootste vrees. Mijn eerste voetstappen op Roemeense bodem waren daarom on­ vergetelijk. De opluchting was groot. Door de enorme ontlading kon ik mijn tranen niet meer bedwingen.’

‘Een grote last viel van mijn schouders. Aan de grens wer­den we door een massa vrijwilligers opgewacht. Ze heetten ons allemaal welkom. Ik voelde me eindelijk niet meer alleen. Ze probeerden me te troosten en deden al het moge­lijke. Ze gaven me eten en drinken, en boden pampers aan. Terwijl sommigen spelletjes speelden met de kinderen, zochten anderen naar een plek om de komende dagen te overnachten. Niet veel later konden we bij een lieve Roemeense dame terecht. We verbleven in een kleine dorpsstad in afwachting van onze vlucht.’

Bikkelharde asielprocedure

‘Drie dagen later trof ik mijn broer en schoonzus aan in de luchthaven van Brussel. Het was een emotioneel weerzien. Geen woorden kunnen uitleggen hoe dankbaar ik ben. Dankzij hen heb ik een toevluchtsoord. Zonder hen zou ik Oekraïne nooit hebben verlaten, want het land ont­vluchten met twee peuters aan je zijde is geen sine­cure. Het is niet zo dat je voor enkele weken op vakantie gaat. Je verlaat je land en laat alles holderdebolder achter. Wie weet keer je nooit meer terug. Wie weet wat er nog komt, het zijn onzekere tijden...’

Robbe Vandegehuchte

‘Dat geldt overigens niet alleen voor ons, maar voor alle mensen die op de vlucht zijn voor buitensporig geweld. Sommige ontheemden trekken naar een land waar ze niets of niemand kennen. Dat moet ongetwijfeld heel beangstigend zijn. Ik heb het geluk gehad dat mijn broer in het buitenland woont en werkt. Dat hij en zijn vrouw ons kunnen opvangen. Ik heb mogelijkheden, maar niet iedereen heeft dezelfde kansen, dat mogen we niet vergeten. Je komt als buitenstaander terecht in een land met een ander administratiesysteem en een versnipperde taalpolitiek. Ik spreek alleen Oekraïens en beschik daardoor over bitter weinig informatie. Gelukkig wist mijn broer van aanpakken en hielp hij me met de asielprocedure. Enkele dagen geleden bracht hij me naar het aanmeldcentrum voor vluchtelingen in het Klein Kasteeltje te Brussel. Daar kwamen we vroeg in de ochtend aan, maar toen ik de ellenlange rij zag staan, zakte de moed mij in de schoenen. Honderden vluchtelingen waren ons al voor. Sommigen stonden daar al 24 uur te wachten. Ik dacht echt dat we daar de nacht zouden moeten doorbrengen.’

Niemand weet wat er hierna gebeurt, maar wat ik wel weet, is dat mijn kinderen tenminste veilig zijn. Voor nu is dat het enige wat telt

‘Samen met mijn kinderen hebben we uren in de koude gewacht. Tot plotseling een hulpverlener zag dat ik jonge kinderen bij me had en zei dat ik in het rijtje van de kwets­ baren moest staan. Er stonden ongeveer zo’n 350 gezinnen voor ons. Allemaal Oekraïners. Dat mijn naam vroeger werd afgeroepen dan voorzien, was puur geluk. Door de vergissing van Fedasil bespaarde ik tijd en kon ik sneller mijn asielaanvraag indienen. Ik had het geluk om het in vijf uur te kunnen doen. Diegenen die niet aan de beurt kwamen, hadden grote pech. Zij werden weggestuurd en aangemaand om het de volgende dag opnieuw te proberen. Dat was bikkelhard.’

Vrijwilligerswerk als afleiding

‘Nu is het twee maanden af­wachten geblazen. Dan krijg ik normaal gezien een tijdelijke verblijfstitel en kan ik mijn vroegere job als accountant weer uitvoeren. In die tussentijd zet ik mee mijn schouders onder de inzamelactie die mijn schoonzus coördineert in de Sint­ Salvatorkerk van Gent. Medicijnen, pampers en eten worden ingezameld voor burgers in Oekraïne. Het is een goede bliksemafleider om de gruwelijke beelden die door mijn hoofd spoken te vergeten. Ik volg het nieuws en zie de toestand escaleren: vernielde ziekenhuizen, beschadigde kraamafdelingen en massale burgerslachtoffers. Dagelijks zie ik hoe alles in Oekraïne aan flarden wordt geschoten. Daarom ben ik blij met mijn beslissing. Hoe moeilijk het ook was om mijn man achter te laten, het was de juiste keuze. Elke dag proberen we hem te bellen. Meestal lukt dat, maar soms ook niet. De sirenes die mensen waar­ schuwen voor aanvallen loeien vaak, waardoor hij zich moet verstoppen in een bunker. Er is geen verbinding, dan moet hij geduldig wachten tot de kust veilig is. Mijn man leeft van dag tot dag. Niemand weet wat er hierna gebeurt, maar wat ik wel weet, is dat mijn kinderen tenminste veilig zijn. Voor nu is dat het enige wat telt.’

Robbe Vandegehuchte
Eugenie D’Hooghe

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

FLAIR STORIES

Partner Content

' ' '