https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...

De voorbije weken is het aantal incidenten met huiselijk geweld aanzienlijk gestegen, meldt hulplijn 1712. Febe werd als kind dagelijks geconfronteerd met ruzies en geweld.

Febe (25): ‘Vaak ging ik tussen mama en papa in staan, zodat hij haar niet zou slaan’



 Scheiden doet lijden, hoor je weleens. Maar soms wil je als kind niets liever dan dat je ouders uit elkaar gaan. Want wat als je elke dag geconfronteerd wordt met ruzies en geweld? Febe (25) vertelt hoe het haar hele leven heeft beïnvloed.



‘Ik ben als kind financieel nooit iets tekortgekomen. Ik droeg de duurste en mooiste merkkleren, stapte op mijn zestiende pas voor het eerst een Zara binnen. Ik had verschillende paarden in de stal in onze achtertuin en ik kreeg al het speelgoed en de spullen die ik wenste. Maar al die luxe kon niet compenseren wat ik miste aan warmte en veiligheid in mijn leven. Gelukkig vond ik wél warmte en liefde bij mijn paarden.’

Uitschelden voor hoer


‘Ik kan me niets anders herinneren dan dat er ruzie was thuis. Constant ruzie. Niet dat die ruzie altijd escaleerde, maar de keren dat ik mijn vader mijn moeder heb horen uitmaken voor hoer, zijn ontelbaar. Een onbezorgde kindertijd heb ik zeker niet gehad, want ook ik kreeg bijna dagelijks te horen dat ik lui was en dom en niks waard. Vooral dat ik lui was, dat kon hij niet genoeg herhalen.’

Mijn vader maakte mijn moeder constant uit voor hoer, en ook ik kreeg bijna dagelijks te horen dat ik lui was en dom en niks waard.


‘De grote boosdoener is dus absoluut mijn papa. Ik zal niet zeggen dat mama zonder fouten was, maar het was mijn vader die veruit het meest agressief was en bovendien niet terugdeinsde voor fysiek geweld. Zo vaak ging ik tussen mama en papa in staan, probeerde ik tussenbeide te komen, ervoor te zorgen dat het stopte. Meer dan eens heb ik als kind mijn vader geslagen, ook al deed het hem niets omdat ik zo klein was. Ik wilde niks liever dan dat het zou stoppen, dat ze uit elkaar zouden gaan. Maar het duurde nog jaren voor ze daadwerkelijk scheidden.’

Schone schijn


‘De mishandeling van mama ging ver, heel ver. Zo mocht ze zich alleen op bepaalde momenten in de week wassen. Ze mocht zich niet kleden hoe ze wilde, en mocht alleen lange rokken of broeken dragen. Vrienden of vriendinnen had ze niet meer, daar had mijn vader voor gezorgd. En dan waren er nog de talloze keren dat ze klappen moest incasseren… Nochtans leken we voor de buitenwereld een doorsneegezin. Ik weet niet of iemand echt besefte wat er zich binnen onze muren afspeelde. Heel veel mensen hadden en hebben mijn vader graag: hij is grappig, joviaal, tof. Kwam hij ergens aan, dan had iedereen het wel geweten. Maar van mama hoorde ik dat er ook mensen waren die hem niet moesten. Op een gegeven moment waarschuwde een kennis mama zelfs dat ze bij papa weg moest gaan, dat ze dit niet kon blijven pikken. Dus ja, sommigen doorprikten de schone schijn wel, maar niemand greep in.’

Gesloten deur


‘Op mijn achtste stuurde mama me op internaat. Dat vond ik eerst echt verschrikkelijk, ik wilde helemaal niet gaan, maar ik moest. Ik besef nu dat mama dat deed om goed te doen, om me te beschermen. Maar toen had ik het daar heel moeilijk mee. Ik zag alleen maar de negatieve kanten, terwijl het achteraf gezien wellicht mijn redding is geweest. Zeker toen ik nog in de lagere school zat, kon ik de situatie thuis daardoor beter van mij afzetten. Kwam ik op school aan, dan draaide ik die knop om en deed ik alsof er niets aan de hand was. Dan was ik de vrolijke Febe. Maar moest ik weer naar huis, dan sloeg de angst me om het hart. Ik was zo, zo bang dat ik op een dag thuis zou komen en zou ontdekken dat er iets gebeurd was met mama, dat ze er niet meer zou zijn. Dat ik haar niet had kunnen beschermen.’

Ik vond het vreselijk dat ik op kostschool moest, ook al deed mama dat om goed te doen. Ik wilde thuis zijn om haar te beschermen.


‘Zo herinner ik me nog dat ik op een avond ontdekte dat de slaapkamerdeur van mijn ouders op slot was. Die deur was nooit op slot. Ik begon als een gek op die deur te slaan en te roepen. Ik was zo over mijn toeren dat ik begon te hyperventileren en mijn ouders met mij naar het ziekenhuis moesten. Die angst, alleen maar omdat de deur dicht was en ik niet bij mama kon zijn om haar te beschermen, terwijl ik me niet eens herinner of er écht ruzie was geweest. Maar het idee alleen al was genoeg om me te doen panikeren.’

Geen woord


‘Dat vrolijke en onbezonnen gevoel dat ik in de lagere school nog lange tijd had, verdween helemaal toen ik in het middelbaar zat. Op een bepaald moment begon ik te zwijgen. Tijdens de pauzes stond ik wel bij mijn vrienden, maar echt aanwezig was ik niet. Ik zei geen woord. Alsof ik op een andere planeet zat, dat gevoel had ik. Ik heb zoveel geluk gehad dat ik toen goeie vrienden had, dat ik goed omringd was. Zij hebben zoveel voor mij gedaan. Alleen al het feit dat ik nooit alleen heb moeten staan op de speelplaats, heeft heel veel voor mij betekend. Want ik was zo, zo stil, zo timide. Geen woord kwam er uit mijn mond. Maar ondanks de plotse ommekeer, het enorme verschil tussen wie ik was als kind en wie als puber, heeft nooit iemand geweten wat er thuis aan de hand was. In het eerste middelbaar heb ik een keer iets verteld tegen een goeie vriendin. Maar het is bij die ene keer gebleven. We waren nog zo jong. Later liet ik eens iets ontvallen tegen de directrice, maar de school kende mijn ouders goed, natuurlijk grepen ze niet in. Niemand geloofde dat wat ik vertelde waar was, denk ik: naar de buitenwereld toe waren we een normaal gezin.Had de directie me toch maar geloofd.’

Einde school


‘Pas toen ik een jaar of vijftien was, vond mama eindelijk de moed om bij papa weg te gaan. Ik voelde me opgelucht, ik vroeg er al zo lang om. Mama had altijd gezegd dat ze liever niet weg wilde gaan bij papa, omdat ik dan al mijn paarden moest achterlaten en ze wist hoeveel pijn me dat zou doen. Maar uiteindelijk was dat ook maar een excuus in mijn ogen. Gek genoeg besloot ik eerst om niet mee te verhuizen met mama: ik woonde op fietsafstand van mijn nieuwe school en vrienden, en ook mijn paarden waren bij papa. Dus bleef ik. Bovendien kon ik bij hem volledig mijn zin doen, iets wat ik op die leeftijd gewoonweg makkelijk vond. Maar uiteindelijk verhuisde ik alsnog naar mama. Alleen: het werkte niet, mama en ik onder één dak. Ik was zoveel vrijheid gewoon, was heel erg zelfstandig geworden door al die jaren op internaat, terwijl mama me plots wilde bemoederen. Dat had ze – op die manier – nog nooit gedaan. Dus vond ik er niet beter op dan een vriendje te zoeken dat alleen woonde, zodat ik bij hem kon intrekken. Ik was amper zestien. Ik verhuisde naar een stad verder weg, veranderde opnieuw van school en begon te werken als jobstudent.’

Het werkte niet, mama en ik onder één dak. Ik was heel erg zelfstandig geworden door al die jaren op internaat, terwijl mama me plots wilde bemoederen.


‘Dat die relatie fout zou lopen, hoeft geen wonder te heten: ik was helemaal niet om de juiste redenen bij hem. Dus trok ik in bij een collega en kon ik niet anders dan alsmaar harder te beginnen werken om alles te bekostigen. Ik moest wel. Een paar maanden voor ik zou afstuderen liep het fout: ik moest mijn eindwerk bijna indienen, maar had nog geen letter op papier gezet. In paniek ging ik langs bij de directie en legde ik uit dat het mij niet zou lukken en dat ik zou moeten stoppen. Jammer genoeg heeft de directeur niet naar een oplossing gezocht, en probeerde hij me niet te overtuigen dat ik zo dicht bij het einde maar beter kon blijven. Hij schreef me meteen uit en mijn schoolloopbaan was een paar minuten later helemaal afgelopen.’

Geluk


‘Ik begon fulltime te werken in de horeca. Na anderhalf jaar startte ik met volwassenenonderwijs in de hoop zo alsnog mijn diploma te kunnen halen. Met succes! Ik haalde eindelijk mijn diploma secundair onderwijs en kreeg de kans om me ook buiten de horeca te bewijzen, in een bedrijf. Enkele maanden later begon ik naast mijn job ook een werktraject aan de hogeschool. Nu werk ik fulltime en gaat zowat al mijn vrije tijd op aan studeren. Over twee jaar hoop ik mijn bachelor te halen, en ik droom ervan om ook daarna nog verder te studeren, aan de unief. Ik blijf ambitieus. Misschien wil ik gewoon zeggen: “Ik ben niet lui!”?

Cirkel doorbroken


‘Veel dingen die vroeger zijn gebeurd, herinner ik me niet meer. Ik heb er zelfs al aan gedacht om me te laten hypnotiseren, om de volledige waarheid te kennen naast enkel die herinneringen. In de loop der jaren heb ik een afstand gecreëerd, geleerd om de dingen anders te bekijken. Ik heb de cirkel kunnen doorbreken. Mijn mama niet, zij valt nog altijd op hetzelfde type agressieve, manipulatieve man, gaat schijnbaar nog steeds op zoek naar de miserie die ook zij al kende van in haar jeugd. Op een bepaald moment heb ik haar zelfs moeten chanteren door te zeggen dat ik haar niet langer wilde zien als ze bij haar toenmalige vriend bleef. Het was de enige manier om dat af te dwingen, en ik deed het alleen maar om haar te beschermen.’

Ik heb de cirkel kunnen doorbreken. Mijn mama niet, zij valt nog altijd op hetzelfde type agressieve, manipulatieve man.

Geen contact


‘Met mijn vader heb ik geen contact meer. Hij heeft ook zelf nooit nog contact gezocht. Zag ik hem dan toch nog eens, dan ging hij heel bewust in conflict met mij, en dat hoeft niet meer voor mij. Een van de laatste keren dat ik voor zijn deur stond om bij mijn paarden langs te gaan, vroeg hij door de videofoon wie ik was. Euh, jouw dochter? Papa heeft ook nooit erkend dat hij in de fout is gegaan, en zegt nu zelfs dat het mijn moeders schuld is dat ik hem niet meer wil zien. Ik hoor ook dat hij in het dorp waar hij woont, vertelt dat ik een ondankbaar kind ben. Ik had toch alles wat ik wilde, waarom ben ik dan vertrokken? Zelfs nu, zoveel jaren later, maakt hij me nog altijd zwart. Ook met mama heb ik nog steeds geen ‘normale’ band, want anders dan je zou vermoeden, heeft wat we hebben meegemaakt ons niet dichter bij elkaar gebracht – integendeel. Ik zie mijn moeder graag, en ik zal er altijd voor haar zijn, maar ik voel er niet zoveel bij. De laatste tijd, als ik vertrek, geeft ze me een knuffel, en eerlijk? Ik vind dat verschrikkelijk. Dat voelt helemaal niet natuurlijk aan. Toch ben ik ervan overtuigd dat het feit dat ik zo vroeg uit huis ben gegaan onze relatie heeft gered. Was dat niet gebeurd, dan waren de dingen vermoedelijk zo geëscaleerd dat ik geen contact meer zou hebben gewild. Terwijl we nu ons best doen om geregeld af te spreken.’

Achterstand


‘Boos ben ik niet meer, zelfs niet op papa. Ik neem hem dingen kwalijk, omdat onze thuissituatie zelfs nadat ik weg was mijn leven heeft beïnvloed en me heeft gemaakt tot wie ik ben. Ik heb het moeilijk om me open te stellen voor anderen, ben nog steeds heel timide, en hou altijd een afstand als ik iemand leer kennen. Ik sta achter in mijn leven, ook al ben ik dat volop aan het inhalen. Ik doe nu alles tegelijk: werken, studeren, een huis kopen. Ik had zo graag zorgeloos gestudeerd, jong geweest. Dát neem ik hem kwalijk. Het liefst van al zou ik willen dat hij sterft, moet ik zeggen, en liever vandaag dan morgen. Alleen zo kan ik dat hoofdstuk van mijn leven afsluiten. Want opgelost zal dit nooit geraken. Hij gaat me niet op een dag bellen en zich verontschuldigen.En het heeft ook geen zin om dingen uit te spreken tegen hem, ik kan evengoed tegen een muur praten. Mijn moeder was een hoer, zei hij altijd. Wat gaat hij dan zeggen als ik dat aankaart ? “Ze heeft het verdiend?”’

Wat is geluk?


‘Ik ben blij met waar ik nu sta in mijn leven, fier op alles wat ik al heb gerealiseerd. Maar of ik gelukkig ben? Geen idee, ik weet niet wat dat is: gelukkig zijn. Ik vraag me al heel lang of ik dat ooit wél zal weten. Misschien ben ik daar niet, of niet meer, toe in staat. Ik heb nu nochtans alles wat me blij zou moeten maken: een goeie job, financiële stabiliteit, een dak boven mijn hoofd, een vriend, school. Daar ben ik trots op. Maar de weg hiernaartoe was zeker niet makkelijk of eenvoudig. Ik heb keihard moeten knokken, heb het vaak heel moeilijk gehad – ook financieel. Maar het is me gelukt. Net daarom vertel ik mijn verhaal: omdat ik hoop dat ik anderen in beweging kan zetten. Dat ik misschien één iemand kan overtuigen om weg te gaan bij haar gewelddadige vriend, want hoe groot is de kans écht dat het geweld stopt? Of dat ik een kind kan overtuigen haar of zijn verhaal te doen, desnoods te schreeuwen om hulp. Misschien had het mijn mama of mij destijds ook wel geholpen?’

 

Heb je een vermoeden van geweld binnen een gezin in je omgeving of krijg je zelf te maken met intrafamiliaal geweld? Bij de hulplijn 1712 kan je terecht voor advies, een verwijzing naar gespecialiseerde diensten of gewoon een babbel. Praten werkt en het kan geheel anoniem!


 

Meer straffe verhalen: 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content