Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
anais marathon

‘Sinds ik in New York woon, word ik constant om de oren geslagen met “marathon dit, marathon dat”.’

Anaïs: ‘Toen ik wilde opgeven, dacht ik aan mijn goede vriendin die opnieuw moest leren stappen’

Chloë Foubert
Chloë Foubert Modejournalist

Anaïs verhuisde voor de liefde naar New York. Terwijl ze daar haar leven opbouwt, de stad ontdekt en nieuwe vrienden maakt, mist ze soms de oude, zoals Arkasha.

Liefste Anaïs,

Ik heb mezelf overtroffen en iets gepresteerd wat ik totaal niet had verwacht. Het zit zo: sinds ik in New York woon, word ik constant om de oren geslagen met ‘marathon dit, marathon dat’. Het is alsof de rest er zelfs niet toe doet. Dan sta je daar als certified kombuchaconnaisseur of met je passie voor urban gardening, maar het enige wat telt, is of je al dan niet een marathon loopt. En liefst meerdere, als het even kan.

Volgzaam en beïnvloedbaar als ik ben, voelde ik me geïnspireerd door die meute renners door de stad, dus werd ik er zelf ook eentje. In al m’n optimisme mocht ik er zelfs een artikel over schrijven voor dit blad, want ik beloofde dat ik de lezers zou meenemen in mijn training naar die ellenlange 42 kilometer. Nu ben ik sowieso niet vies van eender welk excuus om alsnog in de zetel te blijven liggen – ‘Ik heb precies wat buikpijn’ is mijn favoriet – maar dat een kleine foetus roet in het eten kwam gooien, vind ik persoonlijk wel een goeie.

Nog voor ik wist dat ik zwanger was, had ik me ingeschreven voor de halve marathon, als voorbereiding op die hele. Maar zoals dat gaat met grote commerciële organisaties, kan je bij afzegging fluiten naar je inschrijvingsgeld, zelfs al heb je de afgelopen zestien weken je keel rauw gekotst en sleep je een energievretend passagiertje mee. En dus stonden mijn lief en ik – na goedkeuring van de dokter – op zondagochtend samen aan de start in Prospect Park.

Traag maar gestaag, met slechts één doel voor ogen: mezelf en die foetus trots maken.

Fysiek voelde ik me wonderbaarlijk fris, mentaal was ik voorbereid op het ergste. ‘Waarschijnlijk stop ik al na dertig minuten’, zei ik zo nonchalant mogelijk, knabbelend aan een energiereep. Maar toen stonden daar in Downtown Brooklyn de liefste supporters met een briefje, een banaan en een volgeklad karton waarop heel groot ‘Run Baby Run!’ stond geschreven. En toen ik wilde opgeven omdat m’n benen het bijna gingen begeven, zo rond kilometer dertien, dacht ik aan mijn goede vriendin die na een lange ziekenhuisopname opnieuw moest leren stappen, en besefte ik dat ik blij mag zijn dat ik dit zomaar kan doen.

En terwijl ik vermoeid over Times Square slenterde, werd ik emotioneel door de vele onbekenden die me aanmoedigden en me toeriepen dat ik er bijna was. En dus wandelde ik verder. Traag maar gestaag, met slechts één doel voor ogen: mezelf en die foetus trots maken. Het was dan ook een heuse opluchting toen ik de eindmeet in Central Park bereikte en uitgeput in de armen van mijn lief mocht vallen. Dus, Karel Sabbe (zeventiende persoon ooit om de finish van de Barkley Marathons – gelijk aan 160 km en twee Mount Everests – te halen) en Lotte De Vet (die het wereldrecord marathonlopen met een rolstoel verbrak), ik weet hoe jullie je voelen. Of toch bijna.

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' '