Home Straf Verhaal Politie-inspecteur Valerie (35) raakte bijna besmet met hiv

Politie-inspecteur Valerie (35) raakte bijna besmet met hiv

‘Ineens riep de vrouw dat ze seropositief was en ons met opzet zou besmetten.’

Tijdens een interventie kwam politie-inspecteur Valerie (35) in aanraking met een seropositieve vechtersbaas. ‘Er werd me op het hart gedrukt dat de kans klein was dat ik besmet was geraakt met hiv. Maar de onzekerheid bleef knagen…’

‘Als tiener wilde ik in het leger. Niet lang daarna droomde ik ervan om politie-inspecteur te worden. Een beslissing waar mijn ouders niet echt achter stonden, dus motiveerden ze me om aan de studie ergotherapie te beginnen. Dat bleek al snel niet echt iets voor mij te zijn, maar ik behaalde mijn diploma en schreef me meteen daarna in aan de politieschool. Zodra ik het diploma van politie-inspecteur op zak had, ben ik als interventie-inspecteur aan de slag gegaan.

Kwam er een oproep binnen via het nummer 112, dan trokken mijn collega en ik eropuit. Winkeldiefstallen, vechtpartijen, inbraken, moorden, familieproblemen of een loslopende hond… Van de meest banale feiten tot de zwaarste criminele daden, wij kwamen als eerste ter plaatse. Elke dag belandde ik in een andere situatie, de ene al gevaarlijker dan de andere. Maar als prille twintiger schrok het risico dat daarmee gepaard ging me niet af. Ik ging volop voor mijn job.’

Ernstige bedreigingen en sociale drama’s

‘Mijn leven is niet elke dag in gevaar geweest, maar toch heb ik in korte tijd veel meegemaakt als interventie-inspecteur. Ik heb verschillende bedreigingen meegemaakt in hele gevaarlijke situaties en ben regelmatig geconfronteerd geweest met zware sociale drama’s. Zo werd ik ooit opgeroepen voor problemen aan de uitgang van een dancing. Een gast die zwaar onder invloed was van drank en drugs, stond met een ijzeren staaf in het rond te zwaaien en ging volledig uit zijn dak. We hebben die kerel vrij snel kunnen overmeesteren, maar zonder gevaar voor ons eigen leven was die interventie niet.

Ook die keer toen een man zijn omgeving bedreigde met een pistool, zal ik ook niet snel vergeten. Achteraf bleek dat het om een alarmpistool ging en was het gevaar niet zo groot als we oorspronkelijk hadden ingeschat. Gelukkig zijn mijn collega en ik er toen in geslaagd om rustig te blijven, zodat we ons wapen niet hebben gebruikt. Er ging geen week voorbij zonder een interventie waarmee gevaar gemoeid was, maar meestal slaagden we erin om die tot een goed einde te brengen en kwamen mijn collega en ik er zonder veel kleerscheuren van af. Tot die ene bewuste dag…’

Eenvoudige interventie werd zwaar gevecht

‘Er kwam een oproep binnen voor een dronken vrouw die ’s nachts de rust verstoorde. Al snel zagen we de vrouw over straat zwalpen en herkenden we haar. De dame was al meermaals in aanraking gekomen met de politie en woonde in de buurt. Op een rustige manier hebben we haar benaderd en voorgesteld om haar naar huis te brengen, maar dat zag zij niet zitten. Ze wilde het koste wat het kost haar tocht langs de plaatselijke cafés verderzetten. Toen mijn collega haar rustig bij de arm nam, werd ze woedend. Onmiddellijk begon ze wild in het rond te slaan, probeerde ze ons zo veel mogelijk te krabben en bijten, en ging ze als een razende tekeer. Wat in eerste instantie een eenvoudige interventie leek, mondde al snel uit in een ernstig gevecht.

De vrouw was vrij groot en zwaar van gestalte en was erg sterk. Omdat het zomer was – en dus erg warm – droegen mijn collega en ik korte mouwen. In een mum van tijd zaten onze armen onder de bijt- en krabwonden. Versterking oproepen was niet gelukt, omdat alle collega’s bezet waren. Pas na veel moeite kregen we de dame in de combi en konden we haar meenemen naar het bureau om haar op te sluiten in een van onze cellen. Zodra we op kantoor waren, leek de vrouw, die zelf ook zwaar onder de bloedsporen zat, een beetje gekalmeerd.

Er ging geen week voorbij zonder gevaarlijke interventie, maar als prille twintiger schrok dat me niet af.

Tot we haar handboeien wilden losmaken. Ineens haalde ze zwaar naar ons uit en begon ze te roepen dat ze seropositief was en ons met opzet zou besmetten. Mijn collega en ik deinsden meteen achteruit, maar uiteraard moesten wij onze job blijven uitvoeren, dus fouilleerden we de dame en deden we ons uiterste best om haar zo snel mogelijk veilig en wel de cel in te krijgen. Pas enkele minuten later keken mijn collega en ik elkaar aan en vroegen we ons af hoeveel er precies van waar zou zijn. Al snel werden we uit onze onzekerheid gehaald. Een collega kwam de kamer binnen en vertelde nietsvermoedend dat de man van de dame gebeld had om te melden dat ze dringend haar aidsremmers moest nemen. In één klap leek het alsof de grond onder onze voeten wegzakte en zagen we ons leven in een flits aan ons voorbijgaan.’

Besmet met hiv?

‘Ik was net een nieuwe relatie gestart, met mijn huidige echtgenoot. We waren drie maanden samen. Eindelijk had ik het gevoel dat ik de man van mijn leven was tegengekomen, en ik moest hem al meteen vertellen dat mijn leven misschien in gevaar was, en dat we om zijn leven te beschermen, erg voorzichtig moesten zijn met seks. Mijn man vond het sowieso al niet zo fijn dat ik als politie- inspecteur werkte, dus het was een gesprek waar ik erg tegenop zag.

Op weg naar het ziekenhuis waren mijn collega en ik in paniek en schoten de vreselijkste dingen door ons hoofd, maar op de spoedafdeling probeerden ze ons gerust te stellen. We zaten onder het bloed, waarvan een groot deel van het slachtoffer was. Onze verwondingen waren niet zo ernstig. De kans was erg klein dat we besmet zouden zijn, klonk het. Klein, maar niet onbestaande. En daar had ik het verschrikkelijk moeilijk mee. Mocht ik na een wilde nacht onbeschermde seks seropositief verklaard worden, tot daar aan toe. Maar besmet raken met hiv door mijn job te doen? Met die gedachte kon ik niet leven.’

Maanden in onzekerheid

‘Ik was net dertig geworden, had een kinderwens en had eindelijk de man gevonden met wie ik een gezin wilde stichten. Concreet waren we na drie maanden nog niet bezig met zwanger worden, maar vanaf dat moment stond ik er wel bij stil dat we die droom misschien wel voorgoed moesten opbergen. Hoe lang zou ik kunnen leven met hiv? En hoe snel zou ik daar echt ziek van worden? Het waren dingen waar ik constant mee bezig was.

Drie maanden lang moest ik leven in onzekerheid. Pas na die tijd konden de dokters vaststellen of mijn collega en ik effectief besmet waren geraakt. Het waren de drie langste maanden van mijn leven. Ik sliep slecht en piekerde me kapot. De hele tijd speelde de film van de vechtpartij door mijn hoofd. Een goede vriendin van mij is verpleegster, met haar heb ik in die tijd veel gepraat, en ook zij drukte me op het hart dat de kans klein was dat ik besmet was geraakt. Maar de onzekerheid bleef knagen…

Twee jaar lang heb ik immense woede gevoeld tegenover de vrouw die mijn leven in gevaar had gebracht.

Toch heb ik toen nooit overwogen om te stoppen met werken als politieagente. Ik wist op voorhand waaraan ik was begonnen en was me er al die tijd van bewust dat mijn job niet zonder gevaar voor mijn leven was, maar ik had toen geen kinderen. Nu ben ik mama van twee en denk ik daar helemaal anders over.’

Weinig begrip van oversten

‘Na drie maanden kregen mijn collega en ik de verlossende uitslag. Geen van ons tweeën was besmet geraakt. De ontlading was enorm. Plots lachte de toekomst ons weer toe, maar toch vond ik het niet eenvoudig om wat er gebeurd was zomaar achter me te laten. Twee jaar lang heb ik immense woede gevoeld tegenover de vrouw die mijn leven in gevaar had gebracht. Pas daarna kon ik het hele voorval een beetje plaatsen.

Ik kwam haar nog regelmatig tegen en moest mezelf iedere keer dwingen om mijn kalmte te bewaren. De dame werd uiteindelijk aangeklaagd voor poging tot doodslag, maar tot een rechtszaak is het nooit gekomen. De zaak werd geklasseerd alsof er niks was gebeurd. Daar heb ik het nog altijd moeilijk mee. Ook van mijn oversten is er nooit veel meeleven gekomen. Het was uiteindelijk toch allemaal goed afgelopen? Waar maakten we ons dan nog druk over? Maar de band die mijn collega en ik daardoor hebben gekregen, is een vriendschap voor het leven geworden.’

Nieuwe carrière als doctoraatsstudent

‘Binnen het politiekorps is er vandaag nog altijd weinig begrip voor agenten die slachtoffer  worden van geweld. Dat frustreert me enorm en heeft uiteindelijk geleid tot mijn carrièreswitch. Twee jaar nadat ik als politieagente begon te werken, ben ik als werkstudent gestart met mijn studie criminologie. Het onderwerp voor mijn thesis was snel gekozen: politieagenten als slachtoffers van geweld.

Nadat ik mijn diploma had behaald, als beste van mijn jaar, werd ik benaderd om een doctoraat te starten. Ik was intussen ook mama geworden en zag mijn job bij de politie daardoor toch in een ander perspectief. Zo heb ik uiteindelijk beslist om loopbaanonderbreking te nemen. Vandaag ben ik aan het doctoreren rond politieprocessen.

Of ik ooit nog terugkeer naar mijn job als interventie-inspecteur? De kans is klein. Waar ik na het behalen van mijn doctoraat zal terechtkomen, weet ik nog niet. Misschien ga ik wel vorming over dit thema geven aan de politieschool. De toekomst zal het uitwijzen.’

Lees ook:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.