Home Lifestyle BANG VOOR LIEFDE (deel 3): vanwaar komt bindingsangst?

BANG VOOR LIEFDE (deel 3): vanwaar komt bindingsangst?

'Er bestaan geen foute mannen of vrouwen, alleen gewonde mensen.'

bindingsangst
© Getty

Er zijn steeds meer singles. Volgens studies zou tegen 2060 maar liefst de helft van de Belgen vrijgezel zijn. Zijn we zo bang om lief te hebben? Velen wel, aldus de Nederlandse therapeut en auteur Hannah Cuppen.

Bindingsangst en verlatingsangst zijn twee uitingen van dezelfde angst, namelijk die om liefde te verliezen. Iemand met bindingsangst houdt zo veel mogelijk afstand, terwijl iemand met verlatingsangst zich net vastklampt aan de ander. Het doel is hetzelfde: de pijn van liefde verliezen niet voelen. In deel 1 en 2 hadden we het respectievelijk over wat verlatings- en bindingsangst zijn en hoe ze zich uiten. In dit deel kijken we naar de herkomst van de angst. Hoe komt het dat jij zo bang bent om liefde te voelen en te verliezen, terwijl een ander zo onbevreesd is?

Er bestaan geen foute mannen of vrouwen, alleen gewonde mensen

Aan de oorsprong van bindings- en verlatingsangst ligt een diepliggende wonde die aan de oppervlakte niet te zien is en waar mensen zich vaak zelf niet van bewust zijn, aldus therapeute en auteur van het boek ‘Liefdesbang’, Hannah Cuppen. ‘De oorsprong van de angst ligt vaak heel vroeg in het leven, in de periode waarin je je leerde hechten’, legt Cuppen uit. ‘Als je later in je leven in een relatie terechtkomt die niet wederkerig is of waarin jij en je partner elkaar afstoten en aantrekken, dan is dat een trigger voor die onderhuids aanwezige angst. Maar meestal is die relatie zelf niet de oorzaak. De angst die altijd al aanwezig was, wordt wakker door die ervaring.’

De diepe wonde waarover Cuppen het heeft, kan je opgelopen hebben tijdens je geboorte, in de eerste jaren van je leven en zelfs tijdens de zwangerschap. Cuppen geeft enkele voorbeelden: ‘Een geboortetrauma kan onder meer ontstaan wanneer de navelstreng rond het nekje van de baby gedraaid zit bij de geboorte. Ook bij baby’s die te vroeg ter wereld komen, kan er een hechtingsprobleem voorkomen. Vroeger had een baby die in de couveuse terechtkwam een reëel gebrek aan fysiek contact met de moeder, terwijl je dat als baby echt nodig hebt om je veilig en geborgen te voelen en die eerste hechting goed tot stand te brengen. Personen die in de baarmoeder deel uitmaakten van een tweeling, maar het broertje of zus voor de geboorte verloren, kunnen voor de rest van hun leven op zoek blijven naar het gevoel van eenheid dat ze toen hebben gevoeld. Dat gemis geeft een gevoel van diepe verlatenheid, vanwaar de verlatingsangst.’

Mijn ouders verloren m’n broertje voor mijn geboorte. Op het moment dat ik kwam, waren ze niet klaar om zich opnieuw open te stellen voor een kindje.

‘Het kan ook zijn dat ouders met een groot verdriet zitten, waardoor ze hun hart niet echt kunnen openstellen voor een nieuw kindje’, gaat Cuppen verder. ‘In mijn geval is mijn broertje van tweeënhalf jaar oud gestorven, een jaar voor ik geboren werd. Mijn ouders hadden dat verlies nog niet verwerkt en toen was ik er al. Ik was welkom, maar ergens waren mijn ouders nog niet klaar om zich te hechten. Ze waren te bang om mij ook te verliezen. Daar heb ik verlatingsangst aan overgehouden. Zo kunnen er heel veel redenen zijn die voorbijgaan aan goed en fout, maar die het gevolg zijn van wat er in het leven allemaal kan gebeuren.’

Ten slotte kan een baby een meegedragen trauma ‘erven’ van de ouders, of zelfs van de voorouders. Het gaat dan om ouders die getraumatiseerd zijn door levensbedreigende ervaringen, zoals oorlogservaringen, en zwaar verlies, bijvoorbeeld het verlies van een of meerdere kinderen of van de ouders op jonge leeftijd. Zulke overgeërfde trauma’s kunnen, zolang ze onverwerkt zijn, een enorme impact hebben op de volgende generatie. Zulke trauma’s kunnen op energetisch niveau zelfs al doorgegeven worden tijdens de zwangerschap, schrijft Cuppen.

Veilige hechting vs. onveilige hechting

Naast onder meer problemen bij de geboorte, hebben vooral de ouders een grote invloed op het al dan niet ontstaan van de angst voor intimiteit en liefde. Het hechtingspatroon dat we als kind bij onze ouders geleerd hebben zullen we herhalen in latere intieme relaties, schrijft Cuppen. Al spreekt de therapeute liever niet over ‘schuld’ als er sprake is van een hechtingsprobleem. ‘Ik denk nooit in fouten, want ik ga ervan uit dat de ouders wel hun best doen bij het grootbrengen van hun kind. Er zijn best veel oorzaken van bindings- en verlatingsangst die volledig voorbijgaan aan goed en fout.’

Cuppen maakt het verschil tussen een veilige hechting en een onveilige hechting. Kinderen die opgroeien met voldoende liefde, warmte, geborgenheid, veiligheid, bescherming maar ook autonomie, houden daar een zeker basisvertrouwen aan over. Ze vertrouwen erop dat er aan hun basisbehoeften voldaan wordt en kunnen streven naar zelfstandigheid, omdat ze zich gesteund voelen door hun ouders. Een veilige hechting is een goede ondergrond om later relaties met vertrouwen aan te gaan. Het ontbreken van die veilige hechting, vaak omwille van trauma’s bij de ouders, is een voedingsbodem voor bindings- en verlatingsangst.

Cuppen verwijst naar het boek ‘Liefde geven, liefde ontvangen’ van klinisch psycholoog John Welwood, die schrijft dat er twee soorten ‘verwondingen’ zijn die uit de relatie met de ouders kunnen ontstaan. Ten eerste is er de verwonding door ouders die verstikkend zijn en niet genoeg ruimte geven aan hun kind, vaak vanuit de eigen angst voor verlies. Het kind groeit dan op met het idee dat de liefde van een ander hen dreigt te controleren of te verzwelgen, waardoor hij of zij zich in latere relaties vaak terugtrekt. Kinderen die tijdens het opgroeien niet het nodige emotioneel warm contact ontvangen van de ouders, houden daar het idee aan over dat relaties leiden tot gemis en verlies. Die personen zullen zich eerder vastklampen. Beide situaties zijn vaak het gevolg van onverwerkte trauma’s bij de ouders.

Man vs. vrouw

Bindings- en verlatingsangst ontstaan dus omwille van een trauma dat de angstige persoon in de meeste gevallen zelfs niet bewust meemaakte. Bovendien zijn de twee uitwisselbaar, leerden we eerder al. In de ene relatie kan je bindingsangst ervaren, om in je volgende relatie plots degene met verlatingsangst te zijn. En toch: het cliché wil dat de man degene is die wegloopt, terwijl de vrouw zich angstig vastklampt. Zit er waarheid in het stereotype?

‘Het is zeker niet zwart-wit’, verklaart Cuppen. ‘Beide angsten komen bij beide seksen voor. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat vrouwen verlatingsangst en mannen bindingsangst hebben. Maar het is wel zo dat bindingsangst meer bij de mannelijke energie hoort. Mannelijke energie heeft meer de neiging om er op uit te trekken, op pad te gaan, de wereld in te trekken. Vrouwenenergie heeft van nature de neiging om eenheid te creëren, mensen bij elkaar te houden en een nest te bouwen. Die twee energieën versterken elkaar in hun gedrag. Dat is gewoon een biologisch gegeven. Maar er zijn mannen die meer vrouwelijke energie in zich hebben dan mannelijke energie, en vice versa. Een man kan dus zeker ook claimend zijn. Ik zou niet zeggen dat het gelinkt is aan de sekse, maar misschien wel aan de energie. Vandaar dat je over het algemeen meer gevallen zal tegenkomen van vrouwen die verlatingsangst hebben en mannen die worstelen met bindingsangst.’

Van de angst af geraken

Kan iemand met bindings- of verlatingsangst genezen en een waardevolle relatie opbouwen? Jazeker. Hannah Cuppen deed het zelf, en geeft nu trainingen en therapie aan mensen die van de angst af willen. ‘Ik heb lang geworsteld met verlatingsangst, maar heb er heel hard aan gewerkt. Ondertussen heb ik een heel liefdevolle relatie waarin ik me goed kan hechten, dus ik kan van mezelf wel zeggen dat ik geheeld ben.’

‘Therapie is een belangrijke stap als je van de angst af wil geraken. Het begint met bewustwording, het probleem in jezelf traceren. Maar dat is niet de heling. Om iets wezenlijks te veranderen, moet je terug naar die oude kindpijn, want die ligt aan het probleem ten grondslag. Therapie is een heel goede manier om tot die diepe gevoelslaag te gaan, maar je moet wel echt bereid zijn om naar binnen te kijken en oude pijn toe te laten. Dat is echt niet makkelijk. Zelfs als je het trauma dat je angst veroorzaakte niet bewust meemaakte, zit die pijn ergens diep vanbinnen en moet je die kunnen verwerken.’

Hannah Cuppen wijst je met het boek ‘Liefdesbang’ de weg om beschikbaar te worden in de liefde. ‘Liefdeskunst’ is een werkboek bij ‘Liefdesbang’ waarmee je zelf aan de slag kan met je bindings- of verlatingsangst. Op de website www.hannahcuppen.nl vind je alle info over de boeken, trainingen en lezingen van Hannah.

Lees ook:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.