Home Columns COLUMN: ‘Waarom zwoegen op een aangebrande omelet als je wederhelft sous-vide gepocheerde...

COLUMN: ‘Waarom zwoegen op een aangebrande omelet als je wederhelft sous-vide gepocheerde eieren tevoorschijn tovert?’

'Sinds ik samenwoon met een hobbykok eersteklas, zijn mijn kookkunsten er alleen maar op achteruitgegaan.'

Catherine Kosters
© Catherine Kosters

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze in deze column elke week haar avonturen.

De hobbykok

Ik sta in de keuken met bloedrode handen wanneer de bel gaat. Mijn lief en ik geven het zoveelste etentje op rij, en onder het mom van goede voornemens heb ik geopperd om het voorgerecht te voorzien. Een moedig en totaal onverwacht voorstel, want je moet weten: ik kan niet koken. Mijn signature dish bestaat uit microgolfpuree met witte boontjes in tomatensaus en wanneer er meer dan twee potten op het vuur staan, krijg ik een paniekaanval. Ik ken het verschil tussen jonge ui en sjalot niet en heb me al eens hardop afgevraagd ‘waarvoor al die kruiden in de kast eigenlijk dienen’.

Sinds ik samenwoon met een hobbykok eersteklas, zijn mijn kookkunsten er alleen maar op achteruitgegaan. Waarom zou je zwoegen om een aangebrande omelet uit de pan te schrapen als je wederhelft in een handomdraai sous-vide gepocheerde eieren tevoorschijn tovert – googel die term gerust, ik wist ook niet wat het was.

De rolverdeling in aanloop naar een dinertje is daarom als volgt: hij staat uren te kokerellen, terwijl ik op mijn dooie gemak naar de Zara Home fiets om nieuwe kaarsen te kopen. Zoals mijn vader altijd zei: verschil moet er wezen. Wanneer de gasten uiteindelijk aan tafel gaan en uitgebreid zijn driegangenmaal bewieroken, hoop ik stiekem dat er ook iemand mijn originele servetkeuze zal opmerken, maar helaas. De chef strijkt alle eer op, terwijl ik de glazen nog eens volschenk.

Niet deze keer! Om eindelijk aan mezelf en de rest van de wereld te bewijzen dat zelfs ík in staat ben om iets semi-eetbaars te serveren, heb ik het ondenkbare gedaan: een recept opgezocht. Het wordt carpaccio van rode biet met geitenkaas. Dat klinkt niet alleen goed, maar kan volgens het kookboek ook niet mislukken. Ondertussen ben ik al twee dagen bezig met de voorbereiding van mijn gerecht. 1. De ingrediënten zorgvuldig uitkiezen. 2. De bieten garen in de oven. 3. De kruiden versnipperen en de sjalot fijnhakken, of was het nu jonge ui? Oké, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat mijn lief al deze stappen voor zijn rekening nam. Ik was de feng shui van het appartement aan het perfectioneren, snap je.

Vlak voor onze vrienden arriveren, neem ik de spreekwoordelijke spatel over en begin ik in allerijl de mis-en-place af te werken. 4. Een dressing maken. 5. De geitenkaas verkruimelen. 6. De bieten schillen en in fijne plakjes snijden. Op dit cruciale moment gaat de deurbel, waardoor ik uitschuif met de mandoline – ja, ik dacht ook dat dat een instrument was – en de bovenste millimeter van mijn duim afschaaf.

Plots kan ik niet meer met zekerheid zeggen of het rood op mijn handen nu bietensap is of het gevolg van een aderbreuk, maar een topchef heeft geen tijd om te twijfelen. Lichtjes duizelend en met één vinger in de mond dresseer ik mijn borden en schotel ik een verrassend mineraal gerechtje voor. Gelukkig is mijn bloed vegetarisch.

Meer columns van Catherine:

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.