Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
© één

'Iemand als Erik Van Looy moet je niet vragen voor "Op de man af"', lacht Saartje. 'Al zou dat wel een grappig programma geven.'

Saartje Vandendriessche meet zich weer aan de mannen: ‘Er zijn er die het niet tegen mij durven opnemen’



Voor een portie vrouwenpower moet je donderdagavond bij Eén zijn. Daar neemt Saartje Vandendriessche (45) het opnieuw op tegen een aantal bekende mannen in ‘Op de man af’. Wij weten voor wie te supporteren.


 

We zouden kunnen zeggen dat Saartje Vandendriessche een vrouw met ballen is die haar mannetje staat, maar een beetje feminist ziet die uitdrukkingen liefst in de vuilbak verdwijnen. Dus noemen we haar een straffe madam die geen enkele uitdaging uit de weg gaat. Ondanks de enorme angst die sommige opdrachten in ‘Op de man af’ met zich meebrengen, en haar absolute afkeer voor dat gevoel. ‘Van fysiek afzien kan ik genieten, maar uit angst haal ik geen plezier’, zegt de presentatrice.

En of Saartje angsten doorstaat in de nieuwe afleveringen van ‘Op de man af’, het Eén-programma waarin bekende mannen Vandendriessche uitdagen in een discipline die zij mogen kiezen. Alsof uit een vliegtuig springen in het eerste seizoen – met dank aan Dieter Coppens – nog niet erg genoeg was, laat presentator Otto-Jan Ham haar in de derde aflevering van deze reeks op grote hoogte over een strak gespannen band wandelen. Highlinen heet dat. Gekkenwerk noemen wij het. ‘Bij die opdracht ben ik echt gekraakt’, geeft Saartje toe. ‘Maar Otto-Jan ook, hoor (lacht).’



 Heb je hoogtevrees? 

Saartje: ‘Blijkbaar wel. Niet als ik op een ladder of een toren sta, maar op een koord wel. Over een slackline tussen twee bomen lopen had ik snel onder de knie. Maar toen ik er voor ‘t eerst over moest op hoogte, ben ik gekraakt. Els (de sportpsychologe, red.) heeft haar werk gehad met mij bij die opdracht, en met Otto-Jan ook. Wij hebben allebei het profiel van angsthazen.’

Otto-Jan Ham koos voor highlinen, ondanks zijn hoogtevrees. In de derde aflevering zie je hoe hij en Saartje het er vanaf brengen. (© één)


Dat zou je niet zeggen als je naar het programma kijkt.

‘Het ding is: ik kan heel grote angsten voelen, maar ik zet wel door. Uit het eerste seizoen heb ik geleerd dat de angst niet mag blijven hangen. Ik weet nu hoe ik ermee moet omgaan. Ik ben gekraakt tijdens het highlinen, maar ik heb me er snel over kunnen zetten.’

Was dat de moeilijkste opdracht? 

‘Ja, mentaal gezien toch. Je mag die sport echt niet onderschatten. Het is zó intens. Je moet je elke keer optrekken aan het koord en erop gaan staan, terwijl de adrenaline en angst door je lijf giert. Na twee pogingen ben je op van de emotie. Mijn redactie zei dan: je hebt toch een hele dag kunnen oefenen? Ja, maar na twee keer moet je een paar uur uitrusten om weer op krachten te komen.’

Is er een opdracht die je nooit, never, jamais zou doen? 

‘Ik had in het eerste seizoen gezegd: ik spring niet uit een vliegtuig. No way. Dat is voor zotten. Toen zei Dieter Coppens: we gaan uit een vliegtuig springen en figuren maken. Dus ja, ik moest het wel doen. Ik kon toch mijn eigen programma niet boycotten? Een van de ergste dingen die ik in mijn leven heb gedaan, is uit een zeppelin springen. Je staat in de deuropening van die zeppelin, er wordt “Go!” gezegd en je moet ín de lucht stappen. Tijdens de val voel je zeker drie seconden lang al je organen naar boven komen. Uit een vliegtuig springen voelt minder aan als een val, omdat de luchtdruk je tegenhoudt. Dit was echt vallen in de leegte. Bij het neerkomen voelde ik elk bot in mijn lijf kraken, maar ik was vooral blij dat ik nog leefde. En dan zei de regisseur: dat was goed, maar ik heb niet alles dus we gaan dat nog is doen.

Saartje in het eerste seizoen van ‘Op de man af’. (© één)


Zoiets geeft toch een kick? 

‘Zo’n dingen geven mij geen plezier. Fysiek afzien wel. Pijn zorgt voor een glimlach op mijn gezicht, maar angst niet. Dat vind ik geen aangenaam gevoel.’

Wie was je meest gevreesde tegenstander dit seizoen? 

‘Dat waren de alfamannetjes, Wesley Sonck en Ruben Van Gucht. En dan kozen ze nog voor lopen en zwemmen. Ik had met Imke Courtois wel een heel goede partner in crime. Imke is een supertoffe, dus het was heel leuk om de swimrun samen te doen. Ik heb er alleen maar fijne herinneringen aan overgehouden, maar Ruben en Wesley waren echt geen doetjes…’

In de tweede aflevering neemt Saartje het samen met Imke Courtois op tegen Wesley Sonck en Ruben Van Gucht, twee echte sportmannen. (© één)


Kies je je tegenstanders zelf? 

‘Ik doe wel voorstellen. De mannen die erop ingaan zijn meestal alfatypes die weten dat ze fysiek iets aankunnen. Je moet het niet aan een Erik Van Looy vragen (lacht). Er moet wat spanning zijn, hè. Al zou je dan wel een heel grappig programma krijgen.’

Hebben mannen je voorstel al afgewezen omdat ze bang waren om te verliezen tegen jou?

‘Er zijn mannen die zeggen: daar begin ik niet aan. Bij sommigen is dat inderdaad uit schrik om te verliezen.’

Heb je een ultieme tegenstander in gedachten? 

‘Ik vind het een toffe uitdaging om het op te nemen tegen fysiek erg sterke mannen. Echte atleten, zoals bijvoorbeeld een Tom Boonen. Kijk, ik vertrek altijd van een nadeel ten opzichte van mijn mannelijke tegenstander. Vrouwen hebben nu eenmaal een fysieke achterstand: een kleiner longvolume, minder spierinhoud, een kleiner hart,… Het toffe aan het programma is dat ik dat nadeel op een andere manier kan proberen goed te trekken, bijvoorbeeld door heel hard te trainen of door het slimmer aan te pakken.’

Op die manier heb je in het eerste seizoen drie mannen verslagen. Een straffe prestatie.

‘Dat was heftig. De mannen kiezen de opdrachten en ik moet ze maar ondergaan. Er zaten toen veel challenges tussen waar ik enorm veel weerstand tegenover had en dat was dit seizoen niet anders. Bij veel dingen dacht ik in het begin: dit zie ik echt niet gebeuren. Maar dan doe ik gewoon voort en merk ik gaandeweg dat er wel evolutie in zit.’



Welke uitdaging zou je zelf kiezen?

‘Ik had zo gehoopt dat iemand dit seizoen paardensport zou kiezen. Ik heb vroeger veel gereden, dus daar moet ik weinig moeite voor doen. Maar helaas. Alle sporten die mijn tegenstanders kiezen, kosten zó veel moeite. Vaak is het ook iets totaal nieuw. Zwemmen en lopen zijn twee sporten die ik goed beheers, maar die moest ik dan net tegen twee toppers doen.’

Hoe bereid je je voor op het programma?

‘Door te lopen, te fietsen, te zwemmen en krachttraining te doen. Dan heb je een allround training gehad. Het belang van krachttraining mogen we echt niet onderschatten.  Het is een heel belangrijke tool om gezond door het leven te gaan. Ik doe crossbox, een soort crossfit. Dat geeft echt een boost. Ik doe die sporten trouwens niet alleen voor het programma, maar ook nu.’

Train je elke dag? 

‘Nu wel. Tijdens de eerste coronagolf heeft het even op een lager pitje gestaan. Ik heb toen veel mentaal werk gedaan. Ik spendeerde vooral tijd aan mediteren, analyseren en visualiseren van waar ik naartoe wil, wat ik wil doen in mijn leven, wie ik ben, waar ik voor sta… Ik heb me geamuseerd met het maken van moodboards en heb veel interessante boeken gelezen. Om een of andere reden had ik toen niet echt de drive om te sporten, of toch niet in grote volumes. Maar na een tijdje begon ik het fysieke te missen, het gevoel dat je lichaam pijn doet na een grote inspanning. Dus ben ik terug meer beginnen sporten. ‘

Heb je de lockdown ervaren als een verademing of toch eerder een marteling? 

‘Het langzaam gaan leven kende ik al, omdat ik dat eerder al heb moeten inlassen in mijn leven. Op het moment van de lockdown was het niet per se nodig, maar ik heb er wel echt gebruik van gemaakt.’

© één


Beweeg in uw kot (Saartje maakte elke dag een korte work-out die voor het middagjournaal uitgezonden werd op Eén, red.) is toen ook op mijn pad gekomen, wat me echt gelukkig heeft gemaakt. Ik heb daar zo veel positieve reacties op gekregen. Onlangs nog ging ik na het lopen op een bankje in het bos zitten om uit te blazen. Er zat al een oudere vrouw, dus ging ik helemaal aan de andere kant zitten om afstand te houden. Toch voelde ik een soort spanning, alsof ze ‘t vervelend vond dat ik erbij was komen zitten. Plots zei ze: “Ik moet je nog bedanken voor Beweeg in uw kot. Ik heb elke dag meegedaan. Het was niet makkelijk, want ik ben longpatiënt. Echt waar, chapeau.” En ze ging weg. Dat was zo’n intens geluksmomentje.’

‘Op de man af’ is elke donderdag om 20u40 te zien op Eén. 

Lees ook: 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' ' '