Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...

Neles slaaptekort speelt haar parten.

‘Het enige voordeel aan het feit dat ik en ook hij ’s nachts niet veel slapen, is dat ik hem niet moet horen snurken’

Nele is twee jaar geleden mama geworden en doet het daarom of desondanks nóg eens allemaal opnieuw! Hier vertelt ze alles wat je wil weten over dat moederschap: lichaamssappige verhalen van onvoorwaardelijke liefde, van snot tot natte prot.

Ik denk dat ik langer ga leven als ik een eigen slaapkamer heb in huis. Met een bed voor mij alleen. Met geluidsdichte muren ook. En een deur die niet langs buiten, maar enkel langs de binnenkant opengaat, tenzij het echt voor noodgevallen is. En een noodgeval is niet een man die snurkt, niet een baby die ’s nachts huilt omdat ze op haar tutter is gaan liggen of een kleuter die in datzelfde gat van de nacht wil weten of de koeien die ze eerder die dag heeft gezien ook slapen of nog wakker zijn. Het antwoord is namelijk altijd dat ze nog slapen. Alles. Iedereen. Be­halve ik. En die kinderen van mij.

Dat geroep en gehuil elke nacht. Nog lang nog meer van dat en ik wíl niet eens meer leven. Boven­dien blijkt mijn lief, mijn levens­gezel, grote liefde en vader van mijn slecht slapende kinderen dus een snurker. Het enige voor­deel aan het feit dat ik en ook hij ’s nachts niet veel slapen, is dat ik hem niet moet horen snurken. We hebben een prima relatie en ik zie mijn kinderen doodgraag, maar heel af en toe wil ik gerust gescheiden leven van tafel en bed. Van hen alle drie! Het zou wonderlijk zijn. Eenzaam, maar uitgerust en met een goed humeur wakker worden, of met z’n tweeën wakker worden.

Voorlopig is de oplossing een matrasje op de gang. Als ik wil, kan ik ’s nachts naar daar verhuizen om wat uurtjes slaap en moed te sprokkelen.

Ik weet het wel, want dat laat­ste gebeurt vaak discussiërend over wie het meest last heeft gehad van welk kind dat die nacht op, naast of tussen ons lag. En als het daar niet over gaat, dan wel over dat gesnurk, over het wegtrek­ken van het deken, tandenknarsen, praten in de slaap of elkaar al dan niet per ongeluk uit bed duwen. En als ik toch eens romantisch wil doen en in een innige omhelzing in slaap wil vallen, slapen hij en al mijn lede­maten nog eerder dan ikzelf. En dan zwijg ik nog over flatulentie en een slechte adem.

Ik heb tijdens zo’n slapeloze nacht eens zitten tellen: op mijn twintigste had ik al elke nacht twee uur slaap te weinig, want elke twinti­ger slaapt te weinig. Er is namelijk te veel te doen. Dat geeft op een jaar tijd ongeveer zevenhonderd uur slaaptekort. Elk levend jaar wordt die slaapschuld groter en ondertussen zijn we achttien jaar verder, dus tel maar uit. Dat ik nog niet dood ben, mag een wonder wezen. En dat brengt me terug naar de kern van de zaak: een langer leven met een eigen slaapkamer. Voorlopig is de oplossing een matrasje op de gang. Als ik wil, kan ik ’s nachts naar daar verhuizen om wat uurtjes slaap en moed te sprokkelen. En dan nog is het niet dat bed dat me zal redden, het is niet eens die aparte slaap­kamer. Het is het idee dat het kan. De hoop op wat ononderbroken slaap. En hoop doet langer leven, meer nog dan al de rest.

Meer columns van Nele:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' '