Flaircolumniste Nele is moeder van een peuter en een kleuter. Hier vertelt ze alles wat je wil weten over dat moederschap: lichaamssappige verhalen van onvoorwaardelijke liefde, van snot tot natte prot.
Mijn dochter hing op me als een klein aapje, op zoek naar troost en nog overspoeld door haar emoties. Ze had net veel spanning doorleefd, was eerst gaan ontladen bij mijn man en was daarna volledig overstuur bij mij geëindigd. Toen de rust een beetje terugkeerde, voelde ik haar aarzeling. Zou ze in die boosheid blijven hangen of zou ze kunnen herstellen?
Ik herkende die twijfel meteen, want ik ben zelf iemand die lastigere momenten maar moeilijk loslaat. Niet omdat ik geniet van die zelfpijniging, maar omdat ik vaak niet weet hoe ik iets moet afronden zonder het te willen blijven oplossen. Mijn hoofd stopt dan niet met analyseren, herkauwen en alternatieve scenario’s bedenken in de overtuiging dat dat een bewijs is van mijn zorgzaamheid of betrokkenheid, terwijl het vooral betekent dat ik de pauzeknop niet vind.
Wat gebeurd is, blijft plakken en kleurt wat volgt, alsof elk nieuw moment eerst langs dat vorige moet passeren. Dat is niet heel aangenaam, dus ik wil graag voorkomen dat mijn kinderen gaan denken dat moeilijke momenten plekken zijn waar je gezellig moet blijven rondhangen. Zeker niet in een neurodivergent gezin, waar emoties sowieso al luid en in veelvoud binnenkomen. Ik wil dat ze leren dat je iets kan herstellen, benoemen en opruimen, en dat je daarna opnieuw mag beginnen.
Dat betekent niet dat we doen alsof er niets gebeurd is. We benoemen wat er speelde, wie zich gekwetst voelde en waarom dat zo is. Het herstellen lukte uiteindelijk voor mijn dochter, maar het afronden bleef moeilijk. Ze wilde ‘weer lief zijn voor papa’, alleen kreeg ze dat niet met woorden gezegd. En dat snap ik. Woorden zijn soms gewoon te groot, zeker net na ontregeling, dus zocht ik een andere vorm. We namen een papiertje en schreven samen een briefje dat zij aan hem kon afgeven.
Het werd geen epistel, maar beperkte zich tot dat wat op dat moment haalbaar was: ‘We eten een koekje en maken een nieuwe start.’ Ik weet niet waarom die woorden zo klopten, maar ze deden wat nodig was. Ze maakten ruimte. Het was zeker geen uitvlucht, maar ook geen strafkamp waar iedereen nog even moest blijven zitten. Het was gewoon een voorstel om een koekje te eten en opnieuw te beginnen.
Sindsdien doen we dat hier opvallend vaak. Soms één keer per dag, soms meerdere keren, soms ook op momenten waarop ik vroeger gedacht zou hebben dat we eerst nog even flink moesten blijven voelen. Blijkbaar kunnen voelen en verdergaan gewoon naast elkaar bestaan. Dat is handig om te weten. En als er al te veel koekjes gegeten zijn, leggen we ze opzij en eten we de rest later op.
Voor mij is dat een grotere switch dan ik vooraf had gedacht. Het is nog vaak mijn reflex om toch te blijven hangen, om dingen uit te pluizen en op een ingewikkelde manier te willen afronden. Maar ik begin te begrijpen dat afronden soms ook betekent dat je niet alles meesleurt naar het volgende moment. Als we dat hier vaak genoeg oefenen, kunnen we ooit misschien gewoon een koekje eten en verderdoen zonder dat er eerst een nieuwe start nodig is.
Lees ook: