Home Straf Verhaal Liesbet (21) verloor haar tweelingbroer in een ongeluk: ‘Ik heb het gevoel...

Liesbet (21) verloor haar tweelingbroer in een ongeluk: ‘Ik heb het gevoel dat hij voor altijd over mijn schouder meekijkt’

Op Brother and Sister Day vieren we de unieke band met onze broers en zussen. Liesbet (21) kan sinds drie jaar niet meer meevieren.

Ze kwamen samen op de wereld, deelden alles en waren onafscheidelijk. Tot hij plots bruusk van haar werd weggerukt. Liesbet probeert nu zin
te geven aan een leven zonder haar zielsverwant.

‘Al van bij onze geboorte waren Thomas en ik twee handen op één buik. Elke avond voor het slapengaan kwamen we samen op een van onze kamers om te vertellen hoe onze dag was geweest en om alles wat ons bezighield, te delen met elkaar. Op school blonk Thomas uit in talen, ik was eerder goed in wiskunde. Het gebeurde weleens dat we ook taken maakten voor elkaar. Natuurlijk hadden we ook soms ruzie, maar toch was onze band uniek. We hadden zelfs afgesproken om elkaars getuigen te worden op onze trouw en meter en peter te worden van elkaars eerste kindje.’

Onheilspellend gevoel

‘Tegen mijn beste vriendin had ik ooit eens gezegd: “Mocht Thomas iets overkomen, dat overleef ik niet.” Maar toen stond ik er geen moment bij stil dat dat ooit echt zou kunnen gebeuren. Tot 22 juni, drie jaar geleden. We hadden ’s middags thuis nog samen geluncht en zouden ’s avonds samen het einde van onze middelbare school uitgebreid gaan vieren. Hij vertrok al om te gaan feesten, ik ging eerst nog even bij een vriendin langs. Maar zodra ik daar was, overviel me een vreemd gevoel van stress en kreeg ik pijn in mijn buik. Het was alsof ik een onheilspellend voorgevoel had. Niet veel later kregen we telefoon van een vriendin, die zei dat er iets met Thomas was. Ik schoot in paniek en belde mijn broer op. Zijn gsm ging over, maar hij nam niet op. Meteen daarna kreeg ik telefoon van een nicht die ik anders nooit hoorde, met het voorstel me te komen ophalen. Toen wist ik: er is iets vreselijks gebeurd.’

Op slag dood

‘Toen we ons huis naderden, zag ik in de verte de flikkerlichten van de ambulance en de politie. Thuis zag ik mijn ouders en grootouders in volle paniek voor onze deur staan. Van de ene op de andere seconde verdween mijn zo gelukkige leventje voorgoed. Thomas was voor onze deur bij het oversteken van de straat door een auto gegrepen, die veel sneller dan toegelaten door onze straat reed. Hij was op slag dood. Ik zag de rode tent die Thomas moest afschermen van omstaanders. Ik besefte wat er gebeurd was, maar wilde niet aanvaarden dat hij er niet meer was. He is een gevoel waarmee ik nog altijd worstel. Van het ene op het andere moment stond ik alleen op de wereld. Dat was iets wat ik in de 18 jaar dat ik leefde, nooit had meegemaakt. De onmacht die dat besef teweegbracht, was onbeschrijflijk.’

Elke avond kwamen we samen om te vertellen hoe onze dag was geweest en om alles wat ons bezighield, te delen.

‘De eerste ochtend waarop ik alleen wakker werd en mijn ouders al het huis uit waren, heb ik gehuild en geroepen van ellende. De enige met wie ik alles deelde, die alles van me wist en die mij begreep, was van me weggerukt. Dat was verschrikkelijk hard om dragen. Van in mama’s buik was ik 18 jaar lang elke dag samen geweest met hem. Tot hij plots bruusk van mij werd afgenomen. Dat is gewoon niet eerlijk.’

Reddeloos en alleen

‘De eerste dagen na Thomas’ dood beleefde ik op automatische piloot. Er moest zo veel gebeuren dat ik geen tijd had om stil te staan bij het gemis. Tijdens zijn afscheidsviering las ik een zelfgeschreven tekst voor. Dat is iets wat ik nu niet meer aan zou kunnen. Daarna volgde het zwarte gat. Rondom mij pikte alles en iedereen de draad van zijn leven weer op. Ik zat in mijn eentje thuis en voelde me zo reddeloos. Ik was kwaad op mama toen ze mijn eerste verjaardag na Thomas’ dood niet onopgemerkt voorbij wilde laten gaan en een feestje gaf. Ik had daar absoluut geen nood aan.’

Stil aan tafel

‘Aan tafel is het vaak stil omdat Thomas geen grapjes of verhalen meer vertelt. 22 juni zal altijd een zwarte dag blijven. Die dag komt alle verdriet weer naar boven en word ik extra geconfronteerd met hoe goed alles vroeger was. We proberen die dag altijd samen door te brengen en gaan dan naar het kerkhof. Het eerste jaar zat ons huis vol met vrienden en familie, maar dat wordt met de jaren minder. Ik besef dat dat normaal is, maar toch heb ik het daar moeilijk mee. Voor mij blijft die dag even zwaar, ongeacht hoeveel jaren er voorbij zijn gegaan. Het wordt zelfs moeilijker. Ik denk niet dat ik zijn dood ooit een plaats kan geven.’

Het eerste jaar zat ons huis vol met vrienden en familie, maar dat wordt met de jaren minder. Daar heb ik het moeilijk mee.

‘Tegen mijn ouders heb ik nog nooit gezegd dat ik mijn broer mis. Ik praat met hen ook niet over wat er is gebeurd. Dat kan ik niet, omdat ik hun tranen niet aankan. Pas als je je ouders hebt ziet huilen en horen krijsen van de pijn en het verdriet, besef je hoe erg het allemaal is. Van mijn vriend en mijn vriendinnen krijg ik veel steun, en bij hen kan ik altijd terecht. Daar ben ik erg dankbaar voor.’

Hij kijkt altijd mee

‘Het afscheid van Thomas heeft me een enorme verlatingsangst gegeven. Als mijn ouders nu zeggen dat ze na een avond uit rond middernacht thuis zullen zijn, begin ik hen om kwart over twaalf al te bellen als ik nog niets van hen heb gehoord. En als mijn vriend bij ons thuis vertrekt, druk ik hem altijd op het hart dat hij onderweg voorzichtig moet zijn en een bericht moet sturen als hij thuis is gekomen. Er gaat geen dag voorbij waarop ik bij alles wat er gebeurt, niet denk: wat als Thomas hier nog bij had kunnen zijn? Veel mensen zeggen dat ik het moet loslaten, maar het is sterker dan mezelf.’

‘Elk jaar organiseer ik samen met de voetbalploeg van mijn broer een actie voor het goede doel, om hem op een positieve manier te kunnen blijven herinneren. En als ik later kinderen krijg, zullen zij zeker weten wie hun nonkel Thomas is. Ik heb het gevoel dat hij voor altijd over mijn schouder meekijkt. Mijn tweelingbroer zal er altijd zijn, in alles wat ik meemaak en wat ik doe. Vroeger spraken de mensen rondom ons nooit over Thomas of over mij. Het ging het altijd over Thomas en Liesbet. En ik hoop dat dat voor altijd zo zal blijven. Ik zou echt niet alleen maar Liesbet willen zijn.

Lees ook:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.