Home Lifestyle Body Zeg niet ‘miskraam’, maar zeg ‘zwangerschapsverlies’

Zeg niet ‘miskraam’, maar zeg ‘zwangerschapsverlies’

Het blijft een stil en onderschat verdriet, want dikwijls weet de omgeving nog niet dat je zwanger was.

zwangerschapsverlies
© Matthew Henry via Unsplash

Deze week lees je in je Flair het verhaal van drie koppels die een of meer ongeboren kindje(s) verloren. Ook bewoording is hier belangrijk. Perinataal verliesconsulente Lore Van de Weyer legt uit waarom je beter niet miskraam, maar wel zwangerschapsverlies zegt.

Lore Van de Weyer, vrouw van Tom Boonen, is niet alleen mama van de tweeling Jacqueline en Valentine, maar kende daarvoor ook twee keer zelf een zwangerschapsverlies. Ze is dus ervaringsdeskundige, maar ook systemisch coach die ouders begeleidt na een verlies. ‘Hoe traumatisch een verlies al dan niet is, begint al bij hoe je slecht nieuws krijgt, of er de nodige zorg, opvang en begeleiding is. Het kan als vrouw bijvoorbeeld heel shockerend zijn te zien hoeveel bloed je verliest, als je daar niet op voorbereid bent.’

Ook de benoeming is belangrijk.

‘”Miskraam” is een woord dat we proberen te vermijden, het impliceert dat je misgekraamd zou hebben, terwijl veel mama’s al worstelen met schuld- of faalgevoelens. Wij spreken daarom liever van een zwangerschapsverlies, op welke manier dan ook. Dat omvat alles van een pril zwangerschapsverlies tot een baby die kort voor of na de geboorte overlijdt of zelfs wensouders bij wie de zoveelste ivf-terugplaatsing mislukt. Er is geen leedconcurrentie: een litteken is het sowieso.’

Tien tot vijftien procent van de zwangerschappen eindigt in een verlies. Dat is veel.

‘Het blijft een stil en onderschat verdriet, want dikwijls weet de omgeving nog niet dat je zwanger was. Er was geen zichtbaar kindje: voor hen verandert er niets, dus ze staan er maar kort bij stil. Voor de mama en papa’s in spe is dat anders: vanaf de conceptie is het kind hen dierbaar. Ze delen dromen, verlangens, maken toekomstplannen. Wanneer het fout gaat, moeten ze daar allemaal afscheid van nemen.’

Het woord ‘miskraam’ impliceert dat je misgekraamd zou hebben, terwijl veel mama’s al worstelen met schuld- of faalgevoelens.

Als troost worden vaak dezelfde dingen gezegd: ‘Het gebeurt zo vaak, zeker bij een eerste’ of ‘Het is de natuur’. Maar helpt dat?

‘Het minimaliseert je verdriet, je kan het gevoel krijgen dat je er niet bij mag blijven stilstaan. Ja, het gebeurt vaak, maar emotioneel maakt dat geen verschil: het is een rauw, soms ondraaglijk verdriet, hoelang je ook zwanger was.’

Achttien procent van de ouders ervaart negen maanden later nog symptomen van PTSS, zoals nachtmerries en depressieve gevoelens. ‘Dat zegt wel iets over wat de impact kan zijn als je je rouwproces niet voldoende toelaat. Pas op, voor de mama’s die dit lezen en denken: ik heb dat zo niet ervaren, dat is ook oké! Ik heb zelf aan den lijve ondervonden hoe anders het kan zijn. De eerste keer wist ik amper dat ik zwanger was toen ik het kindje verloor: dat heeft me minder hard geraakt dan mijn tweede verlies op dertien weken. Zelfde lichaam, zelfde vrouw, ander litteken.’

Waarom is dit iets waar koppels al eens op vastlopen?

‘Dikwijls is dit een van de eerste grote issues waar je als jong koppel samen doorheen moet. Vaak ervaren vrouwen ook een soort van identiteitsverandering: ze lijken een stukje van zichzelf kwijt te zijn en staan minder zorgeloos in het leven. Dat is ook voor de partner moeilijk. En dan bestaan er ook verschillende rouwstijlen. De een wil blijven stilstaan bij het verlies, terwijl de ander vooruit wil. Een gezond rouwproces betreft een slingerbeweging tussen die twee: stil durven te staan bij verlies, maar ook het dagelijkse leven weer oppakken. Je emoties niet verdringen, maar er ook niet in verdrinken. Maar we zien wel vaker koppels vastlopen omdat ze op een andere manier rouwen. Daarom is communicatie zo belangrijk. Het is niet omdat je partner lacht of een goeie dag had, dat hij of zij er niet aan denkt of mee bezig is. Durf daarnaar te vragen.’

Ben jij een kindje verloren? Bij organisaties als Sterrenkinderen.be of Metlegehanden.be vind je hulp en lotgenoten.

Lees ook: