Home celebs Maaike Neuville en Joke Devynck over ‘All of Us’: ‘Wenen met een...

Maaike Neuville en Joke Devynck over ‘All of Us’: ‘Wenen met een film waar we zelf in zitten? Het is gelukt, ja’

Maaike Neuville en Joke Devynck spelen in de Vlaamse film 'All of Us' twee terminale kankerpatiënten die samen in een praatgroep terechtkomen.

All of Us
© Lumière

Twee straffe vrouwen: het zou over Maaike Neuville en Joke Devynck kunnen gaan, maar ook over hun personages in de nieuwe Vlaamse film ‘All of Us’. De actrices spelen respectievelijk Cathy en Elisabeth, twee terminale kankerpatiënten die uitzoeken hoe je de dood tegemoetziet. Hun zoektocht is pijnlijk maar op een manier toch mooi om te zien.

‘All of Us’ is een tragikomedie over twee vrouwen (Maaike Neuville en Joke Devynck) en twee mannen (Bruno Vanden Broecke en Jan Hammenecker) die elkaar leren kennen in een praatgroep voor mensen die zullen sterven aan kanker. De groep wordt geleid door zelfverklaard lifecoach Els (Barbara Sarafian), de ex-vrouw van de behandelende oncoloog van de vier patiënten. De focus ligt op het verhaal van Cathy (Maaike Neuville), een jonge moeder uit het Gentse die een uitgezaaide borstkanker heeft. Zij verbergt haar ziekte voor haar familie terwijl ze uitzoekt wie haar zal ‘opvolgen’ als mater familias wanneer het nodig zal zijn.

Kanker en komedie lijken tegengestelden, maar regisseur Willem Wallyn toont met ‘All of Us’ dat zelfs achter de meest tragische momenten iets komisch kan schuilen. Als toeschouwer lach je, huil je en lach je vervolgens door je tranen heen. ‘Bij momenten van verlies, wanneer je geconfronteerd wordt met de dood, is er vaak ruimte voor schoonheid en humor’, legt Maaike uit. ‘Het is een soort uitlaatklep die je nodig hebt.’ Joke valt haar daarin bij: ‘Ik keek “All of Us” met mensen van de Kankerliga. Het is net dat wat zij zo écht aan de film vonden: hij gaat van extreem tot extreem, van verdriet naar humor en terug.’

‘All of Us’ ging in oktober al in première op Film Fest Gent en loopt vanaf komende woensdag in de cinemazalen. We spraken Maaike en Joke over hun rol, over de dood en de knulligheid ervan en over de troost dat een mens nooit helemaal verdwijnt.

Maaike en Joke, wie zijn Cathy en Elisabeth? 

Maaike Neuville: ‘Cathy is huisvrouw en moeder van twee kinderen. Op het moment waarop ze nu staat in haar leven, heeft ze één grote strijd en dat zijn haar kinderen. Ze vecht als een leeuwin voor hun toekomst. Zij zijn haar enige focus en dat geeft haar een enorme drive om oplossingen te zoeken voor wat er met hen zou gebeuren als zij er niet meer is. Ze kiest ervoor om haar ziekte te verbergen voor haar zoon en dochter, maar ze doet dat om hen pijn te besparen. Of dat de juiste keuze is of niet, daar kan je over discussiëren, maar als moeder kan ik het ergens wel begrijpen. Ze doet écht wat zij denkt dat het beste is voor haar kroost. Al wil dat niet altijd zeggen dat je daarmee mensen geen pijn doet.’

Joke Devynck: ‘Dat geldt eigenlijk voor alle personages, ook voor Elisabeth. Zij doet ook wat ze denkt dat het beste is. Elisabeth is een kinderloze vrouw die zich heeft opgewerkt. Ze is absoluut een vrouw die altijd de controle wil behouden, zelfs de dood denkt ze te kunnen controleren. Ze gaat er heel rationeel mee om. Ze kijkt de dood echt recht in de ogen, tot op het moment dat ze ’t dan gaat doen. Dat is zo schrijnend. Dan merk je dat een mens toch echt aan het leven hangt. Elisabeth wil dood, maar ondertussen zit ze nog kunst te verkopen, te procederen met haar vader: ze doet alles wat léven is. Dat is heel mooi.’

Ze gaan op twee heel verschillende manieren met de ziekte en de naderende dood om, toch? 

Maaike: ‘Absoluut.’

Joke: ‘Maar ze willen het wel allebei oplossen en het zelf doen. Ze denken allebei dat ze sterk genoeg zijn om het alleen aan te kunnen.’

Maaike: ‘Ze denken dat ze sterk genoeg zijn, maar als punt bij paaltje komt reageert iedereen – tenzij je misschien een of andere monnik bent die ergens ‘boven’ staat (lacht) – op dezelfde manier op de dood die in aantocht is: met enorm veel angst. Die angst is het enige wat je niet kan controleren.’

Het is een tragikomedie, maar over een heel zwaar onderwerp. Waar zit het komische?

Maaike: ‘Volgens mij zit het in het knulligheid ervan. De knulligheid van mensen die nog proberen iets van hun leven te maken of proberen er nog controle over te hebben, maar eigenlijk niet goed weten hoe je ermee om moet gaan. Zo kom je echt tot tragikomische situaties. Bijvoorbeeld het feit dat mijn personage Cathy letterlijk een ‘opvolgster’ zoekt voor wanneer ze er niet meer is, dat op zich is al een heel knullig gegeven. Maar het komt wel voort uit iets heel menselijks, namelijk de vraag: wat met mijn kinderen? Hoe zorg ik ervoor dat ze toch nog gelukkig worden? Niemand heeft een oplossing voor dat probleem.’

De mensen van de Kankerliga vonden de film heel écht, net omdat hij zo van extreem naar extreem gaat: van verdriet naar humor en terug.

‘Het is de kunst van Willem Wallyn om uit zo’n dramatische situaties toch humor te puren. En het is ook heel herkenbaar. Bij momenten van verlies of wanneer je geconfronteerd wordt met de dood, is er heel vaak ruimte voor schoonheid en humor. Dat is een soort uitlaatklep die je bijna nodig hebt op dat moment.’

Joke: ‘Er hangt een voortdurende spanning in zo’n situaties en die uit zich in humor. Bij mijn personage is dat dan cynisme. Ik heb de film samen met mensen van de Kankerliga gezien en zij zeiden tegen mij dat het zo echt is, omdat het van extreem naar extreem gaat. Die mensen stoppen niet met lachen, hè. Integendeel. Dat vonden zij heel waarachtig aan de film.’

Maar het is wel een blètfilm. Heb je dat gemerkt bij de avant-première op Film Fest Gent? 

Maaike: ‘Ja, dat hoor je in een zaal. Als de zaal super stil is en je ziet af en toe iemand met een hand naar z’n ogen gaan…En iedereen heeft het op een ander moment in de film.’

Joke: ‘Wat net heel mooi is. Omdat er zo veel personages zijn in zo veel verschillende situaties, ligt de herkenning bij iedereen anders.’

Kan je wenen met een film waar je zelf in speelt?

Maaike: ‘Bij mij is het toch gelukt, moet ik zeggen (lacht).’

Joke:(lacht) Ja ja, bij mij ook.’

Joke, jij schoor je haren af voor de film. Hoe was dat? 

Joke: ‘Minder intens dan ik had verwacht. Ik heb er natuurlijk zelf voor gekozen, dus ik had tijd om te wennen aan het idee en ik wou het ook echt. Dat is een heel andere situatie dan die waarin een kankerpatiënt zit.’

Dus je had de optie om het niet te doen?

 Joke: ‘Ja, maar ik wou het echt graag. Ten eerste omdat ik vind dat je het altijd ziet als het niet echt is. Dat is mijn perfectionistisch kantje dat bovenkomt. Maar langs de andere kant wou ik het altijd al eens doen, en ik vind toch ook echt dat het iets met je doet, al kan je het helemaal niet vergelijken met iemand die haar haar afdoet omdat ze kanker heeft. Voor kankerpatiënten is het moment waarop het haar begint uit te vallen vaak het allerergste, wat ik heel goed begrijp. Maar wat ik gevoeld heb, is een soort kracht. En tegelijkertijd ook een kwetsbaarheid, want het voelt wel heel bloot aan. Maar uit mijn ervaring als niet-zieke persoon, zou ik bijna zeggen: ik doe het nog een keer.’

Hoe bereid je je verder voor op zo’n rol?

Joke: ‘Wat je doet vanaf het moment waarop je weet dat je zo’n rol hebt, is je antennes opzetten. Vanaf dan is het alsof de verhalen naar je toe komen: overal zie je plots mensen met kanker, een beetje zoals wanneer je zwanger bent en je plots overal zwangere vrouwen ziet. Plots zie je de mensen en hoor je de verhalen, en dan luister je meer en ga je vragen stellen. Ik heb onder andere het dagboek gelezen van een kennis die kanker heeft gehad. Dat was best intens. Verder heb ik heel veel nagedacht over sterfelijkheid. En dan heb ik Japans moeten leren ook. Dat was gene kak. Echt héél moeilijk. Je snapt er geen jota van, hè. Er is zelfs een professor bij mij gekomen om me te helpen. En dat gaat dan over zes zinnen! Maar het was niet simpel.’

Maaike: ‘Ik heb enkele gesprekken gehad met mensen die kanker hebben of hadden. En ik heb met Wim Distelmans (kankerspecialist en professor in de palliatieve geneeskunde aan de VUB, red.) gesproken, omdat ik wilde weten wat de pijnen zijn als je kanker hebt. Dat waren uiteraard geen fijne gesprekken maar als je zoiets speelt, moet het toch wat waarheidsgetrouw zijn, uit respect voor de vele mensen die ermee geconfronteerd worden. Daarnaast was er voor mijn rol ook het accent. Ik moest Gents leren spreken, zodat het geloofwaardig was dat ik de zus was van Delfine Bafort (actrice en topmodel die de zus speelt van Cathy, red.). Delfine en ik hebben samen heel hard gewerkt opdat ik haar tongval zou kunnen benaderen. Dat heeft meer dan een halfjaar dagelijks werk gevergd, maar alles opdat het personage geaard zou zijn. Voor de rest kan je alleen maar op de set aanwezig zijn en het beleven. Je kan je niet voorbereiden op sterven, dus je kan je ook niet echt voorbereiden op sterven spelen.’

Is er een soort silver lining, een positief idee dat je uit de film kan halen?

Maaike:  ‘De ondertitel van de film is: when you go, you stay. Dat haalde ik er na de tweede visie van de film enorm uit. Ik moet zien dat ik niet te veel prijsgeef, maar naar het einde van de film toe merkte ik dat de liefde die Cathy voor haar kinderen voelt er áltijd zal zijn. Ze leven bij gratie van die liefde.’

Joke: ‘Ja, dat is waar. Er is de troost dat iemand niet volledig verdwijnt. En het continuüm: het leven gaat door, hoe hard het ook is. De nabestaanden blijven leven.’

Maaike: ‘De film heet ook niet voor niets “All of Us”. Het is een verhaal dat verbindt. Ik ken niemand die nooit met verlies te maken heeft gehad, zelfs al is het maar het verbreken van een relatie. Dat is evengoed een rouwproces. In die zin zijn we als mensen met z’n allen gedoemd om ermee om te gaan, maar dat verbindt ons ook. Dat is tegelijkertijd iets heel schoons.’

‘All of Us’ speelt vanaf woensdag 8 januari in de cinemazalen. 

Meer films om te zien:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.