Home Columns COLUMN: ‘Onze tocht naar het Zuiden nam de vorm aan van een...

COLUMN: ‘Onze tocht naar het Zuiden nam de vorm aan van een ware volksverhuizing. More is more!’

Catherine ontdekte de geneugten van een dichtbijvakantie met de auto.

Redactrice Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Ik ga op reis en ik neem mee…

De zomer van 2020 wordt er een om nooit te vergeten. En ik bedoel dat niet eens sarcastisch! Bij gebrek aan massa-evenementen en verre reizen moeten we andere manieren zoeken om onszelf bezig te houden, en eerlijk? Ik vind dat best verfrissend.

Zo heb ik dankzij de coronacrisis de geneugten van de dichtbijvakantie ontdekt. Terwijl ik in juli doorgaans een weekje naar Marrakech of Tel Aviv jetset, besluiten mijn lief en ik dit keer naar Frankrijk te rijden, Normandië meer bepaald. Als kind had ik medelijden met mensen die ‘maar’ met de auto op reis gingen en nu pas zie ik in hoe dom dat was. De wagen is niet alleen milieuvriendelijker dan het vliegtuig, als vervoermiddel is het ook ronduit superieur! Geen stress om een vlucht te halen, maar vertrekken wanneer je daar zelf zin in hebt. Geen krappe Economy-zitjes met een halve centimeter beenruimte, maar verstelbare stoelen en een hele achterbank voor dutjes! Geen plateau vol smakeloze drab in vakjes, maar vakkundig door mijn lief belegde sandwiches. Geen strenge bagagelimieten, maar plaats voor ons hele hebben en houden. Travel light? Ha!

More is more en efficiëntie is overrated. Lang leve onpraktisch inpakken!

De ieniemini trolley die de voorbije jaren met mijn arm vergroeid leek, maakt plaats voor hutkoffers en hoedendozen. Ik ga op reis en ik neem mee… een oranje Hermès-trommel met welgeteld één pet erin en een vintage bloemenvalies met plaats voor drie boeken. Daarnaast nog een Rimowa, een rugzak en een rieten mand met mijn naam erop. Niet één, maar zes paar schoenen. Een statief, een steamer en een galajurk in een kledinghoes. Onze tocht naar het Zuiden neemt de vorm aan van een ware volksverhuizing. More is more en efficiëntie is overrated. Lang leve onpraktisch inpakken!

Gezeten op de passagiersstoel van onze bolide waan ik me een lid van de Parijse bourgeoisie, klaar voor een midweek aan de Côte Fleurie. De maître van het driesterrenhotel kijkt geamuseerd toe wanneer we na het parkeren een vijfdelige bagageset tevoorschijn toveren. Hij neemt het minst zware stuk uit onze handen en laat ons met de rest zeulen. Geen kruiers of piccolo’s in dit etablissement, zoveel is duidelijk, en dat blijkt niet de enige verrassing. De kamer die ons toegewezen wordt, lijkt in de verste verte niet op de suite die we geboekt hebben. Het interieur houdt het midden tussen een brocanterie en een Chinees restaurant. Waar is het vrijstaande bad en het hemelbed?!

Zoals het een (demi-)mondaine dame betaamt, laat ik mijn lief het woord voeren. Zijn Frans is beter. Na een korte onderhandeling leidt de manager ons de kamer uit, de trappen af en een andere vleugel van het hotel in. Met ons valt niet te sollen! Met hem ook niet, dus stopt hij me de sleutel van de suite toe en wijst vol leedvermaak naar boven. Daar gaan mijn lief en ik de wenteltrap op met twintig ton bagage.

Het ergste van al is niet de tocht naar boven of het feit dat de antieke armoire in onze barokke vertrekken niet genoeg kapstokken telt voor mijn outfits, maar wel het weer. De rest van het weekend regent het namelijk onafgebroken. Van de zes paar schoenen die ik bij me heb, is er met moeite één waterdicht en mijn zomerse avondlooks blijven tot nader order ongedragen in de kast hangen.‘Hebben we geen paraplu in de kofferbak liggen?’ oppert mijn lief nog. Helaas. Die heb ik voor vertrek verruild voor een hoedendoos.

Meer columns van Catherine: 

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.