Home Columns COLUMN: ‘Nachtelijk gelal behoort niet tot het nieuwe normaal, maar dat heeft...

COLUMN: ‘Nachtelijk gelal behoort niet tot het nieuwe normaal, maar dat heeft ook voordelen’

Catherine doet het relaas van haar eerste cafébezoek na de lockdown.

Redactrice Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

De eerste keer

De eerste keer is altijd moeizaam en lichtjes ongemakkelijk. Je weet niet goed hoe het moet en wil jezelf vooral niet belachelijk maken. Je begint eraan met klamme handjes en een flinke dosis zenuwen. Als je goed en wel bezig bent, gaat het gelukkig vanzelf. De eerste keer wordt een tweede keer en voor je het weet, kan je je niet meer voorstellen hoe je ooit zónder kon. Je zou dit het liefst élke dag doen. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Alleen, met een date of met een hele groep! Vijftien was het maximum, zeker? Ja echt, die eerste keer terug op café na de lockdown vergeet ik nooit. Waarover dachten jullie anders dat ik het had? Soit.

Ik herinner me nog dat mijn lief zei: ‘Twee pintjes en we gaan naar huis.’ Die twee pintjes werden er algauw drie, vier, vijf, tot het licht uitging in het Licht der Dokken. Maar wacht, even een rewind… Het eerste wat opviel bij binnenkomst was een toog zonder tooghangers, een unheimlich zicht in deze bruine kroeg. Iedereen zat braaf rond tafeltjes met minstens anderhalve meter tussen. Ideaal als je met vrienden hebt afgesproken, maar wat als je een oude bekende ziet? Verschillende opties: 1. Vechten met de andere stamgasten om een extra barkruk te bemachtigen. 2. Roepen om de afstand tot de andere tafel te overbruggen.

Toen mijn lief zijn vervelende ex-onderburen en hun drankprobleem spotte, konden we heláás niet bij hen gaan staan.

Nee, nachtelijk gelal behoort helaas niet tot het nieuwe normaal. Dat heeft natuurlijk ook voordelen. Toen mijn lief zijn vervelende ex-onderburen en hun drankprobleem spotte, konden we heláás niet bij hen gaan staan. En toen een single veertiger van aan de overkant van de keet naar me knipoogde, mocht hij heláás niet dichterbij komen. Die coronamaatregelen zijn zo slecht nog niet!

Hoe later het uur, des te minder lieten de habitués zich echter nog tegenhouden. De bar raakte stilaan toch bevolkt, de volumeknop van de muziek ging open en de krukken schoven steeds meer naar elkaar op. Niet veel later ontpopte de waard zich tot derderangs-dj en veranderde het terras in een dansvloer. Bang voor een boete probeerde het personeel iedereen aan te manen om weer plaats te nemen. Zo gezegd, zo gedaan, tot er iemand het lumineuze idee kreeg om op een stoel te gaan staan. Party- én coronaproof – hoewel een zingende zatlap zonder mondmasker zomaar eens een superspreader zou kunnen zijn. We lieten het niet aan ons hart komen en hieven het glas op de Twitter van Marc Van Ranst.

Heel even leek de zomer weer zorgeloos. Het verdriet om afgelaste festivals en trouwfeesten werd verdrongen door plannen voor barbecues en dichtbijvakanties. Back to basics, genieten van de kleine dingen en andere zaken die we onszelf wijsmaken als een verre reis om virologische redenen onmogelijk blijkt. Mijn toekomstdroom werd hardhandig verstoord door het kabaal van een omvallende kruk gevolgd door het gebulder van de uitbater die het laatste rondje aankondigde. De eenzame man die eerder naar me loensde, gebaarde hoopvol naar mijn lege glas, maar ik wuifde zijn traktaties en avances vriendelijk weg. Saved by het sluitingsuur.

Mijn lief en ik waggelden naar huis en slaagden er nog net in onze handen te wassen voor we slaap- en stomdronken ons bed in stommelden. Niet geheel onverwacht werd dat eerste cafébezoek gevolgd door de eerste postcoronakater. Die was helaas allesbehalve asymptomatisch.

Meer columns van Catherine: 

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.