Home Columns COLUMN: ‘Door dat Ardennenweekend denkt mijn lief verkeerdelijk dat ik enige zin...

COLUMN: ‘Door dat Ardennenweekend denkt mijn lief verkeerdelijk dat ik enige zin voor avontuur bezit’

'Zijn voorstellen om te gaan kajakken, hiken of rondtrekken wimpel ik keer op keer af.'

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Liefde is compromissen sluiten, zegt mijn mama altijd. Zodoende bracht ik de voorbije nacht door in een tent. Mijn lief en ik leerden elkaar ooit beter kennen tijdens een weekendje Ardennen, en sindsdien veronderstelt hij verkeerdelijk dat ik enige zin voor avontuur bezit. Niets is minder waar. Zijn voorstellen om te gaan kajakken, hiken of rondtrekken wimpel ik keer op keer af en worden subtiel vervangen door plannen om te gaan zwemmen, shoppen of citytrippen.

Toen familie uit het verre Vlaams-Brabant ons echter uitnodigde voor een tuinfeest mét overnachting, had ik geen excuses meer over. We zouden gaan kamperen, basta. Voor je denkt dat ik een verwend nest ben: ik heb in mijn Chirojeugd genoeg gebivakkeerd voor de rest van mijn leven. Op festivalcampings zal je mij ook niet gauw meer zien. Zodra je de dertig voorbij bent, heb je gewoon geen zin om gewekt te worden door het lawaai van air horns, zwetend uit een gloedhete iglo te kruipen en vervolgens in de rij voor de douches te gaan staan. Dan vergeet ik nog het dieet van Aïki Noodles en instantpasta, de dixi’s, de bergen afval en de grapjassen die er een sport van maken om je campingstoeltje te pikken.

Comfortabel is anders, maar ik moest schoorvoetend toegeven dat het wel iets had, indommelen in de stilte van de natuur met niets dan een zeiltje tussen ons en de sterrenhemel.

Terwijl ik de vele nadelen opsomde, laadde mijn lief zonder verpinken zíjn gestolen campingstoel in de autokoffer en zette hij koers richting Vlaamse velden, waar we de two seconds-tent zouden opgooien. Die avond dronken we te veel wijn en te weinig water, zoals dat gaat op familiefeesten, en kropen we uitgedroogd ons bed in. Met ‘bed’ bedoel ik uiteraard een flinterdun opblaasmatje en een lichtjes muffe slaapzak. Comfortabel is anders, maar ik moest schoorvoetend toegeven dat het wel iets had, indommelen in de stilte van de natuur met niets dan een zeiltje tussen ons en de sterrenhemel. Tot ik opgeschrikt werd door het gebulder van honderd brulkikkers en twee vrolijk zingende Schotten – verre verwanten wier bloed voor 90 % uit whisky bestaat.

Toen ik ‘s ochtends uit de tent kroop, voelde ik me alsof ik er vier dagen Dour op had zitten. Mijn wallen waren dikker dan mijn slaapmat, mijn ledematen telden meer muggenbeten dan dat er uren in de nacht zijn en mijn rugpijn deed vermoeden dat ik op een spijkerbed van piketten gepit had. Zelfs mijn lief moest zijn mening herzien. ‘Schatje, wij zijn geen tentmensen’, bekende hij. Bij wijze van compromis hiken we volgende keer naar het dichtstbijzijnde hotel.

Meer columns van Catherine:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.