Lauren heeft één grote droom: samen met haar lief Timo een huis kopen. Maar huizen zijn duur en kandidaat-kopers zijn talrijk. Bovendien zorgt de zoektocht voor best wat wrijving tussen haar en Timo. En dan is er nog die arrogante maar knappe makelaar...
‘Timo, wacht!’ zeg ik. Met tegenzin zet ik mijn glas neer. Ik heb amper een paar slokjes kunnen drinken. Ik sta recht en ga achter hem aan. ‘Het spijt me’, zeg ik als ik hem heb ingehaald, nog net voor hij bij de deur is. Gelukkig zijn er nog niet al te veel klanten, want de weinige personen die hier wél zitten, bekijken het schouwspel met veel plezier. ‘Je hebt gelijk. Ik heb een ideaalbeeld van ons droomhuis in mijn hoofd en vind het erg moeilijk om dat los te laten. Kom alsjeblieft weer zitten. Laten we er rustig over praten.’ ‘Oké’, zegt hij. ‘Maar het is belangrijk dat we rationeel blijven. En dat we op één lijn zitten.’ Ik knik. Maar ik weet dat hij eigenlijk bedoelt: ik wil dat jíj rationeel blijft en op míjn lijn zit. De realiteit is dat iemand altijd wel wat water bij de wijn moet doen en dat Timo om een of andere reden vindt dat ik die persoon moet zijn, omdat ik te veel wil. ‘Het is gewoon omdat het over zoveel geld gaat. Zo verschrikkelijk veel geld. En dat we daarna niet alleen geen spaargeld meer overhebben, maar dat we ook 25 jaar lang heel veel moeten afbetalen. En dat alles voor iets wat zelfs niet in de buurt komt van ons droomhuis.’
Tuurlijk, er moet altijd wel iemand wat water bij de wijn doen. Maar Timo vindt dat ik die persoon moet zijn, omdat ik te veel wil.
‘Komaan, Lauren, elk huis kan een droomhuis zijn als je er graag in woont, het aankleedt zoals je wil, je kinderen erin ziet opgroeien...’ Wordt hij zijn praten in inspirational quotes zelf nooit beu? Ik ben echt dol op Timo, maar op momenten als deze vind ik hem ronduit irritant, ook al weet ik wel dat hij gelijk heeft. Misschien voorál omdat ik weet dat hij gelijk heeft. ‘En hebben kinderen echt een eigen kamer nodig? Mijn opa vertelt altijd dat hij met drie broers in één dubbel bed sliep. Misschien kunnen we een kamer opdelen in twee kleinere kamers. Dan plaatsen we een hoogslaper met een bureau eronder en hebben ze wat ze nodig hebben.’ Oké, dat klinkt nog wel gezellig. Ik wil niet dat mijn kinderen in één bed moeten slapen, maar ze hoeven ook geen grote kamer te hebben. En als we de grootste slaapkamer in tweeën delen, kan het eventueel nog wel werken. Hoelang zijn ze ook allebei tieners? En misschien gaan ze op hun achttiende alweer op kot. Misschien heeft Timo wel gelijk als hij zegt dat ik alles altijd overdenk. Waarom zit ik nu al na te denken over hoe we de studentenkoten van onze kinderen moeten betalen als we nog niet eens aan het proberen zijn om kinderen te krijgen? Als we niet eens weten of we wel kinderen kúnnen krijgen?
Niet mijn schuld dat ik naar de kapper moet
‘En over opa gesproken: vergeet niet dat ik elk jaar nog vijfduizend euro van hem krijg. Met dat geld kunnen we elk jaar wel een stukje renovatie betalen, zodat we na een tijd, als het huis is opgeknapt, weer kunnen sparen. Als je dan nog steeds een groter huis wil, kan dat vast wel. We maken gewoon geen dure reizen meer, gaan minder uit eten, koken in plaats van al die takeaway te bestellen, smeren boterhammetjes om mee te nemen naar het werk, en jij koopt minder kleren en gaat minder vaak naar de kapper. Al die dingen samen zullen ons veel opleveren per maand. Zo kunnen we sowieso snel sparen.’ ‘Jij gaat vaker naar de kapper dan ik!’ ‘Ja, maar mijn kappersbeurt kost twintig euro, en die van jou meer dan honderd.’ ‘Ik kan het ook niet helpen dat ik al grijs haar heb! En sowieso zijn kappers veel duurder voor vrouwen. Het is niet mijn schuld dat de maatschappij inherent seksistisch is, dat vrouwen daardoor hun haar moeten kleuren en dat kappers misbruik maken van het schoonheidsideaal door vrouwen veel meer aan te rekenen.’ Timo opent zijn mond, maar sluit hem weer. Hij is veel te bang om ertegen in te gaan en iets vrouwonvriendelijks te zeggen. ‘Maar je hebt gelijk. We zullen gewoon een paar offers moeten brengen. Onze ouders konden ook huizen betalen omdat mensen toen niet zoveel reisden of op restaurant gingen. Dat moeten wij ook kunnen, toch?’ ‘Natuurlijk!’ zegt hij, en ik geef hem een kus. Voor mijn droomhuis heb ik alles over.
Het leuke aan single zijn
Of dat dénk ik toch, tot ik thuiskom van het werk. Deze voormiddag hadden we vrij genomen om naar het huis te gaan kijken, maar na ons cafébezoekje ben ik weer naar kantoor gegaan. Daar heb ik snel een broodje gekocht. Dat was tegen de nieuwe afspraak in, maar dat wist ik natuurlijk nog niet voor ik vanmorgen van huis vertrok, waardoor ik geen boterhammen had gesmeerd. Maar morgen begin ik er écht aan. Het was wel een heerlijk broodje, en tijdens het eten ervan kon ik tegen mijn collega’s zeuren over de huizenmarkt en mijn lief. Ze waren allemaal heel begripvol en bemoedigend, behalve Zoë. Zij heeft al meerdere keren aangegeven dat iemand met genoeg geld om een huis te kopen én die in een relatie zit, geen recht heeft om te klagen. En ergens begrijp ik het wel, want Zoë wil heel graag wat ik heb. Vooral het feit dat ik een paar jaar jonger ben dan zij, frustreert haar. En hoe goed ik ook mijn best doe om haar te proberen duidelijk te maken dat het leven veel meer is dan een vriend en een huis, is dat makkelijk gezegd als ik beide heb. Ik heb haar al vaak gezegd dat ik als single net zo gelukkig was, dat een relatie niet zaligmakend is, dat Timo me soms vreselijk irriteert... Maar dat maakte het alleen maar erger, want dan vindt ze me ondankbaar.
Er was nochtans geen woord van gelogen, want ik was als single ook echt zo gelukkig als nu met Timo. Ik had mijn vriendinnen, mijn collega’s en mijn familie. Ik ging uit, ging op reis en deed citytrips, en dat alles zowel alleen als met vrienden. Ik leerde dat als je dingen alleen doet, je veel meer meemaakt. Ik leerde bijzondere mensen kennen, had geweldige gesprekken en ontdekte plekken die me getipt waren door locals en andere toeristen. Nee, single zijn was geen opgave voor mij. Maar ik weet ook wel dat niet iedereen gemaakt is om alleen te zijn of ervan houdt om dingen solo te doen. En Zoë is een van hen. Gelukkig zei ze niets tijdens de lunch. Ze ging alleen heel ostentatief weg zodra haar eten op was.
Iemand met een lief én genoeg geld om een huis te kopen, mag niet klagen, vindt Zoë. Ze wil gewoon wat ik heb.
‘Wat eten we vanavond?’ vraag ik als ik druipend van de regen thuiskom aan Timo, die met een zak chips in de zetel zit. ‘Hoezo? Dat weet ik niet. Ben jij niet naar de winkel geweest?’ ‘Nee, waarom zou ik naar de winkel gaan? Vooral omdat jij als eerste thuis was.’ ‘Ik wilde niks kopen uit schrik dat jij ook iets zou kopen.’ ‘Ja, zeg, stel je voor. Dan hadden we eten voor twee dagen. Wat een ramp.’ ‘Je hoeft niet zo sarcastisch te doen, ik wilde gewoon eerst even overleggen.’ ‘Je had me toch kunnen bellen? Ik loop letterlijk langs de supermarkt op weg naar huis. Nu moet ik helemaal terug. En het regent. En ik ben moe. En ik heb honger.’ ‘Zullen we dan nog één keer takeaway doen?’ ‘Of je zou ook kunnen voorstellen om naar de supermarkt te gaan.’ ‘Gaat niet’, zegt hij met een mond vol chips. ‘Ik heb mijn pyjamabroek al aan.’ Ik wil boos zijn, maar schiet onwillekeurig in de lach. ‘Nee, ik ga wel naar de supermarkt’, geef ik toe. ‘Ik heb vanmiddag al een broodje gekocht. Ik wil ons goede voornemen niet al op dag één volledig overboord gooien. Dan gaan we het nooit volhouden.’ ‘Je bent sexy als je nat bent’, zegt hij terwijl hij me verlekkerd aankijkt. ‘Trek die kleren maar uit voor je ziek wordt.’ ‘Doe niet zo gek’, zeg ik. ‘Ik loop snel even naar de winkel.’ ‘Kom hier’, zegt hij, en hij trekt me boven op hem en kust me. ‘Bah, je smaakt naar chips’, zeg ik. ‘Ik weet dat je dol bent op chips. En op mij’, zegt hij. En dat is niet gelogen.
Lees volgende week verder hoe Laurens zoektocht naar een huis verloopt.