Gen F

Join onze community en krijg extra toegang tot artikelen, deel jouw verhaal & ...
verkocht!

Lees hier deel 1 van Kaats nieuwste feelgoodverhaal!

VERKOCHT!: ‘Kan jij nou nooit eens een béétje positief zijn?’

Lauren heeft één grote droom: samen met haar lief Timo een huis kopen. Maar huizen zijn duur en kandidaat-kopers zijn talrijk. Bovendien zorgt de zoektocht voor best wat wrijving tussen haar en Timo. En dan is er nog die arrogante maar knappe makelaar...

‘En dit is de tuin.’ ‘Tuin?’ vraag ik verbaasd. Ik kijk naar een koertje van nog geen vier vierkante meter groot. Of, beter gezegd, klein. Het een koertje noemen is eigenlijk al behoorlijk optimistisch, want het is omgeven door hoge muren, waardoor er zelfs geen zon naar binnen kan. Hier kan een kat nauwelijks z’n kont keren, laat staan dat wij hier met z’n tweetjes gezellig een glaasje wijn zouden kunnen drinken. Het zou misschien net lukken als we twee stoelen tegen elkaar zetten, zonder tafeltje erbij, en vooral nooit vrienden uitnodigen. ‘Dit is nauwelijks groot genoeg om de vuilniszakken neer te zetten’, zegt Timo. ‘Nou nou, dat is wel wat overdreven’, zegt de makelaar. ‘Je kan hier makkelijk een paar mooie plantenbakken zetten, bijvoorbeeld. En heb je al ooit gehoord van een verticale tuin? Dat is helemaal trendy nu.’ ‘Ik denk dat niet veel planten hier zouden overleven, zo zonder zonlicht.’ ‘Natuurlijk is er hier zonlicht. ’s Middags staat de zon hier direct boven, en dan wordt het hier lekker warm. Bovendien betekent veel zon ook een heet huis in de zomer. Dat wil je toch niet? Met de opwarming van de aarde kan je maar blij zijn dat je geen op het zuiden gerichte tuin hebt.’ ‘Met de opwarming van de aarde is groen net nog belangrijker’, spreekt Timo hem tegen.

Welk jong koppel heeft er nu wél een groot budget voor een huis? Het feit dat we zelfs maar op zoek kunnen gaan, is al een klein mirakel.

‘En dit is de keuken’, zegt de makelaar, Timo’s opmerking negerend. Ik weet niet of hij een klimaatontkenner is of gewoon iemand die niet graag wordt tegengesproken. ‘Lekker vintage.’ Ik weet niet of hij al ooit op een vintagebeurs is geweest, maar scheefgezakte, afgebladderde kastdeurtjes uit de jaren negentig vallen daar niet onder. ‘Ze kunnen op termijn wel een laagje verf gebruiken, maar dat is net leuk, toch? Dan kan je zelf je kleur kiezen.’ ‘Mmmm’, zeg ik. Zullen we naar boven gaan?’ Timo en ik kijken elkaar aan. Met het aankoopbedrag plus wat we aan renovatiekosten zouden moeten betalen voor het gelijkvloers alleen al, én het feit dat je altijd meer moet bieden dan de vraagprijs om zelfs maar een kleine kans te maken, zitten we al ver over ons budget. ‘Nee, ik denk niet dat dit het wordt’, zegt Timo tegen de makelaar. ‘We willen uw tijd ook niet nodeloos verspillen.’ ‘Mag ik vragen waarom?’ Timo aarzelt.

Mag ik eerlijk zijn?

Ik weet dat Timo trots is en niet graag toegeeft dat ons budget te krap is. Ik vind dat redelijk onbegrijpelijk. Welk jong koppel heeft er nu wél een groot budget voor een huis? Het feit dat we zelfs maar op zoek kunnen gaan, is al een klein mirakel. Nou ja, een klein mirakel en een vrijgevige grootvader. Timo’s opa vond het te stom dat Timo zou moeten wachten tot hij dood was om zijn geld te krijgen, dus geeft hij hem sinds hij achttien is elk jaar vijfduizend euro als nieuwjaarscadeau. Dat betekent dat hij nu veertigduizend euro heeft, plus nog wat geld dat hij zelf heeft gespaard. Met mijn spaargeld erbij (dat een pak minder is wegens geen rijke grootouders) kunnen we de tien procent voorschot en de notariskosten alvast betalen, waardoor we een lening kunnen krijgen bij de bank. ‘Vanwege de tuin’, zegt Timo. ‘Of eerder het gebrek eraan.’ De makelaar lacht een cynisch lachje. ‘Mag ik eerlijk zijn?’ Liever niet, denk ik bij mezelf, maar ik haal mijn schouders op. ‘Ik vrees dat jullie budget geen tuin toelaat. Tenzij je voor een renovatieproject gaat, natuurlijk.’

‘Maar dit ís toch een renovatieproject?’ ‘Nee, hoor, dit is een instapklare, op te frissen woning. Deze kan je zo kopen en dan langzaam opknappen telkens wanneer je weer wat gespaard hebt terwijl je er al in woont.’ ‘Maar…’ ‘Je zou misschien een op te frissen huis met een tuintje kunnen kopen als je een slaapkamer laat vallen.’ ‘Twee slaapkamers? Maar we willen kinderen!’ ‘Je kan dit zien als een starterswoning en alweer beginnen te sparen als jullie erin wonen. Misschien kan je beginnen met één kindje? Of kunnen twee kindjes de eerste jaren een slaapkamer delen?’ ‘Oké, maar hoe moeten we sparen voor een groter huis als we ons spaargeld al moeten gebruiken om het huis op te frissen?’ ‘Tja, dat is nu eenmaal de realiteit van de huizenmarkt vandaag. Misschien kunnen jullie je ouders om geld vragen? In elk geval, hier is mijn kaartje. Bel maar als je nog een huis op onze site ziet dat je wil bekijken.’

Lekker bitchen over huizen

‘Koffietje?’ ‘Doe maar een wijntje’, zeg ik. Hij trekt één wenkbrauw op – ja, dat kan hij – en ik zeg: ‘Ja, zeg, ik weet dat het nog geen middag is, maar ik heb het nodig. Bovendien is het kwart voor twaalf, het is een academisch kwartiertje.’ ‘Dat is niet wat een academisch kwartiertje is’, zegt hij, maar zonder verder protest gaat hij naar de toog om te bestellen. Ik ben een soort van passenger princess, maar dan op café: ik laat Timo altijd naar de toog gaan om te bestellen terwijl ik veilig aan het tafeltje blijf zitten. Ik ben normaal gezien niet zo’n grote drinker. Ik drink alleen bij speciale gelegenheden. Maar na wéér zo’n ontmoedigend huisbezoek… Pfff. ‘Zo, schat’, zegt Timo als hij onze drankjes op tafel zet. ‘We gaan nooit een huis vinden.’ ‘Natuurlijk wel’, zegt hij zalvend. ‘Komaan, hoeveel hebben we er intussen al gezien? Een stuk of twintig? Ofwel vielen ze bijna uit elkaar, ofwel waren ze oké, maar kwamen er meer dan zestig mensen naar de kijkdagen en maakten we geen schijn van kans.’

Kan jij nou nooit eens een béétje positief zijn? Al die druk die je op ons gooit... Ik heb al geen zin meer om een huis met je te kopen.

‘Kijk, er moet maar één huis het juiste zijn. Ik weet zeker dat ons droomhuis op ons wacht. We zien deze stomme huizen alleen maar omdat ons droomhuis nog niet te koop is.’ Ik zucht. Ik wou dat ik Timo’s optimisme had. Ik ben er best jaloers op. Tegelijkertijd irriteert het me ook enorm. Kan hij nu nooit eens een keer gewoon met me mee zeuren over hoe hopeloos en oneerlijk alles is? Een beetje lekker bitchen over hoe huizen onbetaalbaar zijn voor jonge koppels en hoe onze maatschappij faalt en zo? ‘Wat vind je van het idee om voor een slaapkamer minder te gaan en later te verhuizen naar iets groters?’ ‘Goh, ja, misschien heeft hij wel een punt.’ ‘Maar wat ik daarnet zei: hoe kunnen we ons spaargeld gebruiken om een huis op te knappen en tegelijk sparen voor een groter huis?’ ‘Het huis wordt meer waard met de jaren.’ ‘De duurdere huizen worden óók duurder. Bovendien: wat als we graag in het huis wonen en er niet meer weg willen? Dan moeten we al onze spullen verhuizen en veel kosten betalen voor een huis dat dan misschien tegenvalt. Dat zou toch vreselijk zijn?’

‘Als we graag in het huis wonen en niet willen verhuizen, wat is dan het probleem?’ ‘Je kan toch geen twee pubers een kamer laten delen?’ ‘Jezus, Lauren, het duurt nog een jaar of vijftien voor wij twee tieners hebben. Kunnen we dat probleem niet oplossen zodra we eraan toe zijn?’ ‘Is het nu zo gek dat we een beetje vooruitkijken en dingen slim plannen? Een huis kopen en verhuizen kost veel geld. We zouden misschien moeten bijlenen en langer afbetalen. En wat als de rente tegen dan veel hoger ligt? Wat als een van ons tweeën zijn baan verliest of ziek wordt?’ ‘Kan jij nou nooit eens een béétje positief zijn? Al die druk die je op ons gooit... Ik heb al geen zin meer om een huis met je te kopen’, zegt Timo, en hij schuift zijn stoel met een ruk achteruit, staat op en loopt weg.

Lees volgende week verder hoe Laurens zoektocht naar een huis verloopt.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content

' ' ' '

Commerciële boodschap