Maya heeft geld geërfd van haar grootouders en besloot daarmee haar droom na te jagen: haar saaie kantoorjob opgeven en een koffiebar beginnen. Die lijkt voorlopig goed te draaien. Alleen in de liefde loopt het wat minder. Of komt daar binnenkort verandering in?
‘Hoe bedoel je? Wil je herinrichten? Ach ja, mama had sowieso wat meubels verplaatst. Ik zal je straks wel helpen om alles terug te zetten zoals jij het wil. Maar ik moet er wel eerst zeker van zijn dat ze weg zijn, want-’ ‘Nee, dat bedoel ik niet’, onderbreekt Iris mij. ‘Waarom laten we Titus niet in mijn flat wonen?’ ‘Titus? Maar ik dacht dat je zo blij was om je appartement terug te hebben?’ ‘Dat is ook zo. Dat was ook zo. Maar dan denk ik aan Titus, die in een kaal appartement op een luchtmatras slaapt in een slaapzak. En alleen een oven heeft om eten op te warmen. Het is natuurlijk fantastisch van Jarne dat hij hem een dak boven zijn hoofd heeft heeft gegeven en dat Titus geen kou meer hoeft te lijden, kan douchen en een bed heeft. Zijn situatie is zoveel beter dan voorheen. Maar toch… Ik zou me er niet goed bij voelen om weer in mijn eigen bed te liggen, wetend dat hij niets heeft. Die jongen verdient een écht bed. En potten en pannen om écht te koken en een zetel en een kast vol boeken en een tv. En wij in de buurt om hem af en toe gezelschap te houden. Iedereen heeft nood aan warmte, gezelligheid en vrienden, en hij meer dan wie ook op dit moment. Tenzij jij er geen zin in hebt om nog wat langer samen te wonen, natuurlijk.’
Ik zou mijn gevoelens voor Titus graag verder onderzoeken.
‘Ik vind het een fantastisch idee! Eigenlijk vond ik het idee dat mama hierboven woonde en elk moment voor de deur kon staan dé echte aanslag op mijn privacy. Samenwonen met jou gaat zelfs verrassend makkelijk. Maar belangrijker is inderdaad dat Titus een echte plek verdient. Ik denk dat het ook goed is voor zijn zelfvertrouwen. En dat het hem zal helpen om zich sneller thuis te voelen en vrienden te maken op zijn werk, want dan kan hij makkelijker meepraten over de dingen waarover mensen praten tijdens de lunch: tv-programma’s, actualiteit, het huishouden... Je staat er niet bij stil hoe moeilijk het voor hem moet zijn om zich opnieuw te integreren, ook al woonde hij niet eens zo lang op straat.’ Op dat moment hoor ik luid gestommel en gebons op de trap. Ik ken dat geluid. Het is mama’s veel te grote en veel te volle koffer. Maar het betekent ook dat ze klaar zijn boven. ‘Zodra we de voordeur hebben horen dichtslaan, kunnen we het goeie nieuws gaan vertellen aan Titus.’ ‘Ach ja, ik vergeet altijd dat we hem niet kunnen appen.’ ‘We moeten er eens werk van maken. Die domicilie regelen. Een simkaart voor hem kopen. Het is vervelend dat hij op weekdagen werkt en ik op zaterdag. Ik kan niet eens samen met hem ergens naartoe.’ ‘Nee, maar ik wel. Ik kan zaterdag met hem naar de telefoonwinkel.’ ‘O, mijn God’, zeg ik.
Een baby van Iris en mij
‘Wat is er?’ ‘Zo zou het zijn als we samen een kind hadden.’ Iris proest het uit. ‘Een kind van onze eigen leeftijd. Bijzonder.’ Ik grijns. ‘Maar niet alleen dat. Ik heb gedachten over Titus die, euh… niet zo moederlijk zijn’, zegt ze. ‘O?’ ‘Je weet wel’, zegt ze, nu een beetje rood. ‘O! Je bedoelt…’ ‘Ja, ik voel me wel aangetrokken tot hem. Is dat fout?’ Ik slik. ‘Euh, nee, natuurlijk niet. Waarom zou dat fout zijn?’ ‘Ik weet het niet. Ik ken hem pas, en het is dus toch vooral gebaseerd op zijn uiterlijk.’ ‘En dat is begrijpelijk.’ ‘Ja, toch? Ik vind hem zo knap. En ik ben zo onder de indruk van zijn verhaal. Hij is dapper en sterk, en ik heb zoveel bewondering voor het feit dat hij nog liever op straat leefde dan een dubbelleven te leiden tegenover zijn ouders. Ik denk niet dat ik het zou kunnen. Dus ja, ik zou die gevoelens graag verder onderzoeken.’ Ik voel mijn hart zinken. Maar ik gun het Iris en Titus ook zo hard. En ik ben natuurlijk nog lang niet klaar voor iets nieuws. Ik knik. ‘Dat snap ik’, zeg ik. Iris ziet duidelijk de gepijnigde uitdrukking op mijn gezicht.
‘O, sorry, Maya! Wat ontzettend tactloos van me om over m’n liefdesleven te beginnen terwijl jij net al die toestanden hebt meegemaakt.’ ‘O nee, dat is niet erg. Echt. Ik ben niet het type dat wil dat iedereen ongelukkig is omdat ik dat ben. Integendeel, je kan ervoor zorgen dat ik mijn geloof in de liefde kan behouden. Nee, onderzoek jij maar hoe het zit tussen jullie. Toon hem zo meteen hoe je keuken werkt. Stel eventueel voor om daar eens voor hem te koken zodat hij meteen kan leren waar alles staat en hoe de vaatwasser werkt.’ ‘Dat is een geniaal idee! Dank je wel, Maya. Dat ga ik doen. Het is zo’n subtiele manier om hem te eten te vragen.’ ‘Natuurlijk is het misschien té subtiel. Hij weet niet dat het een date is, en jij weet niet of hij interesse heeft.’ ‘Nee, maar dan kan ik in elk geval al ontdekken of hij wel echt bij me past of niet. Zullen we hem het goede nieuws brengen?’ Iris staat nog net niet op en neer te springen van ongeduld. ‘Oké’, zeg ik met een glimlach. ‘Als je niet mee wil, begrijp ik het ook, hoor.’ ‘Alles wat me kan afleiden, is welkom’, zeg ik. ‘Tenzij je het liever alleen gaat vertellen, natuurlijk.’ ‘Nee, dat zou ik dan weer vreemd vinden. Ik huur het appartement, en het is in dat opzicht misschien wel van mij, maar jij bent nog altijd de eigenaar. Ik denk dat hij alleen gerust is als hij weet dat het van ons tweeën komt.’ ‘Ik kan me trouwens best voorstellen dat hij het aanbod niet wil aanvaarden, want ik heb de indruk dat hij best trots is.’
Je wil toch niet dat ik moet liegen?
‘Nee nee, dat kan ik niet aannemen’, reageert Titus helemaal zoals verwacht. ‘Ik heb nu een dak boven mijn hoofd, en dat is al zoveel meer dan ik had durven te hopen.’ ‘We begrijpen dat je hier blij mee bent, maar wij hebben nu eenmaal een appartement op overschot dat nóg beter is.’ ‘Jij kan dat appartement verhuren en er geld mee verdienen. Jarne kan dit niet verhuren. Daarom voel ik me niet schuldig over het feit dat ik hier gratis logeer.’ ‘Ik heb het geld voor het gebouw geërfd van mijn grootouders. Ik heb het allemaal in mijn schoot geworpen gekregen’, zeg ik met een handgebaar naar mijn huis. ‘Ik vind het niet meer dan normaal dat ik iets terugdoe. Anders voel ik me weer schuldig. Zo blijven we bezig.’ ‘Ik zit hier goed, echt.’ ‘Luister, als jij in mijn appartement woont, kan ik je daarna referenties geven voor als je op zoek gaat naar iets om te huren. Toch? Anders moet ik liegen. En je wil toch niet dat ik voor je moet liegen?’ zeg ik met een grijns.
Ik wil graag veel verdienen om dan onafhankelijk te worden van de hulp van anderen. Laat me voor je werken, Maya.
‘Bovendien is het goed voor je sociale leven op het werk. Je zal kunnen meepraten, je kan koken, je kan je lunch meenemen naar het werk, je zal lekker uitgeslapen zijn en je kan zelf je kleren wassen en drogen zonder afhankelijk te zijn van mij.’ ‘Ik voel me er niet goed bij als ik je niet kan betalen.’ ‘Ik wou dat je voor mij kon werken, dan hadden we allebei geen schuldgevoel.’ ‘O, maar dat kan. Om meer te verdienen heb ik gekozen voor de late shift. Ik werk van twee tot tien. De meeste andere mensen die daar werken hebben een gezin, dus die shift is niet zo populair. Daarom wordt hij iets beter betaald. Ik kan dus gerust tot de middag voor je werken.’ ‘Jezus, Titus, het is niet de bedoeling dat je twaalf uur per dag gaat werken.’ ‘Maar dat wil ik net. Ik wil graag zo veel mogelijk werken en verdienen om dan onafhankelijk te worden van de hulp van anderen. Ik snap dat dat ondankbaar klinkt, maar dat is absoluut niet de bedoeling. Laat me voor je werken, Maya.’ Maar hoe kan ik met hem samenwerken en tegelijk toekijken hoe Iris en hij verliefd worden zonder dat het me helemaal kapotmaakt vanbinnen?
Lees elke woensdag en zondag op Flair.be hoe Maya haar koffiebar én liefdesleven draaiende probeert te houden.