Home Straf Verhaal Viana (37) vluchtte meer dan twintig jaar geleden voor de oorlog in...

Viana (37) vluchtte meer dan twintig jaar geleden voor de oorlog in Afghanistan

Ze is getrouwd, heeft 2 kinderen en studeerde maatschappelijk werk.

Viana
© Tim De Backer

Drijvend in bootjes of in lange rijen aanschuivend aan de dienst Vreemdelingenzaken: vluchtelingen zijn niet meer uit het nieuws weg te denken. Viana was zelf vluchteling en vertelt op hoe zij dat beleefde en hoe het nu met haar gaat.

‘We hadden het goed in Afghanistan. Heel goed. Mijn papa was diplomaat, burgemeester en gouverneur, en we woonden in een prachtig appartement met vier slaapkamers. Iedereen in ons dorp kende ons en we genoten een zeker aanzien. Ik had vriendinnetjes, speelde badminton, ging naar school en genoot van mijn vrijheid. Al was het niet allemaal rozengeur en maneschijn… Eigenlijk kan ik me niet anders herinneren dan dat er een constante oorlogsdreiging was. Af en toe waren er ontploffingen in onze buurt en dan dook ik in de gang, met mijn handen over mijn oren. Doodsbang was ik op zulke momenten. Het was een oorlog die zich ver van ons appartement afspeelde. Net daarom was de situatie min of meer leefbaar. Ik raakte gewend aan die dreiging en ons leven ging zijn gangetje. Maar toen de moedjahedien de macht grepen, bleef er van ons rustige leven niets meer over.

De moedjahedien ontvoerden je en maakten je tot hun vrouw. Meisjes sprongen uit wanhoop van appartementsblokken.

Ze legden hun strenge islamitische wetten aan iedereen op, terroriseerden dorpen en maakten jacht op alles en iedereen die het niet met hen eens was. Als tienjarig meisje werd ik verplicht een hoofddoek te dragen – net als alle meisjes en vrouwen trouwens. Ik mocht niet meer gaan badmintonnen en het was zelfs gedaan met naar school gaan. En dat was nog niet alles. Om de haverklap hoorden we bommen ontploffen, er werden brandstoftanks in de fik gestoken en er werd zelfs een munitievoorraad van het leger in onze buurt vernietigd. Dagenlang hoorden we granaten ontploffen. Vrouwen voelden zich niet meer veilig, want hadden de moedjahedien het op je gemunt, dan ontvoerden ze je en maakten ze je tot hun vrouw. Ik was gelukkig nog te jong, maar meer dan eens sprongen meisjes van appartementsblokken naar beneden in een wanhopige poging zich niet te moeten onderwerpen aan die vreselijke mannen.’

De nachtmerries achtervolgden me

‘Mijn ouders beslisten dat ze ons in veiligheid wilden brengen. Met mijn mama en mijn twee jongere zussen vertrok ik uit ons dorp, op zoek naar een beter leven. Mijn oudste zus was intussen getrouwd en vluchtte samen met haar man. Mijn broers en vader bleven achter. Maandenlang zwierven we rond, leefden we op straat en in kampen. Tot we met een bus richting Nederland vertrokken. Ik was zestien, een kind eigenlijk nog, maar door de oorlog was ik in korte tijd volwassen moeten worden. Het was een tijd van overleven en ongelooflijk veel onzekerheid, want niemand wist wat de toekomst bracht, waar we terecht zouden komen of wat er met mijn vader en broers zou gebeuren.

Maandenlang zwierven we rond. Ik was nog een kind, maar door de oorlog moest ik in korte tijd volwassen worden.

Toch zag ik onze toekomst in Nederland positief in. Heel naïef was ik er zelfs van uitgegaan dat we met open armen en extra hartelijk ontvangen zouden worden, omdat we jarenlang zo veel aanzien hadden genoten in ons dorp. Maar niets was minder waar. We waren een nummer, een van de velen. Omdat ik de enige was die een beetje Engels kon, was ik degene die de papieren regelde, diensten afliep en uitlegde wie we waren en waar we vandaan kwamen. Plots werd ík hoofd van ons gezin, terwijl ik amper zestien was.

Na twee dagen verlieten we het asielcentrum en na een tussenstop van drie weken in een hotel – zonder luxe of service, welteverstaan – kwamen we terecht in een ander asielcentrum. Daar hadden we het goed. We kregen met ons gezin een eigen kamertje, konden Nederlandse les volgen, kregen eten en konden sporten en lezen. Ik vond het leuk om zo veel andere jonge meisjes te leren kennen. Er was rust, iets wat ik jarenlang niet meer had gekend.

Voor het eerst hoefde ik niet meer de hele tijd bang te zijn, hoewel de nachtmerries over Afghanistan me nog jarenlang hebben achtervolgd. Ik deed mijn uiterste best het Nederlands onder de knie te krijgen, want ik besefte hoe belangrijk dat was. Bovendien voelde ik me verantwoordelijk voor mijn mama en mijn twee jongere zussen. Hoe beter ik Nederlands kon, hoe vlotter alles zou gaan.’

Ongelooflijk dankbaar

‘Vanaf de eerste dag in Nederland wilde ik alles goed doen. Om te beginnen studeerde ik als een halve bezetene Nederlands, daarna deed ik altijd extra mijn best op school. Ik besefte dat studies de sleutel waren tot een goed leven in Europa. Ik maakte mijn middelbare school af, bereidde me voor op de hogeschool en ging uiteindelijk marketing en economie studeren. Meer dan eens waren leraren onder de indruk van mijn taal en gedrevenheid. Dat ik mijn hogere studies uiteindelijk vroegtijdig heb stopgezet, daar heb ik nu eigenlijk het meeste spijt van.

Maar ik had mijn man leren kennen, en op dat moment leek het me de beste optie te verhuizen naar België en mijn leven hier voort te zetten. Mijn man had hier immers werk. Na mijn verhuis naar België heb ik vooral in kledingzaken gewerkt en bleef ik na de geboorte van mijn kinderen telkens een paar maanden thuis. Ik heb mijn jobs altijd graag gedaan en genoot van het contact met de klanten, maar zo’n vier jaar geleden besloot ik dat ik iets anders wilde doen, namelijk me inzetten voor anderen. Ik besefte dat alle mensen die mij en mijn gezin hebben bijgestaan – sociaal werkers, leraren, noem maar op – er allemaal mee voor hadden gezorgd dat ik goed ben terechtgekomen.

Jarenlang heb ik gewerkt als sociaal tolk, omdat ik vlot meertalig ben. Daarom besloot ik om sociaal werk te gaan studeren. Ik droom ervan iets te kunnen betekenen voor andere vluchtelingen. Mijn ervaring als ex-vluchteling wil ik gebruiken om anderen op de juiste weg te helpen. Ik weet wat het is om plots alles achter te laten, maandenlang bang te zijn dat je familie er niet meer is, bommen te horen ontploffen, te moeten wegduiken voor terroristen, een nieuw leven te moeten opbouwen… Ik besef hoeveel geluk ik heb gehad. Hoewel mijn leven er in Afghanistan wellicht helemaal anders had uitgezien zonder oorlog, ben ik ongelooflijk blij en dankbaar met alles wat mijn man en ik hier
hebben verwezenlijkt.’

Meer straffe verhalen: 

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.