Home Straf Verhaal Mirakels bestaan: Jasmien stapt weer vrolijk door het leven, na een vreselijk...

Mirakels bestaan: Jasmien stapt weer vrolijk door het leven, na een vreselijk verkeersongeval

'Ademen lukte niet zelfstandig, spreken al helemaal niet. De kans dat ik weer een normaal leven zou leiden, leek erg klein'

Jasmien is net begonnen aan haar eerste jaar in het middelbaar als ze op weg naar huis wordt aangereden. De klap is groot en het verdict zwaar. Ze zweeft enkele dagen tussen leven en dood. Als ze uiteindelijk toch ontwaakt uit haar coma, krijgen haar ouders te horen dat haar hersenen flink beschadigd zijn. Jasmien is volledig -verlamd aan haar linkerkant en volgens een dokter zal ze een kasplantje blijven. Voor altijd… Maar ze zet wonderbaarlijk door en leert opnieuw ademen, spreken en -stappen. Vandaag zit ze in haar tweede jaar orthopedagogie. Een mirakel.

Jasmien (21): ‘Het eerste wat ik mij herinner van na het ongeval, zijn marsmannetjes. Op de afdeling intensive care hing boven mijn bed een tekening van vrolijke marsmannetjes. Het was het enige wat ik zag toen ik heel af en toe mijn ogen opendeed. Ik weet ook nog dat mijn juffrouw uit de lagere school op bezoek kwam, maar verder is alles erg vaag.

Van de dag van het ongeval zelf weet ik niets meer. Niet wat we toen op school geleerd hebben, niet waar ik het die dag met de jongens en meisjes uit mijn klas over heb gehad, niet hoe het ongeval precies is gebeurd. Ik weet alleen wat mijn ouders me later verteld hebben. Dat ik uit de bus ben gestapt en voor de bus de straat wilde oversteken.

Mijn ouders vonden me te jong om alleen met de fiets naar school te gaan, daarom ging ik met de bus. Ik ben aangereden vlak bij ons huis, dus mijn mama en papa waren snel bij me. Al heb ik niet beseft dat ze de hele tijd bij mij zijn gebleven, toen ik op straat de eerste zorgen kreeg en nadien naar het ziekenhuis werd gevoerd – voor maanden bleek later.

Ik kon niets meer

Dat de dokter mijn ouders verteld heeft dat ik een kasplantje zou blijven, heb ik toen ook niet gehoord. Gelukkig maar. De eerste dagen zweefde ik tussen leven en dood. Mijn bekken was gebroken, mijn elleboog verbrijzeld en ik stond vol schrammen en blauwe plekken. Maar het allerergste waren mijn schedelbreuk en hersentrauma. Niemand kon of durfde te voorspellen of ik dit zou overleven.

Toen de dokters mij uit de coma wilden halen, lukte dat niet. Ik blééf buiten bewustzijn. Voor mijn mama en papa waren het bange dagen. Ik ben soms benieuwd naar hoe ik er toen bijlag, maar mijn mama heeft geen foto’s willen nemen. Ze was bang dat het dan de laatste beelden zouden zijn die ze van mij hadden. En toen ik dan uiteindelijk wakker werd, kon ik niets meer.

Ademen lukte niet zelfstandig, spreken al helemaal niet. De kans dat ik weer een normaal leven zou leiden, leek erg klein. Voor mijn ouders moet dat een vreselijke klap zijn geweest: ze waren zo blij dat ik nog leefde en dan kregen ze te horen dat ik waarschijnlijk altijd zwaar gehandicapt zou blijven.