Home Straf Verhaal Loraine (27) kreeg een psychose na haar bevalling

Loraine (27) kreeg een psychose na haar bevalling

Het is vandaag Psychose Awareness Day. Lezeres Loraine kreeg een kraambedpsychose.

Gek. Die stempel krijgen mensen met een psychose al te vaak. Maar zo is het helemaal niet. Vandaag, op Psychose Awareness Day, delen we het verhaal van Loraine (27). Bij haar ging het licht uit na haar bevalling. Zij kreeg een kraambedpsychose en was zichzelf niet meer.

‘Perfect normaal. Mijn leven vóór de bevalling was zoals dat van zo veel jonge vrouwen. Ik had een leuke job, een liefdevolle relatie, een goeie band met mijn familie en een vlotte zwangerschap. En toch is het helemaal misgelopen. Niemand die had kunnen voorspellen dat ik nog geen week na mijn bevalling compleet van de kaart zou zijn. Dat ik zelfs een gedwongen opname zou ondergaan…’

Niemand begreep de ernst van de situatie

‘De eerste symptomen waren er drie dagen na mijn bevalling al, maar omdat ik dagenlang weinig tot niet had geslapen, dacht iedereen dat mijn verwardheid en mijn angstaanvallen te wijten waren aan mijn slaaptekort en mijn hormonen. Ook de dokters en verplegers in het ziekenhuis hadden niet door dat ik regelrecht op een psychose afstevende, zelfs niet toen ik vijf dagen na mijn bevalling midden in de nacht met mijn man en dochter aankwam op de spoedafdeling. Ik had een zware astma-aanval gehad en was compleet over mijn toeren. Dat verschrikkelijk benauwde gevoel was echt vreselijk; het leek wel alsof ik zou sterven. Maar in het ziekenhuis stuurden ze me na een paar uur weer naar huis. “Weet je, ik denk dat je aan de babyblues lijdt”, probeerde de arts me te sussen. Maar ik voelde me helemaal niet down of depressief.’

Ik moest boeten voor mijn daden, zeiden de stemmen me, of de duivel zou me komen halen.

‘Thuis begon ik alles op te schrijven, want praten lukte me steeds minder goed. Bladen vol heb ik gekribbeld. Ik belde naar mijn gynaecoloog, maar ook zij zag de ernst van de situatie niet. “Rust maar goed uit en neem je tijd voor alles”, was het enige wat ze me aanraadde. Een afspraak leek niet nodig. Mijn omgeving begon zich daarentegen wel zorgen te maken. Ze merkten dat ik steeds vaker op een heel bizarre manier reageerde, dat ik dingen zei die nergens op sloegen – over het leven, bijvoorbeeld. Maar wat konden ze doen als geen enkele arts wilde luisteren naar mijn en hun bezorgdheid?’

Duizenden razende gedachten

‘De volgende dag ben ik gecrasht. Ik had al meer dan een week hooguit drie uur per nacht geslapen en dacht zelfs dat ik het licht had gezien. Plots leek alles te kloppen: de reden dat ik jaren geleden naar België was verhuisd, waarom ik met mijn vriend samen was, waarom mijn dochter was geboren… Ik ratelde honderduit over mijn openbaring, maar ook over politiek, religie en cultuur. Het waren onderwerpen waar ik eigenlijk nooit veel om bekommerd was geweest. Mijn hoofd leek te ontploffen van de duizenden gedachten die de hele tijd door me heen raasden.’

‘Bovendien begon ik stemmen te horen. Die vertelden me dat ik een zondaar was. Dat ik boete moest doen, mijn verontschuldigingen aanbieden, bidden… Heel vreemd, want de laatste keer dat ik een kerk heb gezien, was toen ik op de lagere school zat. Ik ben helemaal niet zo gelovig! Ik moest boeten voor mijn daden, zeiden de stemmen me, of de duivel zou me komen halen. Die gedachte van de duivel kreeg me steeds meer in zijn macht. Ik raakte geobsedeerd en begon iedereen te verdenken: een vriendin, collega of vriend was de duivel. Tot ik zelfs dacht dat mijn man de duivel was. Ik ben op hem beginnen slaan, verschrikt dat hij onze dochter van me wilde afpakken. Hij is geknapt en heeft de ziekenwagen gebeld.’

Daar lag ik, halfnaakt, vastgebonden aan het bed. Urenlang. Ik dacht zelfs dat ik dood was.

Complotten, overal complotten

‘De volgende dag werd ik wakker in een ijskoude, felverlichte witte kamer. Er was niets meer dan een bed, een kraantje en een toilet. Daar lag ik, halfnaakt, vastgebonden aan het bed. Bij de deur stonden agenten mijn kamer te bewaken. Urenlang heb ik daar gelegen. In mijn hoofd bleef ik malen over wie de duivel was en wie een engel. Ik dacht zelfs een tijdlang dat ik dood was.’

‘Uiteindelijk werd ik overgeplaatst naar een ziekenhuis waar ze me beter konden helpen, maar ook daar werd ik meteen opgesloten. ’s Nachts zat ik urenlang op mijn deur te kloppen. ‘Alsjeblieft, laat me eruit’, smeekte ik. Pas na verloop van tijd mocht ik uit mijn kamer, maar de spookgedachten lieten me niet los. Ik zag complotten in de meest bizarre dingen. Op een kamer in de gang hing de naam ‘Erik’ op de deur. Erik Van Looy, ging het door mijn hoofd. Ik dacht meteen dat ik deel uitmaakte van een film. Alles wat ik deed en zei, werd volgens mij opgenomen. Ik wantrouwde iedereen en bleef ook in dat engel- en duivelverhaal geloven. Maar of ik besefte dat ik ziek was en dat ik me in een ziekenhuis bevond? Nee, op geen enkel moment.’

Naar de isolatiekamer

‘Een paar weken later werd ik opnieuw overgeplaatst, deze keer naar een psychiatrisch ziekenhuis waar ze veel meer afweten van kraambedpsychoses. Gelukkig kon ik daar ’s nachts wél de kamer uit, maar of het personeel daar zo gelukkig mee was, betwijfel ik. Nog steeds had ik enorm veel last van slapeloosheid, dus ging ik op de deuren van de andere patiënten kloppen in de hoop dat ze wakker waren. Ik wilde praten en dingen dóén.’

De angst dat ik zou hervallen, zat er flink in bij mijn familie, maar ik heb me er helemaal doorgeworsteld.

‘Uiteindelijk hadden ze genoeg van mijn nachtelijke gedrag en werd ik twee dagen opgesloten in de isolatiekamer. Ik moest “tot rust komen”, zoals ze me vertelden. Maar zo’n ruimte is echt vreselijk: de muren waren dan wel lichtblauw geschilderd – en niet in dat akelige wit – maar van gezelligheid was geen sprake. In de ruimte lag alleen een matras en aan de muur hing een wc. Opnieuw begon ik als een bezetene te bidden. De godganse dag zat ik het Onzevader en weesgegroetjes te prevelen, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Ik leek steeds verder weg te zakken.’

Reality bite

‘Gelukkig ging het na een tijd de juiste kant op. Steeds meer begon de realiteit tot me door te dringen. Ik besefte dat ik ziek was en dat het echt helemaal fout was gelopen met me. Na bijna vier maanden mocht ik zelfs naar huis. De angst dat ik zou hervallen, zat er flink in bij mijn familie, maar ik heb me er helemaal doorgeworsteld. Intussen ben ik al meer dan een halfjaar opnieuw aan het werk en is er van een psychose geen sprake meer. Ik ben weer min of meer de oude.’

‘Wat ik heb meegemaakt, is best heftig. Toch besef ik dat niets mijn psychose had kunnen voorkomen. Het is gebeurd, en daar kon ik niets aan doen. Ik ben er alleen maar sterker door geworden. Eén geluk heb ik wel: ondanks alle ellende ben ik altijd heel goed geweest voor Kamila, onze dochter. Zij heeft steeds de liefde en aandacht gekregen die ze nodig had. En daar prijs ik me enorm gelukkig om.’

Foto’s: Thomas Legrève

Lees meer straffe verhalen:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.