Home Straf Verhaal Jolien (21) schrijft een open brief aan de politieagent die haar vorige...

Jolien (21) schrijft een open brief aan de politieagent die haar vorige week kleineerde en intimideerde

'Je vroeg het niet zo maar, meneer de agent. Je vroeg het op zo’n intimiderende en vulgaire toon dat mijn nekhaar ervan ging rechtstaan.'

Vorige week werd Jolien (21) tijdens haar dagelijkse autorit naar het werk op het matje geroepen door een politieagent die haar op een ongepaste manier intimideerde én beschuldigde voor iets wat ze niet gedaan had. Vandaag schrijft ze een open brief aan hem en aan elke andere agent die hetzelfde zou doen.

Beste meneer de agent,

Ik moet toegeven: je hebt me met jouw blauwe kostuum en kalende knikker van mijn sokken geblazen. Niet omdat je mij zo vriendelijk verzocht mij naar de pechstrook te begeven, maar wel omdat je mij voor het eerst liet inzien dat ik een stevig paar ballen aan mijn lijf heb, ondanks die knikkende knieën en bibber in mijn stem toen je mij vroeg waarom ik in godsnaam over de witte lijn reed.

Maar je vroeg het niet zo maar, meneer de agent. Je vroeg het op zo’n intimiderende en vulgaire toon dat mijn nekhaar ervan ging rechtstaan. Had ik die dag met het verkeerde been uit bed gestapt, dan had ik wellicht gewoon de boete betaald die je mij voorschotelde, ook al had ik helemaal niet over die lelijke witte lijn gereden.

Want weet je? Ik vloek elke dag op duizend-en-een andere meedogenloze en egoïstische bestuurders die dat wél doen. Ja, ik ben dat brave zielige meisje dat liever twee uur langer in de file staat dan dat ze haar stoute schoenen aantrekt en gewoon iedereen met een fronsende emotieloze blik voorbijsteekt. Ik ben zo iemand die, ondanks mijn hekel aan vogels, voor het grootste gedrocht van een duif zou stoppen en oude vrouwtjes laat oversteken, terwijl er nog geen vijf meter verderop een zebrapad ligt.

Je rolde even met je ogen en zei toen de woorden waar elke vrouw vroeg of laat voor vreest:”Die vrouwen, het zijn allemaal dezelfde.’

Geloof het of niet, maar ik kreeg op mijn rijexamen de opmerking dat ik té defensief rijd. En dan beweer jij, meneer de agent, op een wel heel bedreigende manier dat ik met mijn spiksplinternieuwe auto, de auto waar ik zo lang voor spaarde, zonder schroom de pechstrook opreed om een file te ontwijken? Ik dacht het niet, meneer de agent.

Ik maakte je duidelijk dat ik, ook al zou ik het willen, niet over die lijn kon rijden, omdat ik uit de andere richting kwam. Je rolde even met je ogen en zei toen de woorden waar elke vrouw vroeg of laat voor vreest: ‘Die vrouwen, het zijn allemaal dezelfde.’

Ik moest mij inhouden om niet te kokhalzen en werd hoogstwaarschijnlijk nog roder dan mijn favoriete wijn toen je die zin uitsprak. Ik wist niet wat zeggen. Moest ik je uitmaken voor het vuil van de straat, mijn deur keihard in je klokkenspel rammen of je een lief lachje gunnen en de boete netjes – en onterecht – betalen?

‘Mijn schoonvader is een hoge piet bij de politie’, het lag op het puntje van mijn tong, maar toen realiseerde ik mij dat ik zijn functie helemaal niet kende én dat ik ook zonder dat belachelijke excuus mijn vrouwtje wel kon staan. Ik bleef bij hoog en bij laag beweren dat ik geen fout had begaan en jij beweerde dat ik dat wel had gedaan.

Wij scheren jullie niet allemaal over één kam en geloven écht dat we jullie, ondanks de vele verhalen over seksuele intimidatie, kunnen vertrouwen.

Was het omdat je je daar langs de kant van de weg stond te vervelen? Omdat je die dag nog geen acte de présence had kunnen opvoeren of omdat je thuis een grote sloef bent? Ik weet het niet, maar wat ik wel weet, is dat ik nog meer gedegouteerd van jou en je functie werd toen je mij, nadat ik je mijn identiteitskaart had laten zien om te bewijzen dat ik níét van Brussel kwam, op een schaamtelijke en vulgaire manier gelijk gaf. ‘Omdat je zo’n schoon vrouwke bent, zal ik het voor een keer door de vingers zien.’ Bah, ik wilde nog iets zeggen, maar vond je de moeite en de mogelijke boete voor smaad aan de politie echt niet waard.

Jij voerde uiteindelijk dan toch je acte de présence van die dag op en liet de hele Brusselse ring met één hand in de lucht stoppen, zodat ik er met een paar okselvijvers en rode wangen weer op kon rijden. Van machtsmisbruik gesproken. In mijn hele bestaan heb ik mijzelf nog nooit zo vies en fier tegelijkertijd gevoeld. Ik was zo blij dat ik mij die dag níét liet intimideren door die agent, man en misschien wel papa, maar het gaf mij tegelijkertijd een verschrikkelijk gevoel. Want als het een troost mag zijn: je bent hoogstwaarschijnlijk niet de enige meneer de agent die op zo’n misselijkmakende manier met zijn ‘prooi’ omgaat.

‘Je moet ze niet allemaal over één kam scheren’, ik hoor het mijn sterke, lieve mama zo zeggen. En dat is wat van ons een vrouw maakt: wij scheren jullie niet allemaal over één kam en geloven écht dat we jullie, ondanks de vele verhalen over seksuele intimidatie, kunnen vertrouwen. Maar jullie maken het ons niet makkelijk. Als we al geen meneer de agent meer kunnen vertrouwen, wie – buiten onze lieve mama – dan nog wel? Laat het mij weten, alstublieft.

Met vriendelijke groeten,

Jolien

Lees ook:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.