‘We listen and we don’t judge.’ Ja, dat zal wel. Hoe graag we op TikTok en Instagram ook het tegendeel beweren met deze quote, we oordelen meer dan we denken. En dat is ook maar menselijk. Hieronder vind je 6 oefeningen om minder te leren oordelen in het leven.
Stop-en-check.
Volgende keer dat je merkt dat je een oordeel hebt (‘Die is luid’, ‘Die is slordig’...), druk je even op de pauzeknop. Vraag je af: ‘Wat weet ik écht? En wat vul ik zelf in?’ Vaak merk je dan dat je heel weinig harde feiten hebt, maar vooral aannames.
Kijk door de bril van de ander.
Probeer bij een onbekende of in een lastige situatie één alternatief perspectief te bedenken. Misschien is die norse buurman niet arrogant maar gewoon moe. Of misschien is die collega die vaak zo stil is niet afstandelijk maar gewoon meer introvert. Je hoeft de waarheid niet per se te weten, het helpt al om gewoon open te staan voor andere verklaringen.
Wees een curieuzeneuzemosterdpot.
In plaats van te denken dat iets raar is, stel je jezelf de nieuwsgierige vraag: ‘Hoe zou dit voor die persoon zijn?’ of: ‘Wat zou ik nog niet weten?’ Door oordelen te vervangen door nieuwsgierigheid train je je brein om breder te kijken.
Label het gedrag, niet de persoon.
Merk je irritatie op bij jezelf? Probeer het gedrag dan te benoemen in plaats van de hele persoon te bestempelen. Zeg in gedachten niet ‘Die is asociaal’, maar ‘Dat telefoongesprek klinkt luid’. Zo blijft er ruimte om de persoon niet tot zijn/haar/hun gedrag te reduceren.
Doe aan mini-mindfulness in publieke ruimtes.
Ga eens zitten in een café of op de bus en let op je automatische gedachten over voorbijgangers. Als je een oordeel voelt opkomen, voeg je er bewust een neutrale observatie aan toe. Denk maar aan ‘Ik zie iemand met een hoody over z’n hoofd’ in plaats van ‘Da’s vast een hangjongere’. Het klinkt simpel, maar het traint je hersenen om eerst te benoemen in plaats van meteen te interpreteren.
Zoek raakvlakken in plaats van verschillen.
Mensen hebben minder de neiging om te (ver)oordelen zodra we een gevoel van overeenkomst of verbondenheid ervaren. Ons brein is supersnel in ‘anders zien’ en dat koppelen aan een oordeel. Je denkt bijvoorbeeld: ‘Die outfit en dat gedrag… Da’s niks voor mij.’ Maar je kan ook bewust het omgekeerde doen.
Kijk eens naar iemand die er heel anders uitziet of zich anders gedraagt dan jij zou doen en vraag je af: ‘Wat hebben we wél gemeen?’ Misschien zie je dezelfde tas die jij ook hebt, of heb je een neefje dat ook graag met vrienden op een bankje hangt. Of denk misschien gewoon: we wachten hier allebei op de metro. Door raakvlakken te zoeken schakel je je brein van afscheiding naar verbinding. Dat maakt je oordeel vaak een stuk milder.
Lees ook: