Home Lifestyle Boeken ‘De Date’ van Louise Jensen, hoofdstuk 1: ‘Ben ik verkracht? Door de...

‘De Date’ van Louise Jensen, hoofdstuk 1: ‘Ben ik verkracht? Door de man die ik online heb leren kennen?’

In 'De Date' van Louise Jensen wordt Ali in haar eentje wakker na een date. Ze is gewond en kan zich niets meer herinneren van de voorgaande avond. Lees hier het eerste hoofdstuk van deze nieuwe pageturner.

© Liubov Ilchuk via Unsplash

Ali wordt door haar beste vriendinnen Chrissy en Jules aangespoord om opnieuw te gaan daten na haar scheiding van Matt. Ze heeft er ontzettend veel zin in, maar dan loopt alles mis. ‘De Date’ van Louise Jensen is dé pageturner van het moment. Ontdek hier het eerste hoofdstuk.

Ali’s zaterdagavond begint normaal. Ze gaat voor het eerst weer op date sinds haar scheiding van Matt. Op aandringen van beste vriendinnen Chrissy en Jules maakte ze een profiel aan op een datingapp. Ze is zenuwachtig, maar kijkt ernaar uit. Eindelijk kan haar nieuwe leven beginnen! Maar op zondagochtend is alles anders. Ze wordt wakker en voelt meteen dat er iets niet klopt. Ze is thuis, alleen en gewond. Maar vooral: ze kan zich niets meer herinneren van de voorgaande avond en nacht. Dan kijkt ze in de spiegel: de vrouw die haar aankijkt, heeft ze nog nooit eerder gezien…

Lees hieronder het eerste hoofdstuk van ‘De Date’ van Louise Jensen. 

Zondag.

Er klopt iets niet.

Dat weet ik zodra ik ontwaak uit een vaste, wazige slaap. Dat weet ik zelfs al voordat ik me bewust word van mijn kloppende slapen. Het is niet het gevoel van teleurstelling dat ik elke ochtend heb wanneer ik besef dat ik niet met Matt in bed lig, dat ik niet langer in mijn eigen huis woon of welkom ben. Het is iets anders. Mijn hoofd bonst, mijn gedachten zijn verward en de hele kamer lijkt te draaien.

Er is iets mis.

Er hangt een zure lucht in de kamer, een geur die ik niet helemaal kan thuisbrengen. In eerste instantie vraag ik me af of er iemand naast me ligt. Ik heb het akelige gevoel te worden bekeken, en dan niet lie ebbend, zoals Matt dat deed wanneer ik mijn ogen opendeed en hij daar op zijn elleboog leunend naar mij lag te staren alsof ik het enige meisje op de wereld was. Dit voelt griezelig. Ik krijg kippenvel op mijn armen. Ik had me nooit door Chrissy en Jules moeten laten overhalen om te gaan daten. Ik ben er nog niet klaar voor, en bovendien klamp ik me nog steeds vast aan een sprankje hoop dat mijn huwelijk nog niet voorbij is. Het is nog maar een jaar geleden dat Matt en ik probeerden een kindje te krijgen. De toekomst leek zich als een deken om me heen te slaan, knus en warm. Dat was voordat hij mijn dromen wegrukte en mij hol en ijs- en ijskoud achterliet.

Mijn vriendinnen snelden te hulp, want dat doen goeie nu eenmaal, en een paar weken geleden overtuigden ze me terwijl we aan de wijn zaten om een pro el aan te maken op een datingapp.

‘Ik ben getrouwd!’ protesteerde ik.

‘Jullie zijn uit elkaar,’ zei Chrissy. Ze liet het definitief klinken, hoewel Matt noch ik het ooit over een scheiding had gehad. ‘Het zou goed voor je zijn. Je gaat nooit uit. Je hoe het niet meteen serieus te nemen.’ Ze grijnsde. ‘Gewoon, leuk toch? Een etentje of een drankje. Je hoe niets te doen wat je niet wilt.’

‘Zoals een profiel aanmaken?’

Ik trok een gezicht toen Jules hardop begon voor te lezen van de homepage van Inside, Out. ‘We posten geen foto’s totdat we iemand wat beter hebben leren kennen. “Vanbinnen zijn we allemaal mooi.”’ Ze deed alsof ze twee vingers achter in haar keel stak, maar ja, ook zij is van de mannen af, uit elkaar, net als ik. Chrissy is gescheiden. God weet waarom ik van hen relatieadvies aanneem. We zijn allemaal een ramp.

‘Jezus, dat is nog erger,’ zei ik. ‘Stel dat iemand twee hoofden heeft of zo?’

‘Wanneer heb jij voor het laatst iemand met twee hoofden gezien?’ Chrissy lachte. ‘Bovendien, ik dacht dat je geen interesse had.’

‘Klopt,’ zei ik, en dat was ook zo, maar ik kon het niet helpen dat ik door de app scrolde. ‘Wat is “OZN liefde, antwoorden WGJ”?’ Het was alsof je in een vreemd land de menukaart las.

‘Op zoek naar liefde. Wees gewoon jezelf.’ Chrissy scheurde een zak Doritos open terwijl ze over mijn schouder meelas. ‘Iedereen gebruikt afkortingen. Vermijd WIOS.’

‘Wat betekent dat?’

‘Woont in ouderlijk souterrain. Hij zou je waarschijnlijk in de kelder aan de ketting slaan!’ Chrissy draaide het deksel van de pot salsasaus.

‘Misschien zien we je wel nooit meer terug. Mag ik dan jouw tas van Michael Kors?’ vroeg Jules. ‘Die is toch niet aan jou besteed.’

Dat was helemaal waar. Tijdens mijn eerste kerst met Matt had ik gedaan alsof ik opgewonden was toen ik de strik loshaalde en het metalige inpakpapier lostrok, dat even stijf was als mijn glimlach. De prijs van de handtas was waarschijnlijk gelijk aan mijn maandelijkse voedselrekening. Ik zoende hem hartstochtelijk en ging helemaal op in mijn toneelstukje, terwijl ik me almaar afvroeg of ik hem moest vertellen waarom ik me zo ongemakkelijk voelde als ik cadeautjes kreeg. Van alle geheimen die ik over mezelf kon prijsgeven, was dat lang niet het ergste.

‘Ik kan niet gaan daten,’ protesteerde ik. Maar wat ik eigenlijk bedoelde was: ik ga niet daten.

‘Wat is nou het ergste wat er kan gebeuren?’ vroeg Chrissy, en voordat ik dat allemaal kon opsommen, praatte ze alweer verder. ‘Misschien kom je wel een man tegen die GEGMEE is.’

‘Wat betekent dat?’ Ik schepte met een tortillachipje een paar stukjes tomaat en paprika op.

‘Gespierd en gebronsd, met een enorme…’

‘Je verzint ze zelf!’

Lachend vulde ik onze glazen bij, en de volgende paar uur zaten we aan onze mobieltjes gekluisterd en vertelden we el- kaar dat Andy, 32, graag een scala van nieuwe en interessante mensen ontmoette.

‘Die kan ’m niet in z’n broek houden,’ zei Chrissy.

En dan was er Lewis, 35, die zich niet wilde laten definiëren door zijn werk.

‘Werkloos,’ sprak Jules. Later aarzelde ik iets te lang bij een profiel van een man die dol was op zelfbereid braadstuk, honden en vissen.

‘Saai,’ oordeelde Chrissy.

Ik vond juist dat hij normaal klonk. Veilig, denk ik. Het idee om een vreemde te ontmoeten vond ik buitengewoon beangstigend.

‘Hij lijkt me…’ Ik aarzelde. ‘… aardig.’

En meer aansporing had Jules niet nodig om mijn mobieltje af te pakken en de reactie te versturen die ikzelf, zo wist ze, zeker achterwege zou laten. En zo maakte ze mijn status als achtentwintigjarige single concreet.

Op dit moment zou ik echt willen dat ze dat niet had gedaan. Het dekbed wordt samengeperst als ik het krampachtig vastpak en mijn handen tot vuisten bal. Ik houd me zo onbeweeglijk mogelijk. Zonder een kik te geven, doe ik alsof ik nog slaap. Ik speur naar het geluid van een beweging. Een ademhaling. Maar het enige wat ik opvang, is het gezang van vogels buiten mijn raam, en dat klinkt zo hard. Hoeveel heb ik eigenlijk gedronken gisteravond? Ik heb nog nooit zo’n koppijn gehad. Ik moest rijden; ik had gedacht dat als ik het bij limonade hield, ik kalm en in controle zou zijn. De vraag schiet door mijn hoofd waar ik mijn auto heb gelaten. Staat die nog buiten de Prism? Het is allemaal een beetje vaag. Ik had voor de Prism gekozen omdat ik dacht dat het niet veel openbaarder kon dan een café in het centrum, hoewel die tent niets voor mij was. Ik ga veel liever naar een plattelands- pub, maar ik had niet willen zinspelen op romantiek. Ik slik moeizaam. Mijn keel is rauw, en als ik met mijn vingers lichte druk op mijn hals uitoefen voelt die gekneusd. Hoewel het stokoude matras zo zacht is dat ik er helemaal in wegzink, voelt mijn schouder pijnlijk aan, en voorzichtig raak ik hem aan. De huid voelt opengehaald en plakkerig onder mijn vingertoppen. Mijn wimpers zijn samengekoekt door de mascara van gisteravond, en ik moet mijn oogleden open forceren. Het zonlicht valt binnen door een kier in de gordijnen, en Chrissy’s logeerkamer, waar ik verblijf sinds Matt en ik uit elkaar zijn, is gehuld in een zachte amberkleurige gloed.

Als ik rechtop ga zitten, voel ik een stekende pijn in mijn schedel. Voorzichtig breng ik mijn hand naar mijn slaap. Een bult. Ben ik vannacht gevallen? Misschien wel. Ik ben altijd al onhandig geweest, en de kunst op hoge hakken te lopen heb ik nooit onder de knie gekregen. Terwijl ik de wond zo zacht mogelijk betast, komt de misselijkheid in golven opzetten, en ik heb het gevoel dat ik aan het vallen ben. Om mezelf overeind te houden, laat ik vlug mijn handen zakken, en dan zie ik het.

Bloed.

Ik houd mijn handpalmen voor mijn gezicht en bekijk ze alsof ik ze nog nooit eerder heb gezien. Langzaam draai ik ze om. Rondom mijn vingernagels zit een korst opgedroogd bloed. Dat moet van de snee op mijn hoofd zijn. Geen wonder dat ik me zo misselijk voel. Mijn blik glijdt naar mijn polsen, en tot mijn schrik zie ik een paar kleine ronde, pijnlijke blauwe plekken. Met de vingertoppen van mijn linkerhand strijk ik over mijn rechteronderarm. Er zitten vier kneuzingen, voor vier vingers? Ze zijn groter dan mijn vingertoppen, en als ik mijn arm omdraai, vind ik een grotere duimafdruk. Nu weet ik zeker dat ik vastgegrepen ben. Mijn ogen schieten door de kamer om te bevestigen dat ik écht alleen ben, en de angst raast door mijn lijf. Waarom is er een lege plek waar mijn herinneringen zouden moeten zijn?

Met een ruk trek ik de lakens weg, en ik zwaai mijn benen uit bed alsof ik kan ontsnappen. Maar ik heb te snel bewogen. Het voelt alsof het matras wiegt. Ik sluit mijn ogen en wacht tot de misselijkheid – die haast wordt overstemd door de drilboor in mijn hoofd – een beetje wegtrekt, en dan speur ik langzaam de kamer af, om na te gaan of er iets ongewoons te zien is aan mijn schamele bezittingen. Mijn kleren liggen verspreid. Aan de deurknop van de kledingkast bungelt mijn beha, alsof hij daarheen is gegooid; mijn panty ligt tot een balletje opgerold onder de stoel, waarop een stapel wasgoed prijkt die ik nog moet opruimen. De kamer is een rotzooi, maar dat is niet ongewoon. Geen spoor van iemand anders, en als ik naar het kussen naast me kijk, zit er geen deuk in die aangeeft dat iemand hier geslapen heeft. Ik strijk met mijn hand over het laken naast me. Het voelt koel aan.

Ik tast rond op mijn nachtkastje, waar ik – hoe dronken ook – altijd mijn mobieltje neergooi, en daar ligt de gebruikelijke berg los geld en tissues, het blad Marie Claire, The Ladybird Book of Dating dat Chrissy voor me gekocht heeft – om me aan het lachen te krijgen, maar bij sommige pagina’s moest ik huilen – maar geen telefoon. Waar is mijn tas? Op de stoel zie ik hem niet staan. Voorzichtig kom ik overeind, maar zelfs bewegingen zo traag als die van een slak doen de kamer kantelen en schommelen onder mijn voeten. Ik struikel voorover en land zwaar op mijn knieën. De tranen springen me in de ogen wanneer ik op mijn hurken over mijn knieschijven wrijf. De huid is roze en geschaafd.

Ik strek mijn handen uit en verzamel de kleren die ik gisteravond droeg. Mijn dikke winterjas is vuil en vochtig, dat verklaart in elk geval die lucht. De donkergroene strapless jurk is langs de naad gescheurd. Mijn crèmekleurige sjaal zit onder de modderspetters, en de bijpassende handschoenen lijken vermist te zijn, net als mijn zwarte schoenen met de puntige hakken en zilveren strikken. Als ik mijn panty uitrol, zie ik dat er ladders en scheuren in zitten. Ik begin te huilen. Ik snik zo hard dat mijn schouders schokken.

Wat is er gebeurd? Waarom kan ik me niets herinneren? De vraag maalt door mijn hoofd, maar terwijl ik mezelf die stel, vermoed ik al het ergste. Ben ik verkracht? Door de man die ik online heb leren kennen? Ik heb beslist niet het gevoel alsof ik seks heb gehad, al dan niet met instemming, en dat zou ik wel weten, ja toch?

Ja toch?

De vraag hakt erin. Gal komt omhoog en brandt achter in mijn keel, een speekselvloed vult mijn mond. Ik weet het net te halen naar de badkamer, waar ik de toiletpot onderspetter met braaksel. Bij elke kleine beweging doet mijn hoofd zeer.

Mijn buikspieren trekken zich krampachtig samen, totdat eindelijk het ergste voorbij lijkt. Ik zak weer naar achteren op mijn hielen, trek een handvol papier van de wc-rol en veeg mijn mond af.

Mijn hele lichaam trilt, zo hevig dat mijn tanden tegen elkaar klapperen. Mijn blote voeten bevriezen op de vloertegels, mijn benen zijn krachteloos als ik mezelf overeind hijs. De angst weegt zwaar op me, en ik blijf even stokstijf staan terwijl ik me de voorgaande avond probeer te herinneren. Behalve de knipperende gekleurde lampen en het gedreun van de bassen komt er niets. Mijn hoofd voelt te zwaar voor mijn nek en hangt slap, en ik ben zo duizelig dat ik weer moet gaan liggen. Ik heb echter een afschuwelijke smaak in mijn mond, en de aandrang om mijn tanden te poetsen brengt me naar de wastafel.

Wanneer ik naar mijn tandenborstel reik, vraag ik me af of ik niet op het punt sta bewijsmateriaal te vernietigen. Bewijsmateriaal voor wat? De vraag dient zich koud en scherp aan. Ik duw hem weg, maar het sarcastische stemmetje in mijn hoofd wil maar niet ophouden. Ik stort bijna in. Alsof het mogelijk is mijn morbide gedachten weg te spoelen, draai ik de kraan open en houd mijn bevende handen onder het koele water; ik kijk hoe het eerst helder stroomt en daarna karmozijnrood kleurt als het aangekoekte bloed zacht begint te worden. Het water wervelt als een tornado voordat het door de afvoer gorgelt. Er zit nog iets onder mijn vingernagels. Aarde? Bloed? Instinctief pak ik de nagelborstel en schrob mijn nagels tot ze roze zijn, maar nog steeds voel ik me vies. Schoon. Ik verlang ernaar me schoon te voelen. Terwijl ik het water van mijn handen schud, wordt mijn blik omhooggetrokken naar de spiegel.

Mijn spiegelbeeld brengt een overweldigende aanval van angst en verwarring teweeg, en de adem stokt me in mijn keel, totdat ik hem in de vorm van een lange gil uitstoot. Ik probeer mezelf wijs te maken dat ik vast nog lig te slapen. Dit moet een nachtmerrie zijn. Het móét wel.

Maar dat is het niet.

‘De Date’ – Louise Jensen – A.W. Bruna – € 15,99 via Bol.com.

Lees ook:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.