Home Columns NANNY IN NEW YORK: De jongen over de zee

NANNY IN NEW YORK: De jongen over de zee

'Straks zouden ze hun Ouders nog vertellen dat de nanny constant op haar gsm zat te tokkelen met wazige ogen terwijl ze de fishsticks liet verbranden.'

‘Je gaat zes maanden in New York wonen en werken als nanny.’ Twaalf woorden. Meer waren er niet nodig om haar leven een volledig andere wending te geven. Jade Decoster verhuisde een jaar geleden naar New York om daar als nanny te werken in een gezin met twee jongens. Elke week vertelt ze haar avonturen en verhalen aan Flair.

Ik zou het niet snel toegeven, maar een factor in het vertrekken naar New York was de hoop om in Central Park te zitten, op te kijken uit mijn erg intellectueel uitziende boek en en blikken te wisselen met de ongelofelijk knappe jongen die aan de overkant toevallig exact hetzelfde intellectueel uitziende boek zit te lezen. Dan zou hij glimlachen, me meevragen voor warme chocomelk (want ik lust geen koffie) en uiteindelijk zouden we nog lang en gelukkig leven in een goede, maar niet te dure wijk van New York. Ik zou officieel naar New York verhuizen, toevallig een klein rolletje krijgen op Broadway en uitgroeien tot een wereldberoemde musicalster.

Dat is dus uiteindelijk allemaal niet gebeurd. Of nog niet, in elk geval.

Later zou ik al mijn avonturen neerpennen in een dik, intellectueel uitziend boek dat me miljoenen zou opleveren. En dan zou een ander hoopvol jong meisje ergens in een nieuwe stad dat boek zitten lezen, blikken wisselend met de jongen tegenover haar, die toevallig ook mijn erg goede boek zit te lezen. Dat is dus uiteindelijk allemaal niet gebeurd. Of nog niet, in elk geval. Maar onverwachts klopte er wel een liefdesverhaal aan de deur. Ik kreeg niet mijn klassieke Assepoesterverhaal, maar het was zeker wel het begin van een sprookje.

Ik vertrok twee dagen later naar New York, maar een stukje hart had hij bijgehouden.

Er was eens een jongen, ergens in een ver land over de zee (België, zo exotisch is mijn verhaal ook niet), die mijn hart had gestolen. Hoe, dat weet ik niet echt. Want zijn moppen waren soms nogal dom en hij was een beetje té gek van de Verenigde Naties, wat een bizarre hobby is. Maar twee dagen voordat ik naar New York vertrok, ging ik met hem naar de opera. Er waren andere mensen bij, onze plaatsen lieten ons ongeveer de helft van het podium zien en ik maakte een erg ongepaste grap dat hij drugs dealde tegenover zijn ouders. Dit was dus niet wat je kon noemen een goede start. Het was zelfs geen officiële date. Maar toch. Ik vertrok twee dagen later naar New York. Maar een stukje hart had hij bijgehouden.

Straks zouden ze hun Ouders nog vertellen dat de nanny constant op haar gsm zat te tokkelen met wazige ogen, terwijl ze de fishsticks liet verbranden.

Hoewel ik eenmaal in Amerika driftig alle datingapps doorscrolde, met wisselend tot vooral geen succes, waren het vooral zíjn berichtjes waar ik zo naar uitkeek. Wat begon met een nogal onnozele GIF, werd een dagelijks heen-en-weer-gestuur van berichtjes, foto’s, stemopnames. Het werd zo erg dat de jongens zelfs wisten wie hij was.
‘Waarom zit je altijd zo te lachen naar je gsm?’ vroeg de Oudste.
‘Ik stuur berichtjes naar een vriend’, antwoordde ik vaag.
‘Is hij je vriendje?’ vroeg de Jongste nieuwsgierig.
‘Nee’,  zei ik sip.
‘Wil je dat?’ drong de Oudste aan.
‘Tijd voor huiswerk’, zei ik haastig.
Na een tijd besefte ik dat het beter was de jongens te betrekken in plaats van hen weg te duwen. Straks zouden ze hun Ouders nog vertellen dat de nanny constant op haar gsm zat te tokkelen met wazige ogen, terwijl ze de fishsticks liet verbranden. Ik nam hun stem op terwijl ze een spervuur aan vragen op hem afvuurden. Hoe heette hij, hoe oud was hij, was hij ooit al in New York geweest, waarom stuurde hij zoveel naar de nanny? Hij antwoordde verward, maar geduldig.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Als mama ooit te weten kwam dat ik tot twee uur ’s nachts met een meisje praatte, zou ze heel boos zijn. Maar hij is niet bang dat zijn mama het te weten komt, hij doet het gewoon. Dus dan moet hij je wel heel leuk vinden.’

Later, toen ik de jongens in bed stopte en triest naar mijn stille telefoon keek, stak de Jongste zijn hoofd uit zijn stapelbed en drieduizend pluchen beesten om me heel serieus aan te kijken: ‘Waarom antwoord je hem niet meer?’ We hadden elkaar een halfuurtje daarvoor slaapwel gewenst.
‘Hij slaapt’, legde ik uit. ‘Het is zes uur later in België, dus het is daar al diep in de nacht.’
‘Hoe diep?’ wilde hij weten. Ik keek op mijn horloge.
‘Het is hier nu half 9, dus in België is het half 3 ’s nachts. Hij zal wel moe zijn, want toen we stopten met praten, was het al twee uur daar.’
‘Wauw’, zei de Jongste, en hij draaide zich om met mijn knuffels.
‘Wat?’ vroeg ik nieuwsgierig. Hij draaide zich weer om met een piepkleine versleten konijnenknuffel in zijn armen gepropt. ‘Hij moet je wel heel leuk vinden’, antwoordde hij simpelweg. Ik staarde hem aan.
‘Waarom denk je dat?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Als mama ooit te weten kwam dat ik tot twee uur ’s nachts met een meisje praatte, zou ze heel boos zijn. Maar hij is niet bang dat zijn mama het te weten komt, hij doet het gewoon. Dus dan moet hij je wel heel leuk vinden.’
Ik gaf hem een kus op de wang, zei slaapwel en deed het licht uit, voorzichtig dat ik de deur niet te ver dicht trok (‘want dan hoor je me niet roepen als er een monster zit!’). Ik ging in de zetel zitten, zette Netflix op en probeerde naar Suits te kijken. Maar ik bleef maar glimlachen. Toen de Moeder drie uur later thuiskwam, glimlachte ik nog steeds. Ik huppelde naar huis die avond.

Tekst: Jade De Coster

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.