Home Columns NANNY IN NEW YORK: de tweede sneeuwstorm

NANNY IN NEW YORK: de tweede sneeuwstorm

'De ergste sneeuwval was officieel voorbij, maar naar mijn gevoel zou het nog jaren duren voor alle sneeuw weer gesmolten was.'

‘Je gaat zes maanden in New York wonen en werken als nanny.’ Twaalf woorden. Meer waren er niet nodig om haar leven een volledig andere wending te geven. Jade Decoster verhuisde een jaar geleden naar New York om daar als nanny te werken in een gezin met twee jongens. Elke week vertelt ze haar avonturen en verhalen aan Flair.

Sneeuw in New York is niet hetzelfde als sneeuw in België. In ons Belgenlandje sneeuwt het voor een goed uur, verzuchten we een goed kwartier voor het raam “hoe mooi sneeuw toch kan zijn als je er niet door hoeft te rijden” en sluiten we af met een halve week om het luidst mopperen dat die grijze smurrie aan de weg “mijn schoenen zo smerig maken” en “het is toch zo onaangenaam om in te rijden, Linda”. In New York gaat het ongeveer hetzelfde. Maar alles duurt drie weken langer.

De ergste sneeuwval was officieel voorbij, maar naar mijn gevoel zou het nog jaren duren voor alle sneeuw weer gesmolten was.

De tweede sneeuwdag begon net als de eerste: om zeven uur ’s morgens door een bevroren New York ploeteren. De ergste sneeuwval was officieel voorbij, maar naar mijn gevoel zou het nog jaren duren voor alle sneeuw weer gesmolten was. Er stonden geen geparkeerde auto’s meer in de straat: ze waren allemaal getransformeerd in metershoge ijsblokjes. Een paar taxi’s besloten hun leven te riskeren en zich toch door het inferno te wagen (leuk weetje: de hel werd vroeger gezien als ijs, niet als vuur. New York bevestigde dat). Mijn water- en mannenafstotende Uggs waren mijn enige redding in dat hele proces.

Er ging zeker weten een woedeuitbarsting volgen, en daar was het gewoonweg veel te vroeg voor.

Ik kwam aan bij het appartement van de jongens. De Jongste lag nog te slapen, de Oudste zat weer als een bezetene achter de PS4. De Moeder kwam uit de badkamer, blijkbaar had ze voor de verandering toch iets nuttigs te doen. ‘Ik dacht dat ik vandaag de jongens mee kon nemen naar Central Park, een beetje in de sneeuw spelen’, stelde ik haar voor. Ze keek bijna enthousiast en zei zelfs dat het een goed idee was. Het sneeuwde niet zo hard meer, dus het zou buiten al veel aangenamer zijn. Daarna vertrok ze als een wervelwind, alsof ze snel mogelijk weg wilde. Ik kende het gevoel.
De Jongste kwam net de kamer binnengelopen. ‘Gaan we naar buiten?’ was het eerste wat hij vroeg.
‘Goedemorgen’, zei ik nadrukkelijk. Hij staarde me even aan.
‘Oh, goedemorgen’, herhaalde hij. ‘Gaan we naar buiten?’
‘Dat lijkt me wel een leuk idee. Dan kunnen we de sleeën meenemen.’
‘En de ski’s!’ riep de Jongste uit. Ik slikte even voor ik hem uitlegde dat Central Park misschien niet de beste plek was om te gaan skiën.
‘Ik ga niet mee’, hoorde ik van de andere kant van de kamer. De Oudste keek niet eens op van het scherm, maar ik herkende de koppige trek om zijn mond.
‘Jawel’, zei ik rustig, maar vanbinnen kromp ik weer ineen. Er ging zeker weten een woedeuitbarsting volgen, en daar was het gewoonweg veel te vroeg voor. ‘Je kan niet de hele dag blijven spelen.’
‘Jawel, hoor’, was zijn antwoord. ‘Ik bel gewoon mama, van haar mag ik zeker verder blijven spelen.’
Ik ademde diep in terwijl de Jongste me nauwlettend in het oog hield. Dit was een gekende tactiek bij beide jongens, maar hij was extra geliefd bij de Oudste: het moment dat ik iets zei wat hen niet aanstond of dat ze iets moesten doen wat ze niet wilden, gingen ze hun ouders bellen. ‘Mama, mag ik dat wel doen/juist niet doen?’, en meestal kregen ze nog gelijk ook. Weg gezag. Maar niet deze keer.
‘Nee’, zei ik ferm. De Oudste keek zelfs even op. De Jongste keek verlekkerd naar de beginnende discussie. ‘Mama vond het een goed idee. Je kan bellen zo vaak je wil, maar je gaat niet de hele dag voor de PS4 hangen.’ Ik veranderde snel van tactiek, want ik zag hem al opzwellen van woede. ‘Waarom bel je je vrienden niet? Het zou veel leuker zijn om met hen te spelen, toch? Dan komen jullie daarna terug naar hier en spelen jullie een beetje, en daarna is mama terug.’ Het gepruttel hield nog een tijdje aan, maar uiteindelijk kwamen we tot de consensus dat geen van de jongens tussen 12 uur en 14 uur electronica mocht gebruiken, dus dan konden we evengoed naar Central Park. Daarna moest ik even zitten en bedacht ik sip dat het veel te vroeg was voor een glas wodka.

Meteen was ik de jongens kwijt, rennend naar hun vrienden.

Nadat ik een ovenschotel van spruitjes en spekjes in elkaar had geknutseld – ik weet niet hoe, maar het was eetbaar -, vertrokken we naar Central Park, slechts een blok verder. Nadat ik eindelijk iedereen in zijn sneeuwkleren had gepropt, de sleeën uit de kelder had gesleurd en de Jongste voor de laatste keer had overtuigd dat je niet kan skiën in Central Park – maar hij mocht wel zijn snowboard meenemen -, gingen we op weg. Overal liepen kinderen in verschillende kleuren sneeuwpakken op weg naar het park. De grote rotsblokken die overal verspreid liggen, waren nu veranderd in grote sneeuwheuvels. Er waren meer kinderen dan ik ooit wilde zien, sneeuwballen gooiend en sleeënd. Meteen was ik de jongens kwijt, rennend naar hun vrienden. Ik had zin om me in de sneeuw te laten vallen, maar ik besefte te laat dat mijn jeansbroek niet bepaald waterafstotend was. Stijfjes bleef ik boven op de heuvel staan terwijl ik de jongens in het oog hield. Een van hun vrienden had een schep die sneeuwballen produceerde, en het was het meest nutteloze ding dat ik ooit gezien had. Opeens verscheen de Jongste naast me.
‘Wil je met me sleeën?’ vroeg hij me terwijl hij lief naar me glimlachte. Vanuit mijn ooghoeken zag ik de Oudste en zijn vrienden beneden een belachelijk hoge stapel sneeuwballen maken die ongetwijfeld voor ondergetekende bedoeld waren. Dit had maar één uitkomst. Maar de Jongste keek zo hoopvol dat ik ‘natuurlijk’ antwoordde.

‘Gaan we nog eens?’ vroeg ik enthousiast, maar op dat moment werd ik aangevallen door een meute elfjarige jongens met sneeuwballen.

Hij kroop voor me op de slee, die met een verrassende snelheid van de heuvel vloog. ‘Hola!’ schreeuwde ik, maar voor ik het wist werd ik al van de slee gekatapulteerd. Ik rolde nog ettelijke meters door de sneeuw, en het was oprecht het leukste wat ik in een hele tijd had gedaan. ‘Gaan we nog eens?’ vroeg ik enthousiast, maar op dat moment werd ik aangevallen door een meute elfjarige jongens met sneeuwballen. ‘Mijn broek is niet waterdicht!’ schreeuwde ik nog, maar dat maakte hen uiteraard niets uit. Doorweekt en nogal sneu liep ik terug de heuvel op, helemaal alleen kon ik hen niet inmaken. Ik had zelfs de slee niet meer, die hadden ze geclaimd om achter te schuilen.

‘Soms heb ik zin om glas te eten, maar in het algemeen gaat het wel’ leek geen sociaal acceptabel antwoord, dus ik hield het normaal.

Boven werd ik opgewacht door Karen, de moeder van een vriendje van de Jongste. Zij was oprecht vriendelijk tegen me, in tegenstelling tot de meeste ouders daar. Maar Karen was blijkbaar ook nog eens een gerenommeerd kinderschrijfster, wat haar alleen maar cooler maakte. ‘Hoe gaat het, Jade?’ vroeg ze vriendelijk. ‘Soms heb ik zin om glas te eten, maar in het algemeen gaat het wel’ leek geen sociaal acceptabel antwoord, dus ik hield het normaal. Net op dat moment zag ik de Jongste samen met Karens zoon gehurkt in de sneeuw zitten. Ik wandelde naar hen toe.
‘Wat doen jullie?’ vroeg ik.
‘We eten sneeuw’, zei de Jongste doodserieus. Ik staarde hem aan.
‘Wat?’
‘Ik heb dorst’, zei hij verdedigend. Karens zoon stak net weer een handvol in zijn mond.
‘Dan kom je naar me toe en vraag je iets te drinken’, zei ik streng. ‘Je kan niet zomaar sneeuw in een park eten!’
‘Jawel, ik heb het net gedaan’, antwoordde hij net zo serieus. Ik draaide me wanhopig om naar Karen, die hier veel te kalm bij bleef, alsof ze kinderen vaker sneeuw zag eten in Central Park. Ach, het was tenminste geen gele sneeuw.

In mijn kletsnatte jeansbroek besloot ik warme chocomelk te maken, zoals een goede nanny zou doen.

Twee uur later kwam de Oudste terug. Blijkbaar was hij gevallen en hij huilde dikke tranen dat hij waarschijnlijk naar het ziekenhuis moest. Het bleek uiteindelijk om een schrammetje te gaan, maar dat leek me het signaal terug naar huis te keren. Ik ondersteunde de kermende Oudste terwijl we in het kielzog van zijn twee beste vrienden terug naar huis strompelden. Eenmaal thuis leek alles op magische wijze weer beter, want zoals iedereen weet, heeft een Playstation helende krachten. In mijn kletsnatte jeansbroek besloot ik warme chocomelk te maken, zoals een goede nanny zou doen. Gelukkig kwam de Moeder niet veel later thuis, zodat ik kon ontsnappen uit het appartement, uit de sneeuw en uit mijn zeker weten niet waterresistente broek.

Tekst: Jade Decoster

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.