Home Columns COLUMN: ‘Ik vergat de helft van de rekwisieten. Ach, zolang er maar...

COLUMN: ‘Ik vergat de helft van de rekwisieten. Ach, zolang er maar een werkend toilet was’

'Ik had de halve inhoud van de kattenbak proberen door te spoelen omdat ik de vuilniskar net gemist had en de stank niet meer aankon. Gevolg: een verstopte wc'

© Catherine Kosters

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Op sommige dagen gaat alles mis. Zoals wanneer je vlucht vertraging heeft, je het middelste zitje toebedeeld krijgt en de zwaarlijvige man naast je weigert de armleuning te delen. Of wanneer je koffer als laatste van de band rolt, het handvat het begeeft en je het onding de rest van de weg richting auto moet slepen.

Toch kan het altijd erger. Zo ondervond ik daags na voorgaand onheil, op de eerste werkdag post-vakantie. Wat doorgaans al een bruut ontwaken is, werd nog een tikkeltje erger toen er zich in ware slapstickstijl een opeenvolging van pure pech ontvouwde. Het begon toen ik bij het opstaan merkte dat het toilet verstopt was. De reden hiervoor: ik had bij het thuiskomen de halve inhoud van de kattenbak proberen door te spoelen omdat ik de vuilniskar net gemist had en de stank niet meer aankon. Niet alleen dreven er nu kattendrollen in de wc, ik moest ook nog eens hoognodig.

Gaan kakken in het buurtcafé is niet bepaald mijn ding, dus besloot ik wat vroeger – lees: zeer dringend – richting werk te vertrekken. Slechts één probleempje: tijdens mijn citytrip waren de werken in onze straat gestart. Dat werd me duidelijk toen ik de deur opende en een graafmachine voorbij zag tuffen.

Niet alleen dreven er nu kattendrollen in de wc, ik moest ook nog eens hoognodig.

Spontane reactie: een kwade sms naar mijn lief sturen. Gisteren hadden we namelijk een papiertje aan de gevel gespot waarop stond dat onze garage voortaan enkel vóór 7u bereikbaar zou zijn. Waarop ik: ‘Laten we nog snel de auto verzetten.’ En hij: ‘Maar nee, zo vroeg zullen ze toch niet beginnen.’ Wel dus. Nadere inspectie leerde me dat er zich voor ons appartement een gloednieuwe greppel bevond, waarin op dat eigenste moment steengruis gestort werd. Ik zat officieel ingesloten. Omdat trein en bus me onmogelijk op tijd ter plaatse zouden brengen, ging ik op zoek naar de dichtstbijzijnde taxi.

Tien minuten lang liep ik rond met één gevreesde scène uit ‘Bridesmaids’ in mijn achterhoofd, maar toen vond ik eindelijk een beschikbare chauffeur die bereid was zijn trots en parate kennis van het Antwerpse stratenplan opzij te schuiven en gewoon Waze te volgen. Op weg naar de studio van Flair besefte ik dat ik de helft van de rekwisieten vergeten was in de koffer van mijn wagen. Ach, zolang er maar een werkend toilet zou zijn.

Als bij wonder overleefde ik de rest van de dag zonder incidenten, nam een taxi terug, kocht ontstopper, verzette mijn auto en belde naar mijn zus om mijn hart te luchten. Toen zij vertelde dat ze doodziek op bed lag, reageerde ik doodserieus: ‘Ik weet hoe je je voelt, ik heb óók een schijtdag gehad.’ Ik meende het nog ook.

Deze column verscheen in Flair op 19 juni 2018.

Meer columns van Catherine:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.