Home Columns COLUMN: ‘Drie maanden later lijkt het alsof er alsnog een imaginaire navelstreng tussen de...

COLUMN: ‘Drie maanden later lijkt het alsof er alsnog een imaginaire navelstreng tussen de baby en mij hangt’

'Mensen die ons willen kruisen, struikelen erover en deuren die ons moeten scheiden vallen niet helemaal in het slot, omdat die navelstreng ertussen zit.'

Onze columniste Nele is terug, mét baby! Ze is nu 14 weken mama van een dochter. Hier vertelt ze alles wat je wil weten over dat moederschap. En alles wat je misschien liever niet wil weten. Deze week heeft ze het over de navelstreng.

Mijn vriend had de volledige verantwoordelijkheid over de navelstreng gekregen. Dat hadden we zo afgesproken voor de bevalling. Hij zou die navelstreng doorknippen. Of niet. Hoe dan ook, het was zijn keuze. Dus toen de gynaecoloog hem vol verwachting dat schaartje toestopte, koos hij. Verward en overmand door emoties en blijdschap schudde hij zijn hoofd. Hij zei dat de gynaecoloog het moest doen en wat er daarna allemaal precies gebeurd is, weet ik niet meer heel goed. Behalve dan dat ik uiteindelijk zelf die navelstreng heb doorgeknipt. Wat achteraf gezien best wel jammer is voor mijn vriend.

Drie maanden later lijkt het echter alsof er alsnog een imaginaire navelstreng tussen de baby en mij hangt. Mensen die ons willen kruisen, struikelen erover en deuren die ons moeten scheiden vallen niet helemaal in het slot, omdat die navelstreng ertussen zit. De afstand tussen ons is letterlijk en figuurlijk klein, om duizend-en-een redenen.

Een van die redenen is waarschijnlijk dat ik haar nu al drie maanden lang exclusief voed. Zij en ik, dag en nacht. Dus toen mijn vriend haar voor het eerst een flesje moest geven met afgekolfde melk, voelde ik hoe die navelstreng plots aangetrokken werd. Zo strak dat hij misschien wel zou breken. En dat kon ik niet aan. Mijn borstvoedend en postnataal hormonaal geïnfecteerde moederbrein kon de gedachte dat iemand anders mijn kind zou voeden, niet verdragen. Zelfs al was het de man die het kind ook zijn kind mag noemen.

Mijn borstvoedend en postnataal hormonaal geïnfecteerde moederbrein kon de gedachte dat iemand anders mijn kind zou voeden, niet verdragen. Zelfs al was het de man die het kind ook zijn kind mag noemen.

Een emotionele breakdown en een kolfsessie later verliet ik uiteindelijk het huis en daarmee ook mijn baby en haar vader. Het was tijd om haar los te laten. Letterlijk en figuurlijk. Toen ik wat later bij mijn thuiskomst de woonkamer weer binnenstapte, zag ik dat mijn vriend in de zetel zat met de baby op zijn schoot. Hij was haar net dat flesje aan het geven en hij deed het met een fierheid die alleen een vader kan hebben. Een fierheid die hij waarschijnlijk ook meegekregen zou hebben bij het doorknippen van de navelstreng.

Mijn hart en mondhoeken gingen alle kanten op. Het moet trouwens zijn dat mijn borsten op een papfles lijken, want dat kind zoog aan die fles alsof ze nooit iets anders gedaan heeft. Ik telde mijn zegeningen en liet hen nog eventjes alleen. Ik sloot de deur weer, en ditmaal viel die gewoon in het slot.

Lees meer columns van Nele: