Home Columns COLUMN: ‘Vandaag durf ik trots te zeggen: ik ben een seut, so...

COLUMN: ‘Vandaag durf ik trots te zeggen: ik ben een seut, so what?’

'De straffen die we als kind met tegenzin ondergingen klinken ons nu als een droom in de oren.'

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Het is algemeen geweten dat de straffen die we als kind met tegenzin ondergingen ons nu als een droom in de oren klinken. Vroeg gaan slapen: wat een zaligheid. Huisarrest: ideaal excuus. Zonder eten naar bed: eindelijk een dieet dat werkt! Zo is er ook een scheldwoord uit mijn kindertijd dat ik dezer dagen als compliment opvat. Seut. Ik heb het vroeger meer dan eens moeten aanhoren omdat ik nooit een lief had en liever boeken las dan Flügels hees.

Destijds droomde ik ervan om cool te zijn. Later als ik groot ben. Vandaag lig ik daar gelukkig niet meer wakker van en durf ik trots te zeggen: ik ben een seut, so what? Niets maakt mij blijer dan een solide blok van acht uur nachtrust – minimum! Tenzij dan het moment waarop je een versleten schuursponsje mag vervangen door een nieuw. Ik ben het type meisje dat haar huisgenoot dinsdagochtend al sms’t omdat ’s avonds de vuilnisbakken buiten moeten. Stofzuigen is voor mij zowel religie als cardio. Op straat wacht ik altijd tot het stoplicht groen is, soms zelfs zo lang dat het alweer oranje wordt. Wanneer vrienden vertellen dat ze nooit stemmen, reageer ik razend. Niet alleen omdat ze daarmee onze democratie dissen, maar vooral omdat ze een boete riskeren.

Ik sta recht voor oudjes op de bus, ook als die oudjes niet zo oud blijken en zich in feite beledigd voelen door mijn voorstel.

Ik ben zo’n seut dat ik zelfs als puber amper durfde te rebelleren. Ik kreeg mijn eerste sigaret van mijn twee jaar jongere zus en liet mijn vier jaar jongere zus een plastic sheriffster uit een speelgoedwinkel voor me pikken. Tijdens mijn laatste jaar middelbaar kwam ik expres drie keer te laat zodat ik mijn eerste en enige strafstudie zou krijgen. Tijdens dat verloren uur voelde ik me eindelijk stoer. Echt iets wat een seut zou denken.

Ondertussen ben ik dertig en nog steeds even braaf. Ik betaal buitenlandse parkeerboetes stipt op tijd en luister (bijna) altijd naar mijn mama. Ik sta recht voor oudjes op de bus, ook als die oudjes niet zo oud blijken en zich in feite beledigd voelen door mijn voorstel. Ik recycleer alsof mijn leven ervan afhangt en weiger plastic zakjes in de winkel. Al vind ik het niet eerlijk dat beleefdheid en milieubewustzijn nog steeds in de seutenhoek huizen. Soit.

Vandaag vroeg een (veel coolere) vriendin zich af hoe ik met haar om kan gaan. We zijn immers zo anders. Zij heeft lak aan regeltjes en doet altijd haar eigen zin. Ze is, met andere woorden, de antiseut. Mijn antwoord was simpel: ‘We hebben elkaar nodig.’ Ik haar om mij af en toe eens mee door het rood te sleuren, zij mij om de schoonheid van een proper schuursponsje te bezingen. Wat zou de wereld zonder seuten zijn.

Meer columns van Catherine:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.