Home Columns COLUMN: ‘De dag van de race voelde het alsof ik op trouwen...

COLUMN: ‘De dag van de race voelde het alsof ik op trouwen stond. Waarom deed ik dit ook weer?’

'Sport en ik, wij hebben een knipperlichtrelatie.'

© Anke Desmet

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Sport en ik, wij hebben een knipperlichtrelatie. Net als bij elke affaire is de aanvang passioneel en zweterig. Ik begin driftig te joggen en zweer eindelijk dat fitnessabonnement te nemen. Tegen vriendinnen poch ik over mijn nieuwe lover. Ik weid eindeloos uit over Finse pistes en de voordelen van carbo-loading, of het hen nu interesseert of niet.

Na een week of drie begint de vlam echter alweer te doven. Ik ga naarstig op zoek naar redenen om niet meer op (loop)date te hoeven: het regent, het is te warm, ik heb het te druk, ik heb mijn regels. Elk excuus is goed, tot sport en ik zo van elkaar vervreemden dat ik me schaam als iemand me vraagt hoe het met het lopen staat. Deze fase eindigt altijd hetzelfde: ik in de armen van de Ubereats-koerier. Niet deze keer.

Vastberaden om mijn romance met cardio eindelijk te doen slagen zette ik enkele maanden terug de grove middelen in: ik schreef me in voor een loopwedstrijd. Elf kilometer door hartje hoofdstad en drie maanden tijd om mijn ondermaatse conditie op te krikken. Niets beter om een journalist in gang te trappen dan een ouderwetse deadline. Vergezelden mij op mijn epische tocht: vriendinnen I., nieuwbakken moeder jagend op haar fysiek pre-baby, en R., wereldreiziger met een kapotte knie. Samen vormden we een zonderling reisgezelschap op weg naar mijn persoonlijke versie van Mordor: de Brussels Urban Trail.

Terwijl mijn lief vorig jaar de 10 Miles liep, zette ik bij wijze van statement een spurtje in naar de McDonald’s.

Je moet weten dat ik de pest heb aan sportevenementen. Terwijl mijn lief vorig jaar de 10 Miles liep, zette ik bij wijze van statement een spurtje in naar de McDonald’s. Toch besloot ik mijn sportieve cynisme even aan de kant te schuiven en de uitdaging aan te gaan. Liefde is een werkwoord, en sporten helaas ook.

Toen de dag van de race aanbrak, voelde het aan alsof ik op trouwen stond, koudwatervrees en al. Waarom deed ik dit ook weer? Gespannen reden we richting Brussel, waar ik bibberend een borstnummer opspeldde. Net als bij een huwelijk liep de dag echter op rolletjes eens ik mijn zenuwen aan de kant schoof. Een prachtig parcours langs en door de mooiste monumenten van de binnenstad, omringd door vrienden en familie. In mijn geval een lief dat achter elke bocht klaarstond om foto’s te nemen tot ik hem uitdrukkelijk vroeg om daarmee te stoppen en twee lieftallige medestrijders.

Toen ik moe maar voldaan over de finish ging, dacht ik maar één ding: sport en ik, dat zit voorlopig wel snor. Moest ik je toch opnieuw vergeten, liefste sport, denk dan terug aan dit moment. En schrik niet als je een koeriersfiets en een lege pizzadoos ziet staan.

Deze column verscheen in Flair op 10 juli 2018.

Meer columns van Catherine:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.