Home Columns COLUMN: ‘Die dunne lippen kunnen dikker, die bovenlip kaler, en die wenkbrauwen?...

COLUMN: ‘Die dunne lippen kunnen dikker, die bovenlip kaler, en die wenkbrauwen? Mijn god!’

'Het is de job van schoonheidsspecialistes om mensen mooier te maken. Daarom hebben ze er baat bij te vertellen welke gelaatstrekken voor verbetering vatbaar zijn.'

Catherine houdt van haar lief, hotelbedden en ketchup. Tot de dag dat zelfspot een olympische discipline wordt, deelt ze hier elke week haar avonturen.

Je hebt twee soorten mensen: zij die achter je rug roddelen en zij die recht in je gezicht zeggen wat er scheelt. Schoonheidsspecialistes behoren tot dat laatste ras, een uitstervende soort. Aangezien het hun job is om mensen mooier te maken, hebben ze er baat bij te vertellen welke gelaatstrekken voor verbetering vatbaar zijn. Net als de plastisch chirurg die enthousiast stippellijntjes tekent, bestuderen ze elke vierkante centimeter gezicht met de precisie van een architect. Die dunne lippen kunnen dikker, die behaarde bovenlip kan kaler, en die ongelijke wenkbrauwen? Mijn god!

Ik ben een kind van de nine­ties, toen celebs het haar boven hun ogen uitroeiden als rupsen. Hier en daar wist een dun streepje te over­leven, meer dan eens moest ook dát wijken voor een potloodboog.

Die laatste reactie lok ik steevast uit wanneer ik nietsvermoedend een schoonheidssalon binnenstap. Of ik nu betaal voor een mani­-pedi of een massage, we komen altijd bij mijn wenkbrauwen terecht. ‘Oei, mevrouw, uw brows!’ krijg ik dan te horen. Vervolgens haalt de specialiste een wenkbrauwpotlood boven als ware het een geodriehoek en duidt ze triomfantelijk de diagonaal aan die alles bepaalt: ‘Deze lijn moet vanaf uw neusvleugel langs uw ooghoek naar het einde van uw wenkbrauw lopen. Maar uw linker is te kort!’

Mijn verdediging klinkt telkens zo: het is de schuld van de jaren negentig. Jonge millennials hebben geluk. Zij groeiden op in het tijdperk post-Cara Delevingne, toen big brows hun herin­trede in het beautylandschap hadden gemaakt. Ik ben een kind van de nine­ties, toen celebs het haar boven hun ogen uitroeiden als rupsen. Hier en daar wist een dun streepje te over­leven, meer dan eens moest ook dát wijken voor een potloodboog. Je begrijpt dat mijn puberteit gepaard ging met het verlangen om te plukken.

Eerst die unibrow, dan de puntjes en – ­ visagisten lezen best niet verder ­ – uiteindelijk zelfs de bovenkant! Eens het nieuwe millen­nium aanbrak, bleven er van mijn rupsen slechts twee kommaatjes over. Noem het een Y2K bug. Gevolg van mijn puberale passie voor het pincet: als volwassen vrouw ben ik gezegend met asymmetrie, en daar houden schoonheidsspecialistes niet van. De één gaat ongevraagd tekenen met een dikke stift, de ander suggereert permanente make­-up en blijkt nog serieus ook. Aan de brow bar strijkt een derde dame goedkeurend over mijn pony: ‘Zo valt het verschil min­der op!’

Toegegeven: soms droom ik van de perfecte frons. Een classicis­tisch gewelf met gedefinieerde dons zo ver het oog reikt! Maar dan besef ik dat er ergere dingen bestaan dan wat ontbrekende haartjes. Ongelijke borsten heb ik al, dan kunnen die wenkbrauwen er ook nog wel bij.

Deze column verscheen in Flair op 17 april 2018.

Meer columns van Catherine:

Jobs

Nog 1 stap voor je onze desktop-meldingen kan ontvangen!

Geef je browser toestemming om je desktop-meldingen van Flair te sturen.